De Britse band Knives wil niets weten van een stilstaand publiek. “Step the fuck forward!” schreeuwt zanger Jay Schottlander richting het publiek in het Koorenhuis nog voordat het eerste nummer begint. De toon is gezet: dit wordt complete, maar gecontroleerde chaos.
Knives onderscheidt zich niet alleen door explosieve energie, maar vooral door een ongrijpbare sound. De band schakelt moeiteloos tussen rock, electro, rap en noise aangevuld door een bandlid op de saxofoon. Vooral de scheurende saxofoonpartijen trekken de nummers telkens open. Knives klinkt rauw, ongepolijst en tegelijkertijd opvallend dansbaar.
Al bij het tweede nummer klinkt het commando: “Split in half!”, waarna de zaal zich direct opent voor een wall of death. Gitaristen springen over het podium alsof iedere beweging ingestudeerd is, terwijl de zanger zijn microfoon door de lucht slingert en uiteindelijk zelf het publiek induikt. Bezoekers lanceren zichzelf zonder aarzeling het publiek in, vertrouwend op de deinende mensenmassa beneden.
De zaal blijft zichzelf verder opfokken. “The energy in the room is unreal, let’s keep it fucking up!” schreeuwt de frontman, waarna de hele zaal tegelijk de lucht in knalt op een oorverdovend “HEY!”. Zelfs bandleden van andere acts verzamelen zich nieuwsgierig langs de zijkant van de zaal.
Toch verliest Knives nooit echt de controle over het publiek. Na meerdere slopende moshpits checkt de zanger oprecht of iedereen nog overeind staat. Maar lang bijkomen zit er niet in, want vrijwel meteen volgt alweer: “It’s that fucking time again! Wider! Further back!”
Met een onverwacht verrassingsnummer sluit Knives af alsof alle energie definitief uit de zaal is getrokken. Daarna maken ze nog snel een foto met een bezweet, uitgeput en euforisch publiek. Precies zoals een Sniesteravond hoort te eindigen.
Een draaikolk aan mensen ontstaat zodra de band “Start spinning!” roept. Al snel vliegen het bier en de gitaren door de lucht.