Zomerparkfeest 2026: Zand, Zweet, Zomerparkfeest
Waarom je tussen het bijpraten en het bier soms écht even moest opkijken.

Na een broeierige donderdag die wegens stoffige redenen — zowel op de line-up als in het park — door ons werd overgeslagen, bevinden we ons vanaf vrijdag weer in volle glorie in het Julianapark. Het jaarlijkse Limburgse thuiskomen is naast een uit de kluiten gewassen buurtfeest vooral een plek om nieuwe favorieten te ontdekken, lokaal talent te zien shinen en oude bekenden terug te verwelkomen. Dit jaar doet het festival daar nog een schepje bovenop. Door de hitte, het zand en de droogte heeft het park soms meer weg van een bescheiden Burning Man. Gelukkig vloeit er genoeg water uit de WML-tappunten en staat het bier koud.
Wat Zomerparkfeest bijzonder maakt, blijft, naast de totale organisatie door vrijwilligers, de onnavolgbare programmering. Lezingen, theater, lokale helden, cultacts en headliners bestaan hier probleemloos naast elkaar. Tegelijkertijd blijft het vooral een dorpsfeest. Overal klinkt dezelfde vraag: “Hoe was je vakantie?” Mensen hebben elkaar precies een jaar niet gezien en dat is helemaal oké.
Vrijdag
Onze eerste festivaldag begint bij LAHAYE. Het is bijna 40 graden en wegens enorm veel zand en stof wordt mensen geadviseerd thuis te blijven als ze last hebben van astma en/of COPD. Geen onstuimige moshpits dus bij LAHAYE. Hanna Lahaije maakt kwetsbare, warme liedjes die perfect passen bij een middag waarop de temperatuur nog steeds stijgt. Het grootste deel van het publiek heeft zich onder bomen verstopt en luistert vanaf veilige afstand. Niemand heeft energie voor uitbundigheid. Iedereen staat simpelweg weg te smelten. De muziek helpt daarbij precies goed.
Een republiek in de moshpit
Van LAHAYE lopen we richting Sophie Straat. We zijn iets te laat: ‘Vrijheid, Gelijkheid en Zusterschap’ galmt al over het broeierige terrein. Er bestaan optredens waarbij een band speelt en het publiek kijkt. Sophie Straat doet iets anders. Sophie Straat creëert gedurende drie kwartier een autonome republiek waarin activisme, geschiedenisles, muziek, zelfspot, moeders in de moshpit én een hoop enorm goeie muziek gezamenlijk de regering vormen. Al vroeg doen zich opmerkelijke verschijnselen voor. Witte mannen blijken zich spontaan achteraan het veld te positioneren, onder één van de enige strookjes schaduw voor de Main.

Wat volgt is een optreden dat politiek is zonder een preek te worden. Ondanks stemproblemen eerder deze zomer klinkt Sophie fel, scherp en overtuigend. De band speelt strak, de nummers zitten goed in elkaar en de inhoud wordt nergens een excuus voor middelmatige muziek. Bij ‘Let Me Tell You Something Bout My Country’ gebeurt precies waar Sophie Straat zo goed in is. Het nummer gaat ergens over, maar ondertussen staat vrijwel het hele publiek te dansen. Zelfs de meest sceptische aanwezigen raken aan het wiebelen.
De boodschap krijgt extra lokale lading wanneer stadsdichter Emirhan X in VVV-shirt het podium betreedt voor een interlude. Waar Sophie voor sommige festivalbezoekers nog voelt als een stem uit de Randstad, vertaalt Emirhan het verhaal naar Venlo zelf. Dat komt misschien ook door de visuals. Op de achtergrond zien we Emirhan protesteren in Venlo en lopen we mee door het stedje van lol en plezeer. Ineens is het geen ver-van-je-bed-show maar gaat het over hier. Alsof het kwartje precies op dat moment valt, wordt er instemmend geknikt. Emirhan verlaat het podium onder luid gejuich. Geen Johan Derksen, Bram Moszkowicz of andere oude witte man die dat moment nog kan verpesten.
Tegen het einde krijgen ook de muzikanten alle ruimte. De solo’s voelen niet als verplichte applausmomentjes, maar als een herinnering dat Sophie Straat meer in huis heeft dan alleen een boodschap. Juist die combinatie maakt de show zo sterk.

Dan het moment waar iedere boomer al op stond te wachten: Sophie vraagt vriendelijk doch dwingend of alle cis-gendered, witte, hetero mannen de pit willen verlaten om ruimte te maken voor anderen. We zijn in goed gezelschap: de heren voor ons halen hun schouders op en doen een stapje terug. Wat volgt is een rauwe, eerlijke en zelfs ietwat vriendelijke moshpit vol vrouwen en queer personen. Én echte Venlose moeders. Er wordt daadwerkelijk geluisterd. En dat blijkt op deze vrijdagavond misschien wel de meest revolutionaire prestatie van allemaal.

De werkende klasse snakt naar (b)analiteit
Ron van Zalmsaus begint vervolgens met de meest absurde entree van het weekend. Gehuld in een roze jas met franjes en een capuchon waardoor zanger Tom van Kalmthout meer weg heeft van Rocky Balboa dan van een kleinkunst-rapper, verandert hij de tent direct in een collectieve koortsdroom. Aantekeningen maken voelt bijna onverantwoord. Wegkijken is zonde.
Wat volgt beweegt zich ergens tussen rap, cabaret, performancekunst, filosofie en een zonnesteek. Een aanzienlijk deel van de tent lijkt gevlucht voor de zon, wachtend op broederliefde en naar achteren gestuurd door Sophie Straat. De tent gniffelt eerst om de absurditeit, maar staat later met zaklampjes te zwaaien tijdens een gevoelige Franse chanson-achtige ballad genaamd ‘Als Je Je Vinger In M’n Kont Steekt’. Er is bellenblaas, een virtuoze triangel, een uitstekend zingende mevrouw Van Reijnink en crowd control waarbij de energie spectaculair omlaag wordt gebracht zonder dat iemand ook maar een stap richting uitgang zet.
Ron van Zalmsaus bewijst vooral dat de werkende klasse inderdaad snakt naar (b)analiteit, mits die wordt gebracht door een mannelijke dichter-filosoof in een roze jas met franjes.

Na afloop volgt een sprint richting de volgende act, maar Teatro dwingt onderweg een tussenstop af. De tent puilt uit. House Of Confetti Invites Cuntdown blijkt een show waar vijf minuten kijken ongemerkt verandert in een uur. Mensen hangen in deuropeningen en proberen vanuit onmogelijke hoeken nog iets van de battles mee te krijgen. Niemand lijkt haast te hebben.
Wat zich binnen afspeelt voelt minder als een optreden en meer als een complete wereld die tijdelijk midden op Zomerparkfeest wordt neergezet. Zelfexpressie wordt hier niet gedoogd maar gevierd.


Zaterdag
De zaterdag begint met Sunset Cinema. Venlo’s eigen trots krijgt vanzelfsprekend veel liefde van het thuispubliek, maar gelukkig blijft het niet bij een warm onthaal alleen. De gitaren, aanstekelijke melodieën en het ogenschijnlijke gemak waarmee de band speelt zorgen voor een van de meest ongecompliceerd leuke optredens van het weekend. Charmant én precies de juiste soundtrack voor een terrein dat langzaam weer op temperatuur komt.

Collectieve dagdromerij
Dan volgt het grote wachten op de VPRO-flowerboy-favoriet van dienst: Spinvis.
Spinvis en Saartje maken van een benauwde en bewolkte namiddag iets wat verdacht veel lijkt op collectieve dagdromerij. Waar elders mensen vooral bezig zijn met praten, drinken en elkaar voor het eerst sinds vorig jaar weer tegenkomen, valt hier voor het eerst daadwerkelijk stilte tijdens de nummers. Een half uur voor aanvang neuriën bezoekers op verschillende plekken al voorzichtig ‘Voor Ik Vergeet’ en denken dat niemand het hoort.
Het knapste is misschien wel hoe klein het allemaal blijft. Met een mini-bezetting bouwen Spinvis en Saartje een geluid dat groter klinkt dan menig volledige festivalband. Gitaar, cello, bassdrum, een wiebelende zaag en een handvol wonderlijke geluiden blijken voldoende om een onverwacht vol veld volledig mee te nemen, maar niet boven zichzelf uit te stijgen.

Ondertussen breekt ook de zon door. Niet op de allesvernietigende manier waarop ze dat de afgelopen weken doet, maar zacht en weldadig. De regen van eerder die dag droogt op, ergens vliegt een vlindertje door het publiek en we worden er zowaar zelf een beetje poëtisch van. Alleen de visuals vormen een raadsel. Ze lijken afwisselend op een metalcore-lyricvideo uit 2008, een vergeten YouTube-tutorial of het afrekenscherm van een ONLY-winkel.
Tegen het einde schuift de set onverwacht richting beachclub-versie van Spinvis. Alsof ‘Smalfilm’ ineens een zonsondergang op Ibiza heeft ontdekt. Op papier een slecht idee, in de praktijk heerlijk. Het publiek beloont het duo met een van de grootste applausmomenten van de dag. Terecht. Je zult maar met z’n tweeën een compleet festivalveld een uur lang in je eigen hoofd laten wonen.

Door naar Amigo: Ão wordt uitgesproken als “miauw zonder de mie”, wat ongeveer net zo veel uitleg vraagt als de muziek zelf. De Belgisch-Portugese formatie serveert dromerige composities vol Portugese en Engelse teksten die ergens zweven tussen indiepop en iets wat waarschijnlijk alleen op Belgische subsidieaanvragen een officiële naam heeft. Op het plein wordt helaas wederom meer bijgepraat dan geluisterd. Jammer, want onder het geroezemoes gaat een bijzonder sterke band schuil.

Chaotisch denken voor gevorderden
De boekbespreking van Abel van Gijlswijk voelt als een mondelinge overhoring van een boek dat niemand heeft gelezen, inclusief de schrijver zelf. Op vrijwel iedere vraag volgt een antwoord op een andere vraag. Ondertussen probeert interviewer Lotte Spreeuwenberg, die het boek wél duidelijk gelezen heeft, heroïsch een gesprek te voeren terwijl Abel vooral over haar heen praat. Op een gegeven moment ontstaat zelfs het gevoel dat hij gaat opstaan om nóg harder te kunnen praten. Het resultaat heeft veel weg van een filosofische eenmanspodcast zonder stopknop.
Abel functioneert zichtbaar beter in Hang Youth of IJSLAND, waar ideeën tegen een muur van geluid mogen worden gesmeten. Hier krijgt hij de ruimte om dieper te graven, maar juist daardoor lijkt hij soms te verdwalen in zijn eigen gedachtegangen. Het boek heet ‘Chaotisch Denken Voor Gevorderden’. China, creativiteit, chaos, landkaarten, vervreemding en nooduitgangsbordjes passeren allemaal de revue zonder in deze talk ooit echt samen te komen.

Toch blijft de lezing gek genoeg boeien. Niet omdat alle verhalen landen, maar juist omdat voortdurend onduidelijk blijft waar het naartoe gaat. Wanneer Abel uiteindelijk concludeert dat creatievelingen vooral moeten dwalen, niksen en chaos creëren, ontstaat het vermoeden dat de lezing zelf misschien de praktijkdemonstratie van die theorie is.
Het meest ironische is misschien dat Abel uiteindelijk het overtuigendst is als hij gewoon een stuk uit zijn boek voorleest. Ineens is er ritme, focus en een verhaal. Daardoor bleef vooral het gevoel hangen dat het boek waarschijnlijk interessanter is dan de lezing erover. Ons advies: lees het boek. Of lees een samenvatting. Of organiseer volgend jaar een kringgesprek over het boek waar Abel misschien niet bij aanwezig is. Dat scheelt de interviewer een hoop werk.

In den beginne was er licht, geluid en Sef
Sef levert misschien wel de meest complete show van het weekend af.
Vanaf de eerste minuut staan de visuals aan. Niet als decoratie, maar als volwaardig onderdeel van de voorstelling. De schermen bewegen mee met teksten, verwijzingen vliegen voorbij en af en toe voelt het alsof een bijzonder artistieke vormgever opdracht heeft gekregen om een Coolblue-reclame meets TikTok-For You Page om te bouwen tot kunstinstallatie. Vet!
Toch zijn de visuals nooit het hoofdingrediënt. Ze versterken de nummers. Bij ‘Hou Me Vast’, ‘Help’ en vooral ‘Voor Alles Bang’ vallen beeld, muziek en tekst volledig samen. Op een zaterdag die sowieso wordt gekenmerkt door een opvallend prettig publiek ontstaat hier voor het eerst echte collectieve overgave. Mensen gaan op schouders zitten, handjes verdwijnen de lucht in en overal ontstaat het gevoel dat duizenden mensen tegelijk naar hetzelfde verlangen luisteren.

Juist ‘Voor Alles Bang’ blijkt zo’n nummer dat live een tweede leven krijgt. Op plaat gaat het over angst en onzekerheid. Op het veld klinkt het als een gezamenlijke poging om daar dan maar doorheen te dansen.
Daarbij helpt het enorm dat de band fenomenaal is. Eerder op de dag laat Jungle by Night al horen hoe goed Nederlandse livebands kunnen klinken. Sef trekt dat niveau moeiteloos door. Dan verschijnt Abel van Gijlswijk en worden we zowaar getrakteerd op IJSLAND. Na Lowlands en Best Kept Secret is dan nu Venlo aan de beurt. Eerder die dag lukt het Abel nog om een uur lang vragen te beantwoorden zonder ze daadwerkelijk te beantwoorden. Hier weet hij precies wat hij zeggen moet en beantwoordt hij de vraag zonder dat die überhaupt gesteld hoeft te worden.

Naast Sef verandert de chaos ineens in kwaliteit. De een brengt structuur, melodie en precisie, de ander ontregeling, onverwachte zijwegen en het voortdurende gevoel dat alles ieder moment kan ontsporen.
IJSLAND voelt als wat er gebeurt wanneer twee van de interessantste overdenkers uit de Nederlandse popmuziek besluiten hun gedachten niet langer te filteren. Met ‘De Machine’ en zelfs tweemaal ‘2 Schorpioenen’ krijgt het publiek een inkijkje in een universum waar maatschappijkritiek, existentiële twijfel en humor voortdurend door elkaar lopen. Het is precies die chaos die het zo goed maakt. Het publiek voelt dat ook: overal ontstaan moshpits en zowel millennials als Gen Z voelen zich erkend en gehoord als Sef zegt: “Carhartt aan want werk aan mezelf.”


Bij ‘Shirt Uit’ is het vervolgens gedaan. De titel wordt behandeld als vriendelijk doch dringend advies. De eerste shirts verdwijnen daadwerkelijk, de energie schiet omhoog en de hele weide begint te bewegen. Deze collectieve ventilator zorgt voor een heerlijk welkom briesje over het terrein.
Sef bewijst dat inhoud en entertainment elkaar niet uitsluiten. Slim zonder belerend te worden, ambitieus zonder pretentieus te zijn en persoonlijk zonder in navelstaarderij te vervallen. Sommige artiesten hebben goede nummers. Sommige artiesten hebben goede visuals. Sommige artiesten hebben iets te vertellen. In den beginne was er licht, geluid en Sef.
Zondag
Venloos finest: Jiri 11 – Anbu Nevlo – Jiri Taihuttu staat als De Nachtwacht op het podium om de heimat te laten luisteren naar wat hij naast rappen over Venlo Zuid en de Maasboulevard nog meer kan. Het klinkt lekker. Vol soul en met 70’s-invloeden. Een andere kant dan wat we van Jiri, hier op Zomerparkfeest, gewend zijn. Jiri geniet zichtbaar van de spotlight en met de strakke gitaarsolo’s kunnen we niet anders concluderen dat hij die verdient.

Benjamin Herman Trio is vervolgens een verademing voor de liefhebbers van jazz en funk. Het drietal bezit cello, drums en sax en dat doen ze uitmuntend. Wederom is Zelt vandaag niet meer een plek om te schuilen voor de zon, maar om mee te bewegen op de ritmes die op willekeurige momenten over de kop gaan.

Waar sommige bands hun best doen om moeilijk te klinken, lijkt Grote Geelstaart vooral geen concessies te willen doen. De Zeeuwen gooien psychedelische rock, mathrock, noise en Nederlandstalige verhalen in een blender en draaien die vervolgens nét iets verder open dan verantwoord is. Dat kan niet anders met twee drummers. Op papier klinkt het als complete pleuriservaring, live blijkt er verrassend veel groove onder te zitten. Dat bewijzen ze richting een volle Zelt.

Een engel aan het werk
Voor het podium staan twee rijen kinderen muurvast aan de dranghekken geplakt voor Antoon. Voor hen verschijnt Sylvie Kreusch. Als een engel, een fenomeen. Gehuld in een outfit die tegelijkertijd doet denken aan een douchegordijn, een haute-couturejurk en een koortsdroom bouwt ze samen met haar uitstekende band een volledig eigen wereld.
Wat meteen opvalt is de energie. Kreusch is fenomenaal bij stem en trekt het publiek moeiteloos haar wereld in. Zelfs de kinderen die eigenlijk uren op Antoon zitten te wachten lijken heel even vergeten waarvoor ze daar staan. Niet iedereen beschikt over de juiste woorden voor wat er gebeurt. Achter in het publiek noemt een man haar een heks en vraagt zich hardop af of ze na afloop op een bezem wegvliegt. Het soort analyse dat opvallend vaak opduikt zodra een vrouw mysterieus, uitgesproken en volledig zichzelf durft te zijn op een podium.


Bij ‘Walk Walk’ zorgt het koor voor kippenvel tot ver achteraan het veld. De afstand tot het podium lijkt nauwelijks uit te maken. Sterker nog: Sylvie wordt groter naarmate je verder weg staat. Wanneer later blijkt dat dit mogelijk voorlopig haar laatste festivalshow is, krijgt het optreden nog een extra laag. We zijn blij dat we erbij waren.
We sluiten de dag af in de Zelt. Energieker dan dit lijkt bijna niet te kunnen. Jet van der Steen brengt een mix van pop en electro-pop samen met een band die wel van wanten weet. Een waardige weekendafsluiter voor Zelt is gevonden.
Tussen alle gesprekken over vakanties, nieuwe banen, verbouwingen en andere jaarlijkse bijpraatrituelen door gebeurt er op Zomerparkfeest van alles. Je moet er alleen soms even voor kiezen om je om te draaien richting het podium. Want uiteindelijk is dat misschien wel de grootste kracht van het festival. Alles is er al. De gekte, de schoonheid, de kunst, de flauwekul, de poëzie, de politiek, de mensen. Je hoeft er alleen maar even voor op te kijken. En vooral: te luisteren naar wat er al die tijd recht voor je staat.

Zomerparkfeest blijft daarmee precies wat het al jaren is: een festival waar je niet per se komt voor één grote naam, maar waar je uiteindelijk met een hoofd vol nieuwe verhalen naar huis gaat. Tussen de stofwolken, de moshpits, de Venlose moeders en de onverwachte ontdekkingen door blijkt vooral hoeveel er gebeurt wanneer een festival de ruimte geeft aan alles wat interessant, vreemd en eigenzinnig is. Tot volgend jaar, dus.




