Van museumzaal naar dansvloer: KM@NIGHT brengt kunst en muziek samen
Ondanks de tropische temperaturen hing er in Kunstmuseum Den Haag een ontspannen festivalsfeer vol dj-sets
Met een drankje in de hand dwalen bezoekers donderdagavond door Kunstmuseum Den Haag, waar vanuit de centrale hal lage bassen door het gebouw dreunen. In verschillende zalen staan mensen te praten, te dansen of aandachtig te luisteren naar artiesten die speciaal voor deze avond zijn geprogrammeerd. Tijdens KM@NIGHT x PLAZA en Inter-City verandert het museum voor één avond in iets dat tegelijk aanvoelt als tentoonstelling en clubnacht.
De avond staat in het teken van de tentoonstelling Base Line – Music Meets Art en de release van het album Contrast, dat samen met PLAZA, Inter-City en PIP Records werd ontwikkeld. (Haagse) artiesten maakten daarvoor nieuwe tracks op basis van kunstwerken, instrumenten en geluiden uit de collectie instrumenten van het museum.
Volgens medewerker publieksprogramma Ghamte Schmidt draait het project om een andere manier van kijken naar muziek: “Het feit is dat muziek niet tastbaar is. Tenzij je het dus afdrukt op een plaat. Dat maakt het heel moeilijk. Voor mensen is het heel moeilijk om dat dan daaraan te koppelen aan kunst. Maar het is wel kunst, net zoals theater of net zoals dans en dergelijke. Kunstmuseum Den Haag heeft ongeveer 4000 muziekinstrumenten in de collectie. Dus hoe onbelangrijk is het dan?”
Die gedachte vormt ook het uitgangspunt van de tentoonstelling zelf.
“Het is een tentoonstelling over muziek. Snap je? En niet zozeer dat muziek een tentoonstelling ondersteunt. Dat is het verschil. Dus ook de beelden zijn geselecteerd door de lens van muziek en diens relatie tot het beeld. Niet omgekeerd.” Dat idee is tijdens de avond overal voelbaar. In de ene zaal klinkt ambient, ergens anders wordt gedanst op stevige elektronische sets en tussendoor trekken bezoekers langs vitrines vol instrumenten.
Ook de Haagse muziekscene speelt een belangrijke rol. Vrijwel alle betrokken artiesten, collectieven en samenwerkingen komen uit de stad. “We werken met het conservatorium samen, we werken met HIIIT samen, dat zijn allebei Haagse partijen,” vertelt Schmidt. “We hebben samen met Plaza natuurlijk het album gemaakt, wat ook een Haagse partij is. Dat wordt uitgegeven op PIP Records, dus dat is doordrenkt van Den Haag.”
Volgens dj en producer Sandor Dayala zit die Haagse identiteit juist in de enorme variatie aan sounds: “Het is onmogelijk om Den Haag als sound in zo’n plaat volledig te vangen. Maar er is wel bewust gekozen om alle artiesten te selecteren omdat ze allemaal een bepaalde niche representeren. Je hebt bubbelingtracks, minimal house, ambient, popmuziek, kleinkunst. Ik denk dat je wel kan stellen dat het typisch Den Haag is omdat er zoveel verschillende klanken op staan.”
Voor het album kregen artiesten samples van instrumenten uit het museumarchief. Daarmee maakten zij nieuwe tracks die vervolgens ook onderdeel werden van de tentoonstelling en audiotour.
“We hebben een diverse groep artiesten geselecteerd,” vertelt Dayala. “Iedere artiest kreeg samples uit het museum en maakte daar een eigen track mee. Soms geïnspireerd door een kunstwerk, soms door een instrument. We hebben echt geprobeerd om een hedendaagse weerspiegeling te maken van alle kanten van Den Haag die wij interessant vinden.”
Tegelijkertijd wil de tentoonstelling bezoekers ook bewuster laten nadenken over hoe muziek tegenwoordig wordt beleefd. “Er groeit gewoon een generatie op die minder met een fysieke connectie met het maken van muziek bezig is,” zegt Schmidt. “De meeste mensen zien muziek nu als iets wat in een studio elektronisch wordt opgenomen. En er zijn veel voorbeelden in die tentoonstelling die kunst en muziek samen linken. Dus je leert ook het verhaal achter die instrumenten.”
Terwijl bezoekers langzaam door het museum blijven bewegen en de muziek tot laat door de hal klinkt, vat Ghamte de gedachte achter de avond misschien nog het best samen: “Ik zou heel graag willen dat mensen realiseren dat muziek het dichtstbij is wat we bij het universum komen. Want het is infinite. Op dit moment wordt ergens in de wereld een genre gemaakt waar wij geen weet van hebben. Dat oneindige en die rijkheid daarvan, dat is voor mij belangrijk dat dat overkomt.”