The Black Crowes rocken gestaag verder

Degelijk avondje Southern Rock met voldoende variatie in 013

-
  • Lieven Martens

The Black Crowes maken al meer dan 35 jaar eigenlijk ongeveer dezelfde muziek: op rhythm & blues gestoelde southern rock en scoorde daar hoge ogen mee bij de VPRO Song van het Jaar in 1990 en 1993. Anno 2026 staan ze gewoon twee avonden achter elkaar in 013, prima prestatie, toch? Aan het feit dat het balkon niet open hoeft, kan het misschien iets beter, maar het voordeel daarvan is wel dat het beneden op de vloer wel gezellig druk is. Het daar aanwezige publiek krijgt eerst de uit Nashville afkomstige A Thousand Horses te horen en te zien.

A Thousand Horses: een countryrockband met regelmatig een duister en gevoelig randje die stevig opent met ‘Dead Man Walking,’ de openingstrack van hun laatste album. Verder teksten over ‘sunsets,’ ‘driving,’ en ‘drinking,’ maar ook teksten als ‘I am just a passenger, buckle up, the bad dream is real’ en over stemmen horen als je alleen bent. Voorzien van het gebruikelijke instrumentarium en dito tonaliteiten van countryrock blijkt deze act een goede opener; het viertal pakt niet meteen alle aandacht, maar weet wel de toon te zetten. De goede leadzang van Michael Hobby en de bij tijd en wijle lekker explosieve en altijd solide drummer Nathan Sexton vallen verder in positieve zin op.

Daarna wordt het tijd om ook nog een blik met soul-invloeden open te trekken en komt de band rond de broers Chris en Rich Robinson op. Door te openen met de klassieker ‘Remedy’ laten ze het publiek meteen weten waarvoor het gekomen is. Daarna wordt overgeschakeld op een nummer van het recente album ‘A Pound of Feathers’.  Het lijkt trouwens of de band net wat meer zin heeft in dit nieuwe nummer. Chris vraagt regelmatig of we al overtuigd zijn dat dit een echte rockshow is, om na een kennelijk opstootje ook een ironisch grapje te maken over het seksuele uithoudingsvermogen van hun ouder wordende publiek. We zijn het met hem eens dat je beter seks kunt hebben dan te vechten, ook op een zekere leeftijd.

-
© Joris Linders

Verder is de humor toch niet van de lucht aangezien de Rolling Stones cover ‘Dancing With Mr. D’ aangekondigd wordt als een Jethro Tull/nummer, na gevraagd te hebben of we The Beatles leuk vinden. Na een half uur knallen wordt gas teruggenomen met de ballad 'Nonfiction' van Amorica. Van hetzelfde album wordt ook het epische ‘Wiser Time’ gespeeld, een hoogtepunt met de vele emotionele registers en muzikale vindingrijkheid. Alleen krijg je niet de indruk dat er veel gejammed wordt deze avond, wat tegen de live-reputatie van de band ingaat. Jammer, want eigenlijk is voor echte rockrebels een beetje buiten de lijntjes van de bekende songs kleuren juist cool. 

-
© Joris Linders

Halverwege de set krijgt Chris een korte pauze van leadzang-verplichtingen en zingt Rich de Velvet Underground-cover ‘Sweet Nuthin.’ Direct daarna wordt onder leiding van Rich weer doorgerockt met een stevige versie van ‘My Morning Song’ van The Southern Harmony and Musical Companion. Natuurlijk zingt iedereen ‘Hard To Handle’ mee, en een gevoelig nummer als ‘She Talks to Angels’ van hun eerste album mag ook niet ontbreken.

-
© Joris Linders

Bij de toegift ‘Three Button Hand-me-Down,’ een favoriete afsluiter van de band, betuigen The Black Crowes weer eer aan één van hun inspiratiebronnen, The Faces. Die laatsen deden bij dat nummer eigenlijk hetzelfde aan Soul Brother Six. Tsja, zelfs rebellen staan in een traditie. The Black Crowes is zelf natuurlijk ook een belangrijke naam in het genre geworden, en bewijst deze avond dat zij nog steeds trots de fakkel van de decenniaoude rocktraditie mag dragen. Een show met genoeg afwisseling en creativiteit binnen de Americana en southern, soulvolle rock, die boeit.

-
© Joris Linders