
Weird Youth kan het prima alleen
Harmen Ridderbos overtuigt met melancholisch solodebuut
Harmen Ridderbos, wie kent hem niet? Als één van de veelzijdigste muzikanten van Groningen is hij bekend van bands als Town of Saints en CAW CAW. Daarnaast werkt hij als producer, technicus en gastmuzikant mee aan talloze andere projecten. Nu is het tijd voor een soloproject: Weird Youth. Na vier singles verscheen afgelopen voorjaar het debuutalbum Season One, een melanchonische indiefolkplaat. Heeft Ridderbos inderdaad genoeg aan zichzelf?
Wanneer Harmen Ridderbos aan een soloproject begint, pakt hij het ook echt alleen aan. Alles op deze plaat is opgenomen op een achtsporenrecorder en door Ridderbos zelf geschreven en ingespeeld, afgezien van bijdragen van twee gastmuzikanten. Het album ontstond bovendien in een turbulente periode. In een interview met het online platform Ondergewaardeerde Liedjes weidt hij daarover uit: “Ik ben uit elkaar gegaan na een relatie van dertien jaar, en ook de band stopte. Ik ben weer in Groningen gaan wonen. Je zou het een soort midlifecrisis kunnen noemen. Maar het is vooral een periode waarin alles veranderde.”
Het is dus een indiefolkplaat die voortkomt uit een turbulente periode. Ridderbos maakte het album vrijwel helemaal alleen en brengt het uit onder een pseudoniem. De vergelijking met Bon Ivers debuutplaat For Emma, Forever Ago is dan al snel gemaakt. En dat is geen slecht voorteken.
Hoewel acht van de elf nummers al eerder verschenen als single of als B-kant van een van die singles, is het fijn om ze nu als één geheel te horen. De eerste track 'Let’s Bob Ross It' is goed gekozen als opener. Het nummer valt zonder intro met de deur in huis, waardoor je gelijk in het verhaal zit. Ook de dynamiek werkt goed, wat kenmerkend blijkt voor het album als geheel.
Op de tweede en derde track krijgt Ridderbos vocale ondersteuning van gastzangeressen. Op 'Four Oh' zijn dat Robin Yzerman en suze who?, terwijl op 'Snakes and Heartbreak(er)s' alleen suze who? te horen is. Na het uiteenvallen van Town Of Saints worden we er nog maar eens aan herinnerd hoe goed zijn stem samengaat met die van een zangeres.

Hierna doet op het ogenschijnlijk rustige nummer 'Canadian Tux TV' een drumcomputer zijn intrede. Maar die rust blijkt schijn. Op twee derde van de track maakt de drumcomputer plaats voor het akoestische drums en raken de gitaren en vocalen zo sterk overstuurd dat we bijna zeker weten dat Ridderbos niet vies is van Nirvana en Mudhoney. Dat rockgeluid is, in iets toegankelijkere vorm, ook terug te horen in de aansluitende track 'Bedroom DIY Handbook'. Dit indierocknummer is ook gelijk het eerste echte dansbare moment van Season One.
Op de drie daaropvolgende tracks wordt de energie weer wat meer ingetogen. Zowel 'I’m a Capricorn, Why Call a Taxi in This Terrible Weather' als 'Hello Darkness' blijft onder de negentig beats per minuut. Is dat vervelend? Nee, het ligt juist prettig in het gehoor. Bovendien komt de daaropvolgende track 'Like the Earth' hierdoor extra goed uit de verf. Met zijn dansbare rockgeluid vormt het nummer een mooi contrast.
In de slotfase van de plaat wordt de energie op het melancholische 'Mick’s Right I Guess' nog één keer teruggeschroefd. In het outro zwelmt een enorme bak galm aan, die het nummer naadloos laat overvloeien in afsluiter 'Season Two Preview'. Met zijn hoopvolle rockgeluid voelt die track als het begin van een nieuw hoofdstuk na een turbulente periode.
Heeft Harmen Ridderbos een band nodig? Zeker niet! Season One is een verrassend complete plaat die dankzij het brede palet aan geluiden en dynamiek als één geheel klinkt. Het is dan ook te hopen dat Ridderbos de titel van de laatste track letterlijk neemt en Weird Youth met een vervolg komt.