Melancholische teksten, dansbare rock, hartjesballonnen en een moshpit
Voorronde #2 De Roos van Nijmegen
Het kan niet op bij de tweede voorronde van de Roos van Nijmegen 2026 op maandag 13 april. Een uitverkocht Merleyn, een zaal die stampvol is en van begin tot eind gewoon niet stil kan blijven staan. De bands lijken ook dit jaar weer getalenteerder dan vorig jaar.
Voor de lezer die nu denkt: waar heb je het over? De Roos van Nijmegen is dé Nijmeegse bandwedstrijd die sinds 1986 georganiseerd wordt. Oud-deelnemers zijn onder meer De Staat en Foxlane en voormalig winnaars Politie Warnsveld, FEMME FUGAZI en Shaemless. Jonge getalenteerde bands krijgen niet alleen een kans om op een bekend podium in de stad te spelen, maar strijden ook om een geldbedrag, studiotijd, het mogelijk maken van een clip en nog veel meer mooie prijzen. Vandaag gaat in Merleyn de Nijmeegse battle of the bands tussen Koda, Mancrush en First Wallstreet. Na de derde voorronde op 20 april wordt bekend welke bands doorgaan naar de finale donderdag 22 mei 2026 in Doornroosje.
Aan Koda de eer om de avond af te trappen. Of, nouja, eer. Ondankbare taak meer, aangezien het publiek flink blijft doorkletsen achterin de zaal als zijn optreden allang en breed begonnen is. Terwijl juist de muziek die Koda maakt, raakt als je luistert. Met zijn dansbare soul/pop-liedjes, die hier en daar aan Rag ’n Bone man doen denken en de andere keer weer meer aan melancholische filmmuziek, maakt hij waar wat hij belooft: je kunt ook dansen in het donker. Koda begint zijn optreden met wat kleinere liedjes en bouwt dat met zijn band uit tot een groots samenspel van allerlei klanken. Waarbij de wat meer apartere klanken niet geschuwd worden, zoals de jaren ’80 loopjes op de toetsen.
Zijn stem heeft een groot bereik, van kleine hoge tonen, die vervolgens overgaan in een uithaal. Hier en daar zit hij er wel net naast. Maar hij herpakt zich snel weer. Zijn rauwe liedjes over gebroken harten en het gevoel hebben dat je kapotgeschoten ergens achterblijft, raken en brengt hij met allure. Hoewel hij vrij zeker op het podium staat, en de mensen vooraan meekrijgt met de dansbare stukjes, mag dat stukje allure echt nog wel meer. Omdat zijn nummers het juist verdienen om de zaal in geslingerd te worden met open armen. En op net zo’n manier weer ontvangen te mogen worden door het publiek. Voor zijn laatste nummer heeft hij een gast: Gio. Waarbij de soul/pop samen gaat met hiphop en ze zo samen zorgen voor een klapper van een afsluiter.
ManCrush is echt totaal iets anders én een kleurrijke verschijning op het podium. Waar de gitarist in punkkleding verschijnt en de zanger een kleurrijke vintageblouse aan heeft. De vibe past helemaal bij hun muziek. Al gauw klinkt het jaren zeventig orgel, dat snel gevolgd wordt door een doorstampende drum. De stem van de zanger heeft een catchy popsound die bij het eerste nummer een beetje doet denken aan de muziek van DeWolff. In het tweede nummer speelt de band een wat rustiger nummer dat weer de lage tonen van de zanger laat horen en je meer Metallica-vibes krijgt.
Wat in ieder geval snel duidelijk wordt dit optreden: deze band doet aan veel denken, maar heeft vooral een heel eigen sound. Waarbij ze rustigere liedjes kunnen afwisselen met meer seventies bluesrock, en waar ze de andere keer weer totaal los gaan op hun gitaren en over het podium sjezen. Niks lijkt te gek. De zanger doet zelfs een solo op een, jawel, mondharp. Naast dat ze helemaal hun eigen stijl hebben in muziek, hebben ze dat ook zelf. De zanger vertelt dat de band bestaat uit twee jonge vaders die blij zijn dat ze een keer de deur uit zijn, de gitarist die graag de wereld wil verbeteren en hij zelf die het allemaal niet zo goed weet. Even later komt de gitarist hierop terug: "Af en toe is de wereld naar, daarom is het belangrijk dat we lief doen tegen elkaar. En een beetje meer van elkaar gaan houden. Dat doen wij ook heel erg." Voor we het weten worden er in het volgende nummer hartjesballonnen over het publiek uitgestort. En knallen ze nog voor twee nummers de zaal plat met hun eigen sound.
De bandleden van First Wallstreet hebben elkaar leren kennen in een studentenhuis (naar eigen zeggen het smerigste studentenhuis van Nederland) in de Eerste Walstraat. Drie keer raden waar de bandnaam naar verwijst. Ze maken het extra duidelijk door niet alleen een bandje voor hun optreden af te spelen én het nog eens zelf te vertellen: er staat ook een straatnaambord op het podium.
De leden zien eruit als het perfecte schoonzoontype. Door de Westlife-core die ze uitstralen, verwacht je niet dat ze ook echt kunnen rocken. En die verrassing is leuk. Meteen bij het eerste nummer zwepen ze de zaal op en springen vooral de zanger en de gitarist het podium over. Ook deze band heeft veel melancholische teksten. Over gebroken harten en over vroeger. Maar dan wel in een dansbaar jasje. Ze doen denken aan de alternatieve indie rockbandjes van begin jaren 2000, met hier en daar een melancholische en wat hardere ondertoon.
De wat hardere alternatieve rock wordt afgewisseld met af en toe een kleiner liedje. Waarbij de zanger zichzelf tijdens één nummer begeleid met keyboard, gitaar én mondharmonica. Een sterk staaltje vakmanschap dat de hier en daar dissonante samenzang met de gitarist als snel goed maakt. Voor hun laatste nummer splitsen ze de zaal in tweeën, het is tijd voor een moshpit. De zaal volgt gedwee. Ze wachten af, en als de gitaren beginnen te scheuren vliegen de twee kanten naar elkaar toe om vervolgens een kolkend geheel te worden.
Zo wordt de tweede voorronde van de Roos 2026 passend afgesloten. Na drie bands die alle drie weten te raken, maar het publiek zeker niet met een melancholisch gevoel achterlaten. Er is geswingd, gelachen, meegeklapt, er zijn hartjesballonnen en er is een moshpit. Kortom: deze voorronde was een feest.