“We hadden alles voorbereid behalve winnen”
De Mis overtuigt publiek én jury tijdens finale van De Roos 2026
Vier totaal verschillende acts staan vrijdagavond in Doornroosje tegenover elkaar tijdens de finale van De Roos 2026. Florelei, Koda, Paul Burner en De Mis strijden daarbij om de Nijmeegse talententitel, waarbij publiek en een vakjury bepalen wie met de winst ervandoor gaat. Waar de ene act kiest voor een dromerige sfeer, zoekt de ander juist de energie van een volle zaal op. Naarmate de avond vordert, wordt steeds duidelijker welke band het sterkst contact weet te maken met het publiek.
Tekst en foto's: Femke Schneider
Florelei opent de finale in een nog vrij rustige zaal, al verdwijnen de gesprekken snel zodra de eerste gitaarnoten klinken. Met een nepkaars, dierenvacht en zachte belichting bouwt Flo van Emmerik direct een intieme sfeer op. Op sokken zingt ze vooraan op het podium over onder andere de dood en schuldgevoelens. Het publiek staat bijna kaarsrecht richting de bühne te kijken, terwijl haar warme stem de verstilde zaal moeiteloos vult. Vooral de manier waarop kleine veranderingen in haar mimiek meegaan met de emotie van de nummers maakt indruk, al klinkt een aantal liedjes in sfeer en opbouw soms wat vergelijkbaar.
Kan verstilling overeind blijven in een competitiezaal?
Koda, de band rond Lukas Alofs, kiest voor een heel andere aanpak. De Paarse zaal van Doornroosje is inmiddels meer gevuld en het publiek gaat direct makkelijk mee met de soulvolle nummers van de band. “Muziek werkt als therapie” vertelt de zanger halverwege de set, als een manier om emoties kwijt te kunnen. Koda wisselt dansbare nummers af met rustigere momenten, waardoor de set constant in beweging blijft. Tegelijkertijd ontstaat er tijdens sommige nummers ook weer ruimte voor geroezemoes achterin de zaal. Terwijl de gitarist met grote gezichtsuitdrukkingen volledig opgaat in zijn spel, beweegt Lukas zelf ontspannen over het podium. De band speelt strak en gecontroleerd, maar mist soms net die overtuigingskracht die een hele zaal meezuigt in het moment.
Bij Paul Burner springt vooral de visuele aankleding van de show in het oog. Oude televisies, voice-overs en rood afgestemde outfits nemen het publiek mee in het hoofd van de artiest. Het idee achter de show voelt doordacht, al oogt de uitvoering nog wat zoekende. Overgangen tussen nummers verlopen soms rommelig en ook vocaal weet de set niet altijd te overtuigen. Terwijl de zaal inmiddels goed gevuld is, blijven de bezoekers opvallend afwachtend reageren. Toch kent de set ook sterke momenten, zoals een mooie gitaarsolo en de persoonlijke verhalen achter de nummers.
Welke act weet het publiek écht mee te trekken?
Dat antwoord lijkt duidelijk zodra De Mis start. Vanaf de eerste minuten hangt er een andere energie in de zaal. Vooraan ontstaat direct beweging en niet veel later vormt zich zelfs een moshpit. De Nederlandstalige postpunk van de band klinkt soms slordig en chaotisch, maar juist dat past bij de intentie van de show. De Mis staat hier alsof de band nergens anders hoort te staan.
Tussen dansbare ritmes door zoekt zangeres Veerle Cornelissen voortdurend contact met het publiek, waarbij humor en kwetsbaarheid opvallend dicht bij elkaar liggen. ‘Minder oorlog, meer beffen’ staat op de plectrums die ze lachend uitdeelt, voordat de sfeer later omslaat bij een nummer over mentale gezondheid. “Tien jaar geleden durfde ik mijn bed niet uit en nu sta ik hier,” vertelt ze zichtbaar geëmotioneerd. Wanneer ze daarna een nummer opdraagt aan haar overleden vriendin Marit, verschijnen zelfs vooraan bij de moshpit tranen.
Juist die afwisseling tussen chaos, humor en persoonlijke verhalen levert De Mis uiteindelijk de winst bij zowel publiek als vakjury op. Vanuit de zaal klinkt direct luid applaus. Ook Florelei valt in de prijzen met een tweede plek bij de vakjury. “We hadden alles voorbereid behalve winnen,” reageert Cornelissen voordat De Mis het laatste nummer inzet. Zelfs een geknapte gitaarsnaar doet niets af aan de krachtige manier waarop die band de avond afsluit.