Roodkapje breekt open op de Keileweg
Van expo tot moshpit: een opening die uit zijn voegen barst
Menig Rotterdammer herinnert zich de Keileweg als een grimmige, ongezellige plek waar tegenover de Praxis kunstenaar Joep van Lieshout toevallig een klein vastgoedimperium heeft. Daar is nu verandering in gekomen. Met de nieuwe locatie van Roodkapje in West heeft het industriegebied er een kleurrijke nieuwkomer bij. En dat vierden we afgelopen zaterdag.
Het begint gastvrij: iedereen zonder kaartje is tussen zes en acht welkom op de expositie. Naast de kaartjes lag er ook nog een gastenlijst, en voor je het weet staan er binnen meer mensen zonder plaatsbewijs dan er buiten in de rij staan. Vervolgens moeten helaas alle kaartloze mensen om acht het pand verlaten. Ten onder gaan aan je eigen succes bij de opening van je nieuwe pand is eigenlijk een droom die uitkomt. En ga er maar aanstaan: iedereen persoonlijk uitleggen dat ze de regen moeten trotseren als er geen stempel of bandje rond de pols te vinden is.
Een hoopvol idee is dat de behoefte aan dit soort plekken groter is dan het aanbod. Tenzij dit het nieuwe normaal is voor Roodkapje. Daar gaan we maar niet van uit, want als er één ding is waar ze in haar geschiedenis goed in is geworden, is het inspelen op veranderende omstandigheden. Het programma begint en wij zijn de gelukkigen die erbij mogen zijn.
De opening in de bovenzaal geschiedt door de burgemeester van Delfshaven. Een once in a lifetime moment: wie erbij was, zal er altijd bij zijn geweest, zal altijd toebehoren tot de selecte groep mensen die erbij was, en specifiek niet tot de groep die er niet bij was, zo wordt meermaals benadrukt. Dat Delfshaven sinds de annexatie door Rotterdam in 1886, die tevens het ontslag van jhr. Frédéric van Citters inhield, geen burgemeester meer heeft, lijkt hier van ondergeschikt belang. Geen bijzaak: het 15-meter lange contract dat getekend wordt, en vervolgens uit het raam naar beneden wordt gedrapeerd.
Aan Library Card de eer om de opening muzikaal in te luiden. Hun allereerste show was een try-out in het oude Roodkapje, wat dit optreden extra speciaal maakt. Dan schijnt Iggy Pop ze ook nog eens getipt te hebben bij de BBC afgelopen week. Nog meer bijzaken? Nou, de helft van het publiek die de regen in moet om toch hun kaartje te valideren, de andere helft die via een zijdeur naar buiten of binnen moet, en een derde deel mag helaas helemaal niet blijven. Dat is inderdaad één helft te veel, want de capaciteit van het nieuwe Roodkapje wordt flink op de proef gesteld. Enig chagrijn ligt op de loer, ware het niet dat Library Card een band is die ook vanaf een net te laag podium iedere luisteraar in het moment op laat gaan. Het ene moment grijpt je naar de keel, het andere laat je zuchten van herkenbaarheid, en nog een moment later is iedereen dat gedoe met polsbandjes, stempels, en in de regen staan al helemaal vergeten.
Hadden we al over het lage podium geklaagd? Want met de geringe lengte van frontvrouw Alicia van The Sweet Release Of Death moet je echt flinke kuiten hebben om ver genoeg op je tenen te kunnen staan. Zodra ze begint met spelen, krimpen alle lange mensen met een groot hart ineen en krijgen we toch een doorkijkje. Voor zover er nog een restje onvrede aanwezig was, is die inmiddels volledig weggeblazen. Alles wat je wilt voelen is toegestaan, zolang het maar kan concurreren of samenvallen met het nietsontziende geluid van dit drietal. Op het moment dat verlossing het meest dichtbij komt, omarm je het leven het hardst, zegt men waarschijnlijk in meer recensies over deze band. Als er nog zwakke plekken of geluidslekken gemist zijn tijdens de verbouwing, komen die nu sowieso aan het licht.
‘I think you’re a sight for sore eyes’, mogen we meezingen van de Turkse altpopqueen in the making Min Taka. Sore eyes is een overstatement, maar na het gitaargeweld van Library Card en The Sweet Release of Death zijn onze redacteuren van dienst wel toe aan iets poppy’s. Gelukkig heeft Min Taka een aantal heerlijke anthems onder de arm. Anthems voor bi-girlies, zwoele jazzy anthems in het Turks, anthems over oogtesten en drum and bass anthems in het Engels. Verfrissend hoe ze lekker in de autotune leunt, af en toe speels gebruik maakt van de vervorming van haar stem, maar hem ook veelvuldig links laat liggen om haar eigen vocale kwaliteiten ruim baan te geven. Zoals een veelzijdige popzangeres in dit tijdperk betaamt. Haar optreden is een feestje, zoals deze hele avond nu ook steeds meer begint aan te voelen. Zelfs Madonna’s Abba-tribute ‘Hung Up’ komt nog even voorbij. Gimme, gimme, gimme meer Min Taka!
Een vuig potje shoegaze kan natuurlijk niet ontbreken vanavond, en precies dat wordt verzorgd door Loveth Besamoh. Doordat de deur continu openzwiept is het best koud binnen, en hier en daar zien we wat mensen die tot nu toe hun jas aan hebben gehouden. Zodra Loveth en zijn band de eerste met effecten overladen klanken uit de speakers laten blazen, wordt de sfeer intenser en krijgen we het al gauw warm. De eerste moshpits op de Keileweg worden opengetrokken en iedereen duikt er maar wat graag in. Wanneer gitarist Devon ook nog gaat crowdsurfen, kunnen we wel stellen dat dit gebouw goed en wel is ingelijfd.
Roodkapje mag dan wel net zijn ingetrokken, dat hoeft nog niet te betekenen dat dat gebouw niet meteen afgebroken mag worden (spreekwoordelijk gezegd). M.U.G. nam het stokje moeiteloos over van Loveth en dreef het nog verder op. Niemand is veilig voor de aanzwengelende draaikolk van ledematen. We vallen en helpen elkaar omhoog. Een verzoek aan het publiek vanuit de band: als het even kan, zou iemand zanger Croes kunnen helpen met het uittrekken van zijn broek? Die is inmiddels doorweekt door bier, en gezien inmiddels alle kou uit het gebouw is geslagen, kun je net zo goed in je onderbroek optreden.
Terwijl de optredens in de andere zalen in volle gang zijn, transformeert het Anarchief in een schaduw-expo. Tussen de installaties in de zijvleugel bouwen Lui Surreal, Trevoga en sp3llxlocket en dromerige danswereld van licht en duisternis. Op de deprimerende houtlook tegels van het Roodkapje bijgebouw ontvouwt zich een compromisloze choreografie. In drie bedrijven verweven de acts een rauwe sensualiteit met vervreemding (van onze natuur) in een (over)prikkelende trip. Industriële beats worden kracht bijgezet door rook, stroboscopen en koortsachtige projecties. Terwijl de schaduwen op de muren dansen, wordt het publiek meegetrokken in en overrompeld door het spektakel. Een intense beleving; wegkijken is geen optie.
Na de aanval op de zintuigen die de avond tot nu is geweest, waarbij de rij voor de bar steevast precies dragelijk genoeg blijkt, is het tijd voor de nacht. Het nieuwe Roodkapje transformeert zich razendsnel tot dampende clubzaal. Als expositieruimte en poppodium in één, zijn dit soort momenten vaak de lakmoesproef die moet uitwijzen of avant-garde kunst ook nog een feestje kan zijn. Aangezien tegenwoordig, zeker voor de hier nog steeds aanwezige groep nachtbrakers, geen enkele toon passé hoeft te zijn, draait het nu om één vraag: kun je hier op bewegen? Met de Tiktok-dansjes en post-corona knaldrang nog vers in het spiergeheugen is het antwoord: doe vooral wat je niet laten kunt. Dat credo omarmen zowel Camy Huot, Guenter Råler en DJ Shahmaran. De overgebleven redactieleden zijn inmiddels enigszins redelijk beneveld, dus een uitgebreide analyse van hun sets zal helaas uit moeten blijven. Het enige wat ons bijgebleven is: het werkt als een trein. Het brandalarm dat ergens halverwege afgaat gooit bijna roet in het eten, maar bevestigt vooral hoe aan deze shit is.
Roodkapje, gefeliciteerd met jullie nieuwe plek!