Zaterdag: Into the woods 2026- houtje-touwtje magie in een uit de hand gelopen speeltuin
Op de tweede dag van het vijftienjarige Into the Woods blijkt vooral één ding onveranderd: iedereen mag blijven spelen, bouwen en verdwalen in het bos

Wanneer je het terrein op komt lopen krijg je de waarschuwing: ‘U betreedt een prikkelarm gebied’, Into the woods is natuurlijk alles behalve dat en juist dat is het grote succes van het vijftien jaar bestaande festival. ‘’We zijn een festival dat creativiteit niet uit het oog wil verliezen”.
Je kunt Into the Woods een festival noemen, maar daarmee doe je het terrein eigenlijk tekort. Het is een bos, een dansvloer, een kunstproject, een ontmoetingsplek en vooral: een uit de hand gelopen speeltuin. Niet als gimmick, maar als de essentie van het festival. Een festival dat vijftien jaar bestaat, zou je een zekere volwassenheid kunnen toedichten. Into the Woods weigert daar zichtbaar aan mee te doen. Vijftien jaar geleden begon het als een feestje voor zo'n achthonderd mensen. Inmiddels is het festival al jaren direct uitverkocht.
Renae Veneboer van Kultlab, de organisatie achter Into the Woods, kan het succes zelf nog steeds moeilijk bevatten. Volgens haar komt het onder meer door een loyaal team, creatieve breinen en bezoekers die steeds nieuwe mensen meenemen. Maar er is nog iets: de organisatie wil vooral niet vergeten waar het vandaan komt. "Niet de creativiteit uit het oog verliezen", noemt Veneboer als een belangrijk punt. Ook het oorspronkelijke, bijna geïmproviseerde 'houtje-touwtjegevoel' moet blijven bestaan.
Op de tweede dag van de jubileumeditie voelt het terrein eerder als een uit de hand gelopen speeltuin dan als een festivalterrein. Dat klinkt abstract totdat je door het terrein loopt. Dan zie je het overal: alsof de organisatie de kringloop heeft leeggekocht en het meubilair over het terrein heeft verspreid. Banken, stoelen en tafels staan tussen de bomen alsof ze er altijd al hebben gestaan. Het geeft Into the Woods iets knus en authentieks: alsof je tijdelijk in een eigen dorp bent beland.
Bos vol leven
Bij Beukenbos wordt al vroeg duidelijk wat die speeltuin betekent. Thelma en later IOSIO krijgen een publiek tegenover zich dat niet van plan is rustig toe te kijken. Terwijl je door de stromende golf van mensen de dj probeert te vinden, staat er een bord: Mag jouw vrouw alleen het Beukenbos in? Het antwoord? Ja, natuurlijk, maar alleen als zij vooraan staat. De dansende kring wordt groter, handen gaan de lucht in en wie liever stilstaat, wacht gewoon aan de buitenkant. De pit is voor degenen die willen bouncen en die komen alleen naar voren via de struiken aan de zijkant.
Bij Diøn is van enige spatial awareness weinig meer over. Met zijn vader naast zich op het podium en Grey Goose Vodka binnen handbereik wordt de avond definitief ingezet: keihard beuken. De bewegende lichtinstallaties, samen met de muziek, creëren een sfeer waar mensen niet weg van willen gaan. Je kent het wel: de macarena en andere dansjes op de vibrerende bass.
Dan komt het punt dat de omgeving op het terrein compleet verandert. De zon is ondergegaan, lichtinstallaties nemen de bomen over en wat overdag een festivalterrein was, lijkt ineens een nieuwe planeet. Bij Hutje Mutje kan je met maximaal vijftien mensen hutjemutje grooven bij bijvoorbeeld El Diego, maar negen van de tien keer weet je door de rookmachine niet eens wie draait. Achterin in het bos bij Into the Groove draaien Prunk, Job de Jong & Lucky juist consistent dansbare house, altijd goed. Het ene optreden gaat moeiteloos over in het andere.
Bij Knoest krijgt RY X een publiek dat het juist wat rustiger aanpakt. De nieuwe grote stageinstallatie van orgels trekt bezoekers gelijk. Er wordt zweverig gedanst op een remix van Radiohead en die melodieuze geluiden trekken door het bos. En dan loopt er ineens een Gandalf-achtige figuur voorbij. Achter hem volgt een groep oudere kabouters met lichtgevende kwallenparaplu's. Kan het nog gekker? Ja. Natuurlijk kan het gekker, dit is Into the Woods.
Hardhoofd met eigenzinnige gedachten
Stekplek is de perfecte combinatie van eigenzinnige muziek en dj’s, het gaat alle kanten op. Wanneer we onze weg vinden richting de stage, zien we de eerste houten kunstwerken van Future Village. Drie grote stickfigures op een heuvel, een grote uil met rode ogen en een hart vol namen van de jonge makers en ook het grote menselijke gezicht: de ingang naar Stekplek.
Daar weet Igor het publiek meteen mee te krijgen met de harmonieuze mix van vocalen, jazzy melodieën en eigenzinnige teksten van zijn nieuwste album Dingen die ik gauw vergeet. Wat hij niet vergeet? Hoe hij zijn vaste fans moet vinden. Sterker nog, hij groet de bekende en vertrouwde gezichten die al vooraan staan. Een compleet omgekeerde wereld van Blaaskaak die het podium midden in het publiek zet. Com-ple-te chaos en een moshpit op ‘Sweet Dreams (Are Made of This)’. Een deel van de band is op het decor geklommen en anderen rennen tussen de mensen door.
Luna Maki is geen onbekende voor het festival, maar hun optreden voelt als een nieuw hoofdstuk: debuutalbum Eclipse is eindelijk uit. Tijdens de soundcheck staan er al mensen voor de stage te springen en te juichen. Maar wanneer het dan ook eindelijk echt begint, loopt het ook helemaal los. "Dit is een thuiswedstrijd," zegt de Front Maki. Tijdens ‘The Last Sunrise’ gaat een joint van hand tot hand en tussen de nummers door horen we van elk instrument een solo. Nog meer geluk voor de bezoekers op dit festival: een nieuw, nog niet uitgebracht nummer ging hier zijn première. Keer op keer laat Luna Maki zien dat zij een ster zijn in hoe je een publiek vasthoudt en een feestje bouwt.
Voor de laatste act van deze stage komen bezoekers ruim van tevoren om hun plekje front row te bemachtigen. Er worden sudoku’s gemaakt en billen geschud bij ‘de baddest bitch of this club’: Liza van den Brink. Tot Radio Z (Dio, Ray Fuego en Kabul $lim) het podium betreden met een energie waar je u tegen zegt. Het trio maakt statements met hun eerste album Radio Z rondom thema’s als gentrificatie en de huidige staat van de wereld, die door het publiek worden omarmd. Shirts gaan uit tijdens het nummer ‘fck grnzn’ en de crowd bestaat uit een en al moshpits. Stekplek is de stage waar het festival moeiteloos schuift tussen muziek, kunst en maatschappelijke expressie.
Overal zijn goede prikkels
Soms lijkt het publiek zelf onderdeel van de kunst te worden. Bij Wildgroei nemen mensen eigen verlichtende creaties mee het bos in: schoenen, totempalen, pixelwhips. Sommigen zoeken een boom uit om te knuffelen. En mijn vrienden laten nog even zien hoe zij in de Choufbar 'getrouwd' zijn. Hier voelt iedere bezoeker alsof hij of zij een klein stukje lore aan het terrein toevoegt.
Dat is misschien wel het verschil tussen een gewoon festivalterrein en de Into the Woods-speeltuin. Op een gewoon festival loop je van programmaonderdeel naar programmaonderdeel. Hier loop je ergens heen en kom je onderweg drie dingen tegen die niet in het programma stonden.
Dat Into the Woods er na vijftien jaar steeds anders uitziet en nieuwe prikkels ontwerpt, is volgens Veneboer geen toeval. De organisatie schuift voortdurend met stages, publieksstromen en muziekstijlen. Die constante beweging verklaart misschien waarom het festival na al die jaren voelt alsof het zichzelf niet herhaalt. Niets hoeft netjes naast elkaar te passen. Na vijftien jaar is Into the Woods groot geworden, de organisatie is gegroeid en het festival trekt al jaren een publiek dat het terrein moeiteloos vult. Maar de essentie lijkt juist te zitten in het weigeren om volledig volwassen te worden.
Gezien: Into the Woods dag 2, zaterdag 19 september 2026 @ Bosspot Openluchttheater, Amersfoort

Vrijdag: Into the Woods 2026 schoffelt het bos om en laat op de dansvloer muzikale zaadjes achter
Stages zijn drastisch verbouwd, geluidssystemen spelen stoelendans en de programmering is met anti-hype-lijm in elkaar geknutseld






















