Tiger Really en Passion Mango tonen twee gezichten van melancholie in Willem Twee

Speelse emo steekt af tegen dromerige shoegaze

Willem Twee Poppodium, Tiger Really
  • Jostijn Ligtvoet

Willem Twee Poppodium is vanavond het toneel voor twee unieke bands uit Vancouver, beide bands opereren in de indierockhoek en spelen ieder op hun eigen manier met melancholie. Tiger Really laat het verdriet dansen, terwijl Passion Mango de schemerzone tussen dromerige nostalgische gevoelens en ingehouden spanning opzoekt. De zaal is gevuld met een jong, uitgesproken publiek, dat net zo zorgvuldig nagedacht lijkt te hebben over hun outfits als over hun muzieksmaak.

Tiger Really opent met een set die zwaardere thema’s opvallend lichtvoetig brengt. De band mixt emo, jazz en indierock tot een eigen geluid dat doet denken aan een combinatie van Vampire Weekend en Ben Folds Five. Frontman Lian Shao blijft grotendeels naar binnen gekeerd, terwijl bassist Matthew Sproule het tegenovergestelde doet met zijn bijna acrobatische podiumpresentatie, waarmee hij het publiek moeiteloos meeneemt. Die tegenstelling werkt goed. Waar Shao ingetogen blijft, zorgt Sproule voor energie en dynamiek.

Tiger Really, Willem Twee Poppodium
© Jostijn Ligtvoet Fotografie

Die dynamiek zien we ook muzikaal terug: kronkelende baslijnen en voortstuwende gitaar- en drumpartijen geven de nummers een dansbaar karakter, terwijl de thematiek (liefde, verlies, zelfdestructie) onder de oppervlakte blijft schuren. Het maakt de set minder zwaar, maar juist levendig en eigenzinnig. Helemaal wanneer blijkt dat er tussendoor ruimte is voor luchtigheid. Vragen over welke snacks te eten (een worstenbroodje natuurlijk!) en de uitnodiging om mee te gaan naar de ‘Tiger Really-mansion’ om daar oneindig Minecraft te spelen. Het geeft de band haar charme.

Passion Mango, Willem Twee Poppodium
© Jostijn Ligtvoet Fotografie

Passion Mango kiest daarna voor een andere benadering. Waar Tiger Really speelde met contrasten, kiest deze band voor een meer constante sfeer. Ook deze band uit Vancouver leunt op jaren ’90-invloeden, ergens tussen grunge, shoegaze en indierock. De muziek kabbelt en bouwt langzaam op, met een loom, dromerig karakter en weinig variatie in akkoorden. Perfect voor je brakke zonnige zondagochtend op het strand van Best Kept Secret.

Frontman Connor Wilkinson zingt beheerst, rustige passages worden afgewisseld met stevigere rockmomenten en surfachtige koortjes van de rest van de band. Drummer Zak Windy, die ook bij Tiger Really meespeelde, is soms iets te nadrukkelijk aanwezig, maar geeft de nummers wel de extra kracht die ze soms nodig hebben. De gitaristen krijgen ruimte om hun solo’s uit te bouwen, dicht op het publiek.

Toch blijft Passion Mango wat te veel hangen in die melancholische sfeer. Het is meeslepend, maar mist net de scherpte en speelt te voorzichtig om echt te verrassen. Daarmee vormt de band een duidelijk contrast met Tiger Really, dat juist overtuigt door dynamiek en speelsheid. Samen laten ze zien hoe verschillend melancholie kan klinken, al blijft de set van Tiger Really net wat langer hangen.