Son Mieux maakt van Amare een dansvloer

“Den Haag, ik wil met je dansen baby”

.
  • Leontine van der Elst

De band Son Mieux speelt drie shows in thuisstad Den Haag. Met nieuw album 24 Hours op zak verandert de avond al snel in een collectieve viering van alles wat rommelig is en juist daarom werkt.

De avond begint met Min Taka, het project van de Turkse zangeres Yasemin Koyuncu. In een half uur zet ze een dromerige, licht elektronische set neer die langzaam maar zeker de aandacht naar zich toe trekt. Het publiek is nog in beweging: drankjes halen, plekken zoeken, maar laat zich toch al voorzichtig meeslepen. Er wordt geklapt, hier en daar gedanst, maar vooral aandachtig geluisterd.

De keuze om zowel Engelstalig als Turks repertoire te spelen, werkt goed. Juist die twee Turkstalige nummers brengen even een andere kleur in de set, waardoor het geheel nét wat meer blijft hangen. Het publiek reageert enthousiast, al voelt het nog als een opbouw. Alsof iedereen weet: dit is nog maar het begin.

.
© Mia Jiayin Fan

In de Concertzaal van Amare is het inmiddels warm en druk. Het publiek is opvallend gemixt: twintigers die zich richting het podium begeven, dertigers en veertigers die iets meer afstand houden. Geen nichepubliek of afgebakende scene, maar gewoon een afspiegeling van Den Haag die komt opdagen en er zichtbaar zin in heeft.

Meteen raak

Son Mieux verspilt geen tijd en opent energiek met ‘When tomorrow comes 11:12’, het eerste nummer van 24 Hours. Geen opbouw, geen voorzichtig aftasten, maar meteen vol erin. De band staat er en dat voel je. Al na het eerste nummer volgt luid applaus.

.
© Mia Jiayin Fan

De set leunt sterk op het nieuwe materiaal, dat draait om het omarmen van een rommelig, onvoorspelbaar leven. Live krijgt dat thema iets lichts. Waar het op papier nog groot en bijna filosofisch klinkt, voelt het hier vooral als een uitnodiging om los te laten en mee te bewegen.

Muzikaal zit het goed, heel goed. De percussie stuwt, de blazers geven warmte en de synths vullen zonder te overheersen. Alles grijpt in elkaar op een manier die vanzelfsprekend aanvoelt. Het maakt de show toegankelijk en meeslepend, zonder dat het ingewikkeld hoeft te worden.

Wanneer bassist Timo Prins naar voren stapt, wordt dat direct beloond met luid gejoel en applaus. Het zijn van die momenten waarop de band en het publiek elkaar moeiteloos vinden.

.
© Mia Jiayin Fan

Even later volgt een van de hoogtepunten van de avond: tijdens ‘Dark before the dawn’ stapt violiste Maud Akkermans naar voren voor een duet. Het nummer groeit, krijgt meer diepte, en even lijkt de zaal collectief stil te vallen. Tot het applaus losbarst - luid, langdurig en volledig verdiend.

Wat vooral opvalt, is hoe consistent de energie blijft. De set beweegt soepel van moment naar moment, zonder echt in te zakken. Misschien zit de verrassing niet in scherpe wendingen, maar juist in hoe moeiteloos alles doorloopt.

Dansen zonder nadenken

En dan valt alles op z’n plek. “Den Haag, ik wil met je dansen baby,” klinkt het vanaf het podium. Wat volgt is geen subtiel opgebouwde finale, maar een collectieve ontlading. Mensen zingen mee, bewegen zonder na te denken en laten zich volledig meeslepen. Hier verdwijnt elke behoefte om er nog iets van te vinden. Dit is geen moment om te analyseren, maar om erin mee te gaan.

Aan het einde van de avond blijft vooral dát gevoel hangen. Niet zozeer dat je iets totaal nieuws hebt gezien, maar dat je onderdeel was van iets dat klopte. Een band die precies weet hoe ze een zaal moet lezen en hoe ze die vervolgens in beweging krijgt.

.
© Mia Jiayin Fan
.
© Mia Jiayin Fan