Het noiserock-meets-hardcorecollectief Coilguns bestaat uit gelijke delen nietsontziende razernij en zachtaardige vriendelijkheid. In de Grolsch Zaal van PAARD zoeken de Zwitsers voortdurend de balans tussen liefde en gewelddadige catharsis.
Tussen geweld en liefde
Zodra iedereen binnen is, verwelkomt Coilguns frontman Louis Jucker de zaal met: “We want everyone to feel happy, and angry, and safe, and welcome, and sweat together.” Daarmee vat hij de avond eigenlijk direct samen. Wat volgt is mitrailleurachtig gitaargeweld, beukende drums en ronkende bas, terwijl Juckers gepijnigde stem overal dwars doorheen snijdt. Al tijdens het eerste nummer wordt duidelijk dat Jucker geen onderscheid maakt tussen podium en zaal. Hij brengt minstens zoveel tijd door tussen het publiek als bij zijn bandleden. In aerodynamische skinny jeans springt hij op het drumstel, kruipt hij als een omgekeerde spin ruggelings over het podium en laat hij zich vervolgens door de zaal dragen.
De muziek schiet constant heen en weer tussen intense hardcore-uitbarstingen en uitgestrekte soundscapes. Jucker benadrukt hoe belangrijk het juist nu is om samen te komen, ondanks de staat van de wereld. Om samen leuke dingen te doen en hoe bijzonder het is dat dat hier kan. De boodschap lijkt aan te komen bij een groepje toeschouwers recht voor het podium, dat extatisch blijft ronddansen en springen. Ondertussen voert het viertal de energie steeds verder op. Gitarist Jona Nido zwaait zijn gitaar als een strijdbijl boven de steeds groter wordende cirkel voor het podium, waar het publiek zich volledig uitleeft. Aan het eind van dit collectieve zuiveringsritueel werpt Jucker zichzelf nog één laatste keer het publiek in. In de armen van een toeschouwer schreeuwt hij zijn laatste woorden, terwijl zaal en band volledig in elkaar lijken op te lossen.
Gitarist Jona Nido zwaait zijn gitaar als een strijdbijl in de rondte voor de steeds grotere, uitzinnig dansende cirkel voor het podium