Als dan eindelijk de beat van ‘The Message’ door de zaal dreunt en Scorpio het podium op wandelt mét rugzak, horen we voor het eerst een hele track, en geen snippet! En dat acapella einde: "Don’t push me ‘cause I’m close to the edge…”. Ze vullen elkaar naadloos aan, alsof ze dat al sinds 1979 doen.
Daarna gaat het los: ‘Apache (Jump on It)’ brengt het hele publiek in beweging. Onze muscle memory van Just Dance 3 op de Wii neemt het over, en Melle Mel gooit zijn shirt uit om z’n biceps te showen. Scorpio gaat full messias met een zaklamp boven zijn hoofd en bewijst maar weer: “Always bring your own spotlight, girls”. We zien hem met duffelbag, rugzak, nepfles champagne (met handvat?) en lichtshow tegelijk. Is het een hiker? Een profeet? Een scout? Nee. Een ware hiphoplegende.
Dan het onvermijdelijke slotstuk: ‘Rapper’s Delight’. De baslijn van ‘Good Times’, een choreografie à la The Jackson 5, en een zaal die verandert in één kolkende meltingpot. Zelfs achter de bar gaan de telefoons omhoog en worden alle lines naadloos meegerapt. Tijdens het nummer eert Master Gee de afwezige Big Bank Hank en Wonder Mike — een oprecht moment tussen al het spektakel. Ze nemen het applaus in ontvangst als vijf wassen beelden uit Madame Tussauds, trots en standvastig. Daarna wéér een gekke twist: Bon Jovi en Eurythmics in de blender. Het is een clubnacht, theatershow en nostalgiefeest ineen. Weinig vernieuwend - vooral nostalgisch - maar vernieuwing hebben deze meesters volgens ons ook niet nodig.
Wie dacht dat hiphop dood was, heeft donderdagavond niet opgelet. Terwijl Netflix-series als The Get Down en Hip Hop Evolution het genre op docuniveau tillen, laten deze mannen zien dat het ook anders kan: met glitter, goud, zweet en een vuist in de lucht. Het mag dan een cabaretshow met ego’s lijken (en dat is het ook) maar tussen de grappen, subjectieve hiphopfeiten, toeters en bodybuildposes door zat iets echts: de geest van hiphop. mét spierballen.