Reflectie en beweging op Transition Festival 2026

Begin van de Utrechtse lente wordt gevierd met bekende fenomenen en ontluikend talent

-
  • Koen Voors
  • Kasper de la Rie

Terwijl de lente loert en maart zijn staart roert, is het ook tijd voor de negende editie van Transition Festival. Net als voorgaande jaren resulteert dat in een vol en divers TivoliVredenburg, zowel qua muziek als publiek. Transition staat bekend om het feit dat het een breed gecureerd programma heeft, waar niet alleen gevestigde jazzartiesten maar ook veel opkomende acts een podium krijgen. Zo komt de breedte van het genre goed naar voren; standards zijn onmisbaar, maar zonder improvisatie is er geen jazz.

-
Trygve Seim Quartet
© Arnoud Roelfsema

Terwijl de middagzon straalt, is de Grote Zaal ondergedompeld in een zacht paars licht. Het eerste optreden daar is het Noorse Trygve Seim Quartet. Het publiek ziet eerst echter een strijkkwartet dat Trygve Seim heeft ontdekt tijdens een skivakantie, waarmee hij wel moest optreden en zo geschiedde. Het resultaat is prachtig strijk- en tokkelwerk terwijl Seim op saxofoon begeleidt. Na een nummer maakt het strijkkwartet plaats voor het geprogrammeerde kwartet met als gast de Noorse trompettist Mathias Eick. Seim en Eick hebben al vaker samen opgetreden: de chemie is voelbaar, naadloos vullen ze elkaar aan. Ze laten zien dat Scandinaviërs, en zeker de Noren, hofleveranciers zijn van een soort losse jazz die folk, melancholie en romantiek soepel combineert. Seim geeft veel ruimte aan zijn medemuzikanten en staat veel toe te kijken hoe zijn uitgebreide ensemble ieder hun solo uitvoert. Jammer om zijn saxofoon wat minder te horen, maar lang kan je hier niet over sikkeneuren zodra de glimlach op zijn gezicht zichtbaar wordt; hij geniet van dit allemaal. Op het einde van de show is de zaal vol verlicht en wordt het kwartet uitgebreid met het eerdere strijkkwartet. Zo gaat de eerste show in de Grote Zaal van een kwartet naar een elftal, Seim kon zich gewoon niet inhouden.

Met het volle programma is het logistiek aanpoten om alle acts te kunnen zien. Door de spreiding van de acts door het speelse gebouw is het soms ook zoeken voor het publiek. Behoorlijk wat bezoekers kijken wat vertwijfeld rond, afvragend waar ze nou moeten zijn en welke kant dat dan op is. Op sommige momenten kan het daarom erg druk zijn. De logistieke situatie bij de Rabo Open Stage maakt dit pijnlijk duidelijk. Hoewel het een van de vijf officiële stages van het festival is, heeft het toch wat weg van een treinstationpiano-optreden. De aangrenzende garderobe, doorlooproutes en de rij voor de roltrap maken het een duiventil.

Bij een act zoals NOHMI zorgt deze drukte van deze stage ervoor dat hun experimentele composities niet tot hun recht komen. Zeker als de stem als klankinstrument wordt ingezet, kan het een intensiteit bereiken die de zintuigen wat overrompelen. Als de hal meer tot rust komt, lukt het de groep echter om met deze stem en blazers een dromerig gevoel te creëren. Het nummer ‘Elephant Clouds in the Playground’, geïnspireerd op een olifantvormige wolk, laat de luisteraar op momenten wegvoeren. Het kleine podium maakt het voor het ensemble wel wat passen en meten. Het is bewonderenswaardig hoe het NOHMI lukt om zes muzikanten, inclusief vibrafoon, drums en vleugel een plek te geven.

-
NOHMI
© Arnoud Roelfsema

Ook het Ludvig Søndergaard Sextet moet het stellen met de Rabo stage. De band verspilt geen seconde en steekt meteen op noodtempo van wal met snelle drumfills, shreddende saxofoon en een walking bass die hierna wel wat blarenpleisters kan gebruiken. Melodieus gezien vinden er vaak bijna contrapuntische ééntweetjes plaats tussen de verschillende solisten, waarbij telkens een ander koppel gevormd wordt. Soms verstilt het sextet tot een bijna drone-achtig, fluweelzachte soundscape waarbij fluit en sax zachtjes huilen terwijl de anderen een onheilspellend kabbelende, bijna industriële drone aanhouden. Deze nerveuze spanning in het samenspel zorgt soms voor licht ongemak bij het publiek, waarbij de muzikanten almaar verder en verder de dissonantie opzoeken, tot het eigenlijk nét niet meer lekker is. In plaats van al die opgebouwde spanning netjes ‘op te lossen’ door weer terug te keren naar harmonieus samenspel, is de gekozen oplossing meer dan eens het juist ritmisch samenkomen, in plaats van melodisch. Een spel tussen dissonantie en ritmiek is de rode draad in de set die ze ten gehore brengen. En ondanks dat ze de fysieke ruimte dus niet echt mee hebben, krijgen ze zeker richting het einde het publiek steeds verder betrokken in hun haast postmodernistische clash van klanken.

-
Ludvig Søndergaard Sextet
© Arnoud Roelfsema

Dominique Fils-Aimé toont de kracht van Transition Festival: de breedte en variatie van de jazzscene laten zien. De vocaliste start met het opbouwen van een drone soundscape die langzaam door trompet wordt overgenomen. Ze mengt rhythm & blues, soul en een randje rock door de elektrische gitaarsolo’s. Het resulteert in een spannende show die continu versnelt en vertraagt. Volgens Fils-Aimé deelt zij met zang eenvoudigweg een liefde voor muziek die zij wil delen met iedereen: ” Let’s share frequency as everything is frequency, emotions, love and music. ”

Als het Moosey Trio haar opvolgt is er uitloop met de soundcheck en start het publiekelijk gemor. Met een enkel grapje zorgt het Berlijnse trio direct voor ontlading: ” Thank you guys for the chill soundcheck. ” Het Moosey trio doet duidelijk hun eigen ding. Met de combinatie van toetsen, bass en drums ontstaat een geïmproviseerde trance waarin jazz, hiphop en elektronica samenkomen. Op sommige momenten lijkt het haast op een alternative hiphop-productie, om dan over te gaan in ambient. Het trio sluit af met een indrukwekkende drumsolo waarbij de bass- en snaredrums nog lang in de oren blijven nasuizen.

-
Ami Taf Ra
© Arnoud Roelfsema

Ook Ami Taf Ra zweeft onder begeleiding van een geroutineerde band en met esoterische oosterse melismen in haar zang over het podium. Ze wordt op de voet gevolgd door opzwepende percussie en syncopen vanuit de contrabas. Aan de boodschap die ze half in tekst en half in klankkleur via de microfoon de zaal in brengt, is duidelijk af te horen dat ze al jaren een nomadisch bestaan leeft. “Dit is de albumpremiere”, legt ze in het Nederlands met een licht accent uit, wanneer de instrumenten om haar heen even zwijgen. Ze blijkt voor het eerst in vijftien jaar weer terug in het land waar ze ook een tijd gewoond heeft. Haar set bestaat uit lange stukken, waarbij de zangeres het podium over danst in haar bijzondere uitdossing, een gewaad met lange touwen die de impressie van uitbundig gevlochten hoofdhaar in felle kleuren geeft. Met lange, dynamische uithalen doorsnijdt ze de almaar hyperactievere ritmes van de drummer en bassist, terwijl de toetsenist haar heftige pianosolo’s afwisselt met meer zwoele synthgeluiden. Het voelt als filmmuziek voor een avant-gardistische Arabische speelfilm, waarbij je via de lange spanningsboog van haar muziek rechtstreeks getransporteerd wordt naar de zetel van de diaspora.

Vanaf het eerste nummer van zijn set de Cloud Nine slaakt Tyreek McDole slaakt meteen een dusdanig lange uithaal met enorm volume, dat zijn aanwezigheid tot op vlieghoogte is aangekondigd. De zaal zit aardig vol en dat blijft zo tot het einde van het optreden, in tegenstelling tot het publiek bij sommige andere acts. Tussen de nummers door predikt de zanger rustig maar beslist dat het verbeteren van de huidige staat van de wereld moet beginnen vanuit het verbeteren van onszelf. Met deze boodschap en met zijn moddervette, soms bijna klassieke uithalen vanuit de borststem en vele onorthodoxe vocale effecten op basis van ademhaling en mondklanken krijgt hij het publiek al snel op zijn hand. Midden in de set doen de pianist en hij een duet waarbij je werkelijk een spelt kan horen vallen in het publiek, daar waar vlak daarvoor nog gejoeld werd om de opzwepende drumsolo van het vorige nummer. In het nummer wat daarop volgt gebruikt McDole een vocoder waarmee het stuk een haast afrofuturistische klank krijgt. Steeds sneller en neurotischer spelen ze, waarbij het publiek langzaam maar zeker gehypnotiseerd lijkt te worden. Aan het einde zitten zelfs de aanvankelijk meer onderuitgezakte mensen op de stoelen rechtop en boppen ze volop mee.  

-
Tyreek McDole
© Arnoud Roelfsema

Transition Festival 2026 heeft wederom getoond waar het sterk in is: ons perspectief op jazz laten ontwikkelen. Met een goede balans tussen gevestigde namen en jong talent is het een festival waar de jazzscene zich gewillig laat ontdekken. 

Gezien: Transition Festival, zaterdag 29 maart 2026 @ Tivolivredenburg, Utrecht