Ritueel zonder ademruimte: Nynke Laverman overweldigt in OAK
Voorstelling biedt weinig ruimte voor lichtheid of ontsnapping
In Stadsschouwburg De Harmonie presenteert Nynke Laverman met OAK een voorstelling die zich moeilijk laat vangen als simpel concert. Wat ze neerzet, voelt als een ritueel, als een ceremoniële ervaring waarin het publiek wordt meegenomen in een bezinning op de relatie tussen mens, natuur en zichzelf.
Vanaf de opening, waarin Laverman een sprookjesachtig verhaal vertelt over een oude eik die tot de mens spreekt, zet ze direct de toon. De thematiek van de voorstelling (verbinding, gezien worden en onze omgang met de natuur) is vrij zwaar en wordt consequent doorgevoerd. Op het centrale projectiescherm verschijnen beelden van zonlicht, vogels, water en nachtelijke bosdieren, waarvan de oogjes nieuwsgierig oplichten. De eik vormt daarbij het visuele middelpunt; eerst herkenbaar als houtstructuur en later als abstracte lichtbron waaruit deze vervormde natuurbeelden voortkomen.
De vormgeving is sterk en doordacht. Het podium is bijna naakt: instrumenten, techniek en zelfs de filmprojector blijven zichtbaar. Alsof niets verborgen hoeft te worden. De cirkel van houtsnippers en Lavermans kostuum versterken het organische geheel. Alles klopt visueel en draagt bij aan de wereld die ze tijdens haar show neerzet.
Muzikaal beweegt OAK zich tussen uitersten. Verstilde, dromerige passages, waarin Lavermans loepzuivere stem alle ruimte krijgt, wisselen zich af met intense uitbarstingen van gongen, stroboscopisch licht en repetitieve, soms bijna keelzang-achtige klanken. Die overgangen voelen als een bewuste artistieke keuze, maar werken niet altijd in het voordeel van de beleving. Ze halen je uit de concentratie en doorbreken de roes die juist zo zorgvuldig wordt opgebouwd.
Die overdaad zit niet alleen in het geluid, maar ook in de taal. Poëtische teksten in zowel het Engels als Nederlands volgen elkaar op, vaak repetitief van aard. Het verschil tussen het gesproken en gezongen Engels valt daarbij op en draagt bij aan een gevoel van fragmentatie. Ideeën, stijlen en vormen stapelen zich alsmaar op, waardoor de voorstelling af en toe verstikkend aanvoelt.
Technisch is er zeer weinig aan te merken op Lavermans stem. Haar bereik is indrukwekkend en haar controle bewonderenswaardig. Tegelijkertijd is die controle hier ook haar valkuil. Waar de voorstelling inhoudelijk schuurt en confronteert, blijft haar vocale uitvoering opvallend gepolijst. De rauwheid die je verwacht bij zulke thematiek, over verbinding, emotionele veiligheid en onze omgang met de natuur, blijft grotendeels uit.
Het publiek ondergaat de voorstelling zichtbaar. De zaal is muisstil, alsof iedereen zich bewust is van het rituele karakter van de avond. Alleen wanneer Laverman het publiek betrekt, als één koor of in wisselzang, ontstaat er even een gevoel van collectiviteit.
Er zijn meerdere momenten waarop OAK echt raakt. Nummers als Leaf Lyts Jonkje en Dat It Der Al Is brengen broodnodige verstilling en vooral dat laatste liedje snijdt dwars door de kern van een herkenbaar gevoel: de voortdurende drang naar meer en hoe makkelijk we daardoor aan het geluk van het moment voorbijgaan. Na afloop verlaat het publiek de zaal stil en enigszins beduusd; dit schouwspel moet verwerkt worden.
OAK is geen toegankelijke voorstelling en biedt weinig ruimte voor lichtheid of ontsnapping. Wat Laverman neerzet is intens, zwaar en doordacht tot in detail. Voor wie zich wil onderdompelen in een rituele, zintuiglijke ervaring is OAK een indrukwekkende voorstelling.