Wie zin heeft in een avond vol gevarieerde punkmuziek met harde gitaren en stevige drums moest afgelopen woensdag bij The Cat’s Back zijn, want eerste woensdag van de maand betekent 013-initiatief Cat’s Cult. En als Cat’s Cult in huis is dansen de punkers op tafel.
Het is binnen gezellig en gemoedelijk. maar ook verwachtingsvol. Het diverse publiek, dat bestaat uit jonge studenten tot oudere mannen, heeft duidelijk zin in stevige sets en luide punk. Het mooie is dat iedereen welkom is bij Cat’s Cult, waar je niet met entree betaalt, wel met suizende oren. Aan het begin is de gezelligheid nog vooral buiten te zoeken - waar de muziek overigens flink doordreunt - maar dat is voor de eerste band geen probleem: ook een halfvolle Cat's Back is leuk om voor te spelen.
En die eerste band? Dat is The Mono Kids. Een duo dat er nog voor een noot heeft gespeeld al zelfverzekerd bijstaat. Voor deze Eindhovense garagepunkband is Cat’s Cult kat in ‘t bakkie. Los van elkaar zijn het goede muzikanten, maar in zo'n knusse plek als dit, stralen ze samen pas echt. Het is duidelijk dat ze volledig op elkaar zijn ingespeeld, want het dynamiek tussen de twee werkt goed. Vooral bijzonder is het contrast van denderende drums onder snelle gitaarriffs met Brabantse humor en flauwe anekdotes. Dit zie je vooral wanneer de band een van hun nummers in recordtijd van één minuut probeert te spelen: “Wie houdt de timer bij?”. Deze twee 'kinderen' sluiten af met een hoop kabaal als de drummer zijn bekkens op de dansvloer zet en The Mono Kids samensmelten met het publiek.
Het tweede duo van de avond begint met een opbouw van gitaareffecten en complementaire drums. Ondanks dat ze maar met zijn tweeën zijn, klinkt Ioana Iorgu vol en veelzijdig. Ze weten goed te spelen met de anticipatie van het publiek, en na het losbarsten van de strakke drums, harde gitaarlijn, en het rauwe geschreeuw staat heel The Cat’s Back meteen te headbangen. Dat er weinig interactie is met het publiek is voor Ioana Iorgu duidelijk geen probleem: de band neemt het hele publiek mee door een grungy postpunkgeluid te combineren met een shoegaze-uitstraling, wat leidt tot een intieme en tegelijkertijd rauwe sfeer. Bij het laatste nummer, het nog niet uitgebrachte 'Tears', gaat de band samen met het publiek helemaal los. Net als de kat die het muizen niet kan laten, is het voor iedereen overduidelijk dat muziek in de natuur zit van deze artiesten.