South of Heaven sluit af met een dag vol grof gitaargeweld
Battlejackets, camouflagebroeken, moshpits en vooral een hoop mensen die nog één keer alles mogen geven
Voor sommige mensen betekent South of Heaven letterlijk het tegenovergestelde van de hemel. Voor de bezoekers van vandaag absoluut niet. Op het terrein verzamelt zich een kleurrijke mix van battlejackets, camouflagebroeken, zwarte bandshirts en mensen die vooral één gezamenlijk doel hebben: nog een laatste dag genieten van harde muziek. Overal zie je bekenden elkaar begroeten, terwijl op de mainstage de eerste zware gitaren al klinken. Nog voordat de eerste band het podium betreedt hangt er een sfeer die je eigenlijk alleen op metalfestivals tegenkomt. Gemoedelijk, luidruchtig en bovenal gezellig.
Wie dacht de laatste festivaldag rustig te kunnen opstarten, komt bedrogen uit. Rectal Smegma krijgt de eer om de eerste bezoekers wakker te schudden en doet dat zonder enige vorm van terughoudendheid met hun grindcore. Vanaf de eerste seconden vliegen de blastbeats, diepe grunts en loodzware riffs je om de oren.
Het mooie aan zo’n openingsact is dat je direct weet waar je aan toe bent. Ook wie nog met een lichte nasleep van de vorige dag op het terrein rondloopt krijgt daar nauwelijks de kans voor. De band zet een muur van geluid neer die als een soort muzikale wekker over het terrein dendert. Niet per se de meest toegankelijke muziek van de dag, maar daar lijkt niemand zich druk om te maken. Voor de liefhebbers is het precies wat ze hopen te horen en voor de nieuwsgierigen is het meteen een introductie tot de extremere kant van het genre.
Waar Rectal Smegma vooral inzet op pure chaos, brengt Flotsam and Jetsam een flinke dosis klassieke thrash metal naar het festival. Het is misschien precies het beeld dat veel buitenstaanders van metal hebben: lange haren, zwarte kleding, razendsnelle gitaren en een bak ervaring waar je u tegen zegt.
Toch werkt het uitstekend. Juist omdat de Amerikanen al zo lang meedraaien voelt de show nergens geforceerd. Alles lijkt vanzelf te gaan. De riffs vliegen terwijl het publiek zichtbaar geniet van de combinatie van snelheid en herkenbaarheid. Dit is het soort band dat niet hoeft te bewijzen hoe goed ze zijn. Dat hoor je vanzelf wel.
Tussen al die vertrouwde thrash energie door verrassen ze ook met een nieuw nummer, wanneer ze ‘Rats in the Temple’ inzetten, afkomstig van het aankomende gelijknamige album. Het publiek lijkt het nummer nog niet helemaal te kennen, maar dat maakt weinig uit, het wordt gewoon meegedragen op dezelfde snelheid en energie als de rest van de set. De eerste echte pitjes ontstaan voor het podium en langzaam begint South of Heaven op gang te komen. Waar mensen eerder nog rustig rondliepen, zie je nu steeds meer hoofden synchroon op en neer bewegen.
Met Death to All wordt het terrein merkbaar drukker. De band krijgt vanaf de eerste noten veel reactie uit het publiek en bouwt de spanning rustig op met een dreigende intro voordat alles volledig losbarst. Hier ontstaan de eerste crowdsurfers van de dag en dat voelt ergens als een kantelpunt. Vanaf dit optreden lijkt het festival echt op stoom te komen. Overal om je heen zie je mensen headbangen, meeschreeuwen en elkaar de pit in trekken.
Muzikaal zit het optreden sterk in elkaar. De technische kant van death metal wordt gecombineerd met voldoende agressie om ook de minder technische luisteraar mee te krijgen. Het resultaat is een set die zowel indrukwekkend als ontzettend energiek aanvoelt.
In de Fons Stage staat vervolgens A Knight Under Maria’s Altar klaar. De band brengt een geluid dat duidelijk meer richting hardcore en metalcore leunt. Het zorgt automatisch voor een wat andere sfeer dan de bands ervoor. Het publiek heeft even nodig om erin te komen, maar zodra de eerste breakdowns voorbij komen ontstaat er toch beweging voor het podium. De pits worden iets agressiever en de energie verschuift merkbaar.
Helaas lijkt het geluid de band niet altijd volledig te helpen. Sommige details verdwijnen wat in de mix en dat is jammer, want juist deze groep heeft muzikaal veel interessante lagen. Ondanks dat blijft de intensiteit overeind en weet de band een solide optreden neer te zetten.
Septicflesh arriveert alsof ze rechtstreeks uit een mythologisch verhaal zijn gestapt. Vanaf de eerste noten wordt duidelijk dat dit een van de meest imposante acts van de dag gaat worden. De Grieken combineren zware metal met symfonische invloeden en creëren daarmee een geluid dat zowel groots als dreigend aanvoelt.
Een van de hoogtepunten binnen die bombastische set is wanneer de band ‘The Vampire from Nazareth’ inzet. Het nummer voelt live nog groter en zwaarder dan op plaat en wordt door het publiek duidelijk herkend, wat zorgt voor een extra golf aan energie voor het podium. Het publiek reageert direct enthousiast. Crowdsurfers verschijnen steeds vaker boven de menigte en de pitten worden groter.
Wat vooral opvalt is de dynamiek binnen de muziek. De combinatie van brute kracht en melodische elementen zorgt ervoor dat de set constant blijft verrassen. Ondanks een vervelende pieptoon die af en toe door het geluid heen sluipt blijft de show indrukwekkend overeind. Het voelt alsof fantasy, horror en pure metal gedurende een uur samensmelten tot één grote ervaring.
Maar dan is het tijd voor wat regionale trots. De mannen van Trenchwar uit Heerlen weten de tent opvallend goed te vullen en krijgen al vroeg veel steun vanuit het publiek. Wat hun optreden zo sterk maakt is de vanzelfsprekendheid waarmee alles gebeurt. Geen overdreven showelementen, geen ingewikkelde fratsen. Gewoon het podium op lopen en goede metal spelen. En soms is dat precies genoeg. De band lijkt volledig ontspannen en laat de muziek het werk doen. Het publiek reageert enthousiast en binnen korte tijd ontstaan er meerdere pitten verspreid door de tent. Trenchwar bewijst dat je geen internationale naam hoeft te zijn om indruk te maken op een festival als dit.
Op papier lijkt Corrosion of Conformity misschien de band waarbij je denkt aan oude lullen-metal. Cowboyhoeden, grijze baarden en een flinke dosis ervaring. Maar zodra de eerste nummers ingezet worden blijkt dat beeld veel te simpel. De Amerikanen brengen een mix van southern rock, stoner en metal die verrassend energiek uitpakt. Vooral de baspartijen zijn enorm aanwezig. Niet alleen hoor je ze, je voelt ze letterlijk door je lichaam heen dreunen.
Het publiek lijkt de band gaandeweg steeds meer te waarderen. Wat begint als nieuwsgierigheid verandert langzaam in enthousiasme. Tegen het einde van de set staat vrijwel iedereen mee te bewegen. Een van de grotere verrassingen van de dag.
The Fifth Alliance zorgt vervolgens voor een compleet andere sfeer. Waar veel bands vandaag vooral inzetten op snelheid of agressie, kiest deze Nederlandse groep voor opbouw, spanning en atmosfeer. De uitstraling van de band sluit daar perfect bij aan. Er hangt iets mysterieus rondom het optreden. Soms bijna ritualistisch.
Muzikaal beweegt de band zich tussen post metal, sludge en zware rock. Dat vraagt iets meer aandacht van het publiek, maar levert ook een unieke ervaring op. Niet iedereen lijkt volledig meegezogen te worden in het optreden, maar degenen die dat wel doen krijgen een indrukwekkende show voorgeschoteld. Misschien komt het optreden iets minder uit de verf dan we onlangs in Volt zagen, maar dat doet weinig af aan de kwaliteit van de muziek zelf.
Als er één optreden vandaag de definitie van grof geweld vertegenwoordigt, dan is het Cavalera wel. Vanaf de eerste noten ontstaat er beweging in het publiek. Niet een beetje beweging, maar complete chaos. Binnen enkele minuten vliegen de moshpits open, verschijnen overal crowdsurfers en wordt uit volle borst meegezongen. De broers Cavalera putten daarbij rijkelijk uit Chaos A.D., het iconische album dat ze ooit met Sepultura maakten. Nummers als 'Refuse/Resist' en 'Territory' blijken decennia later nog altijd moeiteloos een festivalweide in beweging te krijgen.
Wat de broers Cavalera zo bijzonder maakt is dat ze erin slagen om extreem zware muziek toegankelijk te maken voor een groot publiek. Natuurlijk blijft het hard. Heel hard zelfs. Maar tegelijkertijd zit er een energie in die ontzettend aanstekelijk werkt. Het speelwerk is strak, het samenspel tussen de bandleden indrukwekkend en de bas dreunt tot diep in je borstkas door. Dit is het soort optreden waarbij je na afloop niet alleen moe bent van het kijken, maar ook van het voelen.
Dan is het tijd voor de afsluiter. Black Label Society betreedt het hoofdpodium met een uitstraling die perfect past bij hun reputatie. Lange baarden om jaloers op te worden, grote versterkerwanden, imposante podiumaankleding en natuurlijk de aanwezigheid van Zakk Wylde zorgen ervoor dat het optreden direct groots aanvoelt.
Vanaf de eerste nummers blijkt waarom deze band de afsluiter van de dag mag zijn. De gitaarsolo’s zijn bijna absurd goed, de energie blijft hoog en het publiek eet uit de hand van de band. Wat vooral opvalt is hoeveel plezier er van het podium afspat. De bandleden lachen naar elkaar, zoeken constant contact met het publiek en lijken zichtbaar te genieten van elk moment. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk. Voor het podium wordt gecrowdsurft alsof er morgen geen dag meer bestaat en zelfs rondom de fotopit verzamelen zich mensen die nog een laatste keer willen meegenieten. Misschien niet de meest extreme band van de dag. Misschien niet eens de hardste. Maar wel een afsluiter die precies begrijpt wat een festival nodig heeft om het publiek tevreden naar huis te sturen.
South of Heaven bewijst opnieuw dat het festival een vaste plek binnen de Nederlandse metalagenda verdient. De programmering biedt ruimte aan verschillende subgenres, de sfeer blijft de hele dag ontspannen en de bezoekers zorgen voor precies dat gevoel van gemeenschap waar metalfestivals om bekendstaan.
Het is uiteindelijk precies wat een goed metalfestival moet zijn: hard, gezellig, een beetje smerig, soms compleet absurd en vooral ontzettend leuk. Voor liefhebbers voelt het als thuiskomen. Voor nieuwkomers als een bijzonder warm welkom in een wereld die vaak veel vriendelijker blijkt dan de muziek doet vermoeden.