Het hoogtepunt van de Leidse muziekscene was er op 8 juli weer: Werfpop! In 1982 begon het vrij kleinschalig in het Van der Werfpark. Inmiddels trekt het, dankzij vrijwilligers, artiesten van Leiden tot Niger. Dit jaar koos de organisatie voor mellow en relaxte muziek voor de lome zondagmiddag (33 graden!) met daarnaast opvallend veel Nederlandstalige acts. Ook stonden meerdere acts al eens op Werfpop: Splendid en huisperformer Black Sun Empire kennen elkaar van de editie van tien jaar geleden. Geniet hier na met onze rapportages, hier is deel één van deze hitteplan-editie. Het middagprogramma liep van SKINC tot en met Batmobile.
Loupe
Lekker hangen in dromerige indierock
Het is warm, erg warm in de Leidse Hout en zo vroeg in de middag is het dan ook megadruk bij de yoga en silent disco, die op een schaduwrijke plek onder de bomen plaatsvinden. Waar SKINC op P1 de toeschouwers aan het dansen krijgt ondanks de hitte, is de sfeer rond P2 veel lomer, introspectiever zou je kunnen zeggen. Daar speelt de Amsterdamse band Loupe hun dromerige indierock. Perfect om rustig naar te luisteren op deze zonovergoten festivalmiddag. Bij voorkeur op een schaduwrijk plekje, want met name aan de randen van het festivalveld staat of zit het publiek te genieten van de sterke songs van dit viertal.
Vorige maand verscheen hun debuutalbum ‘Do you ever wonder what comes next?’, waarvan we vanmiddag een flink aantal nummers te horen krijgen. Het stemgeluid van zangeres Julia Korthouwer doet denken aan de zang bij The Mysterons en CHVRCHES. Drummer Annemarie van den Born en bassist Lana Kooper vormen samen een strakke ritmesectie, met grooves om lekker in te hangen. Jasmine van der Waals (die vorig jaar op hetzelfde Werfpoppodium stond met Shishani & Miss Catharsis) zet een veelzijdige gitaarsound neer, met aanstekelijke licks en vette solo’s. Hun sound is sprankelend en fris, maar met een melancholische ondertoon. Uitschieters zijn het ritmisch complexe en opzwepende ‘Lonely dance’, het catchy ‘Caught in the moment’ en het wat langer uitgesponnen ‘Holding me too tight’. “Dit nummer heeft een heel sicke outro,” aldus Julia. En ze heeft niets teveel gezegd: de energieke drumfills en vooral de hypnotiserende gitaarsolo maken indruk.
Terwijl wij nog lekker verder chillen in het gras gaat Loupe in de verzengende hitte alweer op weg naar hun tweede optreden van vandaag, om in Purmerend een ongetwijfeld opnieuw puike show neer te zetten.
Cisly Burcksen
LE MOTAT
Niet in de mat
LE MOTAT! Wat? LE MOTAT! Wie het nog niet kent zal de act na een gesjeesde set niet snel weer vergeten. Het is een zware taak om toeschouwers naar het midden van het veld te lokken in het middaguur, en iedereen schuilt in het beetje schaduw dat de bomen aan weerskanten van het terrein bieden. Het openingssalvo is 'De mat', een iconische collab over de haardracht die drachtig maakt, wat ook werkt zonder ondersteunende artiesten. De bassist en backup vocals worstelen met elkaar tijdens 'Symptomen', met het welbekende idee dat liefde toch eigenlijk wel wat weg heeft van een ziekte.
Het verzoek -met knipoog aan het publiek- om zich allemaal in een dun stukje schaduw aan de zijkant van het podium te wringen als voorbode op het nummer 'Afstand' wordt braaf opgevolgd, alhoewel niet alle zang even goed te horen is. Dan gaan we over op een repertoire dat qua tekst doet denken aan de Bloodhound Gang: puberesk, een vleugje overcompensatie, onverwachte tederheid tussen de grove metaforen. Een zweempje zomerliefde, gemiste flirts met '1 uurtje verliefd', en komisch gefreumel onder de lakens.
Tijdens 'Naar de klote' schieten de toeschouwers te hulp voor de klapsolo, aangezien de zanger dat zelf toegeeft niet helemaal onder de knie te hebben. Daar mag ook nog een applausje voor jezelf overheen om de verwarring compleet te maken. Baldadige liedjes over ballen (consulteer uw straatwoordenboek) terzijde, eindigt de set met 'Gooi jij je kop 's in 't ijs', iets wat helaas geen realistische mogelijkheid is in het bakweer. Het nummer is klaar voor je er erg in hebt, en de dubbele betekenis verzin je er zelf maar bij.
Bas Kleijweg
MAURINO
Heupen en hoop
MAURINO druppelt stukje bij beetje het podium op. Vanaf de kickoff laten de zangeressen zien hoe dynamisch een mensenlichaam kan dansen, terwijl de zanger ons door een stuk reggae regisseert. Bandleden worden voorgesteld, en nu we elkaar kennen kunnen we knallen. Dit energie is pure positiviteit, shirts gaan uit en bier vloeit tussen de toeschouwers. Vibrerende vocals klinken verheugend, alsof het echte feestje nog moet beginnen. De frontman is Chileens van oorsprong, en zijn stemwerk houd het midden tussen chill en chili (oftewel pittig). Het ritme is toegankelijk maar doeltreffend, dus iedere toeschouwer krijgt de kans en de zin om in de maat te springen met een enthousiaste “Ariba!”.
Dan volgt er een sober moment voordat de track ‘En camino’ opstart: met een vers gevallen kabinet spreekt de zanger zijn hoop uit voor een menselijke oplossing voor de vluchtelingenproblematiek, met de rotsvaste overtuiging dat geen mens illegaal is. Na dit bezinnende nummer gaat de feestvreugde waar van start met een basale, schurkende beat die zich in de heupen boort. Alle vocals glijden synchroon over het podium, en het trekt het publiek dichter naar de stage om de bewegingen navolging te geven, van jong tot oud. Maar we zijn nog uitgezwaaid als er een galmende stemfilter op de mic verschijnt en de hele act wordt overgoten met een niet zuinige hoeveelheid electro.
Vooraan bij de hekken staat een held zonder cape het publiek te verfrissen met een supersoaker, en dan is de zomervakantie pas echt aangebroken. Vergeet het voornemen om naar de sportschool te gaan, bij MAURINO kom je met een obligaat door-die-knieën momentje ook aan je squats. Een verschroeiende finale volgt, en de muzikanten winnen het van de hitte, met meer toeschouwers die staan dan zitten. Na de set ben je aan het eind van je Latin, en alhoewel het vast niet de eerste keer is dat die zinsfrase gebruikt is, is recyclen hier meer dan toepasselijk.
Bas Kleijweg
Studio Shap Shap
Exotisch (on)bekend
Vorig jaar kwam Vaudou Game langs, dit jaar is Studio Shap Shap een Afrikaanse Werfpopverrassing. Dit vijftal komt uit Niger en combineert zelfgemaakte traditionele instrumenten met beats en geluidsfragmenten die hun muziek dansbaar maken. Hun teksten zijn op de plaat een mengeling van Frans en Engels, al zijn de meeste nummers vandaag instrumentaal. Ook valt op dat hun nummers veel langer zijn dan in de studio, met vele uitgebreidere solo’s. We horen een hoop onbekende instrumenten: een set met twee drums waar percussionist Maï Douma zich naar vernoemd heeft, de douma (een set met twee drums), een tweesnarige luit die molo heet en een achtsnarige harp: een kindé. Ook de speltechniek is bijzonder: Maï Douma demonstreert zijn kenmerkende techniek door zijn rechtervoet op de drum te leggen om het geluid te dempen. Het schijnt in de jazz soms voor te komen, maar ik had zoiets nog nooit gezien.
Net als eerder bij Maurino (“geen mens is illegaal”) heeft Studio Shap Shap een politieke boodschap over vluchtelingen: ’The otherside’ gaat over migratie van Afrika naar Europa en wordt door pianiste Sakina opgedragen aan “the ones that didn’t make it.” Hun setlist komt helemaal van hun laatste album, ‘Le Monde Moderne’, behalve het slotnummer ‘Merci’. Bij dit laatste nummer is de bezetting heel anders en staan alle muzikanten vooraan op het podium. De glimlachende percussionist Maï Douma verlaat zijn douma en speelt vol overgave op zijn kalangou. Deze ‘sprekende drum’ houdt hij onder zijn rechterarm, hij bespeelt het met een kromme stok. Presentator MC Multiplex verschijnt uit de coulissen en rapt in het Nederlands: “Leiden! Leiden!” scandeert het publiek. De meeste toeschouwers luisteren vanuit de beschutting van de schaduw, maar er wordt ook steeds meer meegedanst. Deze deels exotische klanken verwarmen de publieksharten en bij het laatste nummer worden de bandleden hartstochtelijk toegejuicht. Shap Shap betekent “een taak snel en goed uitgevoerd hebben”; gelukkig klopt alleen het laatste.
Rogier van Nierop
We hebben nog tijd voor twee nummers, dus we doen er nog vijf!
Batmobile
Voel de elektrische energie
Psychobilly is nog lang niet dood. Op het warmste moment van de dag, met de zon vol op het veld, staan de heren van Batmobile op het grote podium om van zich te laten horen.
Wat een energie hebben de mannen. Waar het publiek zichtbaar last heeft van de warmte, gaat de band zo hard dat je bijna zou denken dat het weer wat is afgekoeld. Scheurend op de gitaar staat Jeroen Haamers op het podium te zingen, eerst nog netjes in pak, maar daarna trekt hij toch ook maar zijn jasje uit met de hoge temperaturen.
Dat Batmobile het warm krijgt verbaast niet, want de band neemt geen rust. Nummer na nummer spelen ze met evenveel bravoure en kracht. Contrabassist Eric Haamers houdt het niet bij het spelen van zijn instrument: hij berijdt de contrabas als een paard, zet hem op zijn kop en kust de schedel die bovenop bevestigd zit. De Haamers delen niet alleen een achternaam, maar ook hun vaardigheden: op een gegeven moment wisselen zij van instrumenten en staat zanger Jeroen te klappen op de bas.
Batmobile is een grote naam in de psychobilly scene, een mix tussen punk en rockabilly, en wie bij de set op Werfpop is, snapt dat heel goed. Gehuld in zwarte pakken spelen zij op een hoog tempo harde rockabilly nummers met punkaspecten. Dit is ook bij het publiek te merken, dat ondanks de hitte nog genoeg energie heeft voor een moshpit. In de brandende zon krijgt Batmobile het publiek zo ver om te hossen en te springen, dat is een kunst op zich.
Van stoppen moeten de bandleden niks weten. Aan het einde van de set zegt de zanger “we hebben nog tijd voor twee nummers, dus we doen er nog vijf.” De mannen blijven gaan, blijven spelen en blijven rocken. Met een open blouse staat Jeroen Haamers op het randje van het podium terwijl de bassist rijdend op zijn bas speelt. De drummer kent van geen stoppen en slaat erop los terwijl hij refreinen meezingt. Deze mannen zouden zo nog een set erachter kunnen plakken, en het publiek zou opnieuw enorm genieten.
Maxime Kok