Bij jazz denkt men doorgaans aan een stijl die uit een eerdere tijd komt. Iets van vroeger, iets dat van fundamentele invloed was op allerlei moderne genres. Met nadruk op was. Waar kan jazz nog heen als het vernieuwende aspect ingehaald is door diezelfde vernieuwing? Precies die vraag krijgt vanavond in Rotown een paar mogelijke antwoorden.
QUANZA
Van tevoren doen we uiteraard ons huiswerk, desondanks staan we met onze mond vol tanden. Op hun plaat klinkt QUANZA als een veelkoppig groovemonster, maar ze zijn toch echt maar met z’n drieën. De grenzen van wat drums, bas en gitaar (allemaal in enkelvoud) klaar kunnen spelen, worden op zeer dansbare wijze opgeschoven. Het zichtbaar soepele samenspel en de technische kunde druipen van het podium af. Wie aangekondigd wordt als de liefdesbaby van Jimi Hendrix en N.E.R.D., heeft wat te bewijzen, en het is des te indrukwekkender hoe soepel QUANZA dat afgaat.
The Ensemble of Cultural Approximation (T.E.C.A.)
In een eerder interview gaven de bandleden aan dat ze geen jazzcomposities meer wilden schrijven, en wie het resultaat hoort, moet concluderen: goed idee. Héél af en toe worden we door de wirwar aan ideeën zo overrompeld dat we niet meer zeker weten of we dit nog muziek vinden. Sicke aanpak, maar het werkt een beetje op de zenuwen. Die momenten zijn gelukkig schaars en worden ruimschoots goedgemaakt door de andere kant van de medaille. Want meestal is het gewoon belachelijk vet, ook al springen de instrumenten en samples van de hak op de tak. Je hebt af en toe werkelijk geen idee wat er gebeurt, maar je weet wel dat het echt héél leuk is. Dat effect wordt versterkt door organische tempowisselingen die voelen als het nemen van een halfpipe op je sokken. Dat gevoel van bovenaan de eerste helling van een enorme achtbaan. Maar dan minutenlang, meerdere keren, in één nummer. Normaal zijn we zuinig met het woord adembenemend.
VAAGUE
Waar T.E.C.A. besluit de grenzen van wat jazz kan zijn te verleggen door hun instrumentarium absurd origineel in te zetten, pakt VAAGUE het anders aan. Een purist vindt er wellicht wat van dat het niet 100% live is, maar het valt niet te ontkennen dat het knap is wat deze Brusselaar doet. Een aantal componenten van het drumstel dienen als samplepad. Op een gegeven moment legt hij gewoon maar even uit hoe het zit: de computer doet allemaal dingen, legt daarmee het skelet van een track neer, en Antoine Pierre improviseert de rest er live omheen. Niet dat iemand behoefte had aan uitleg. Na T.E.C.A. is niets te gek en lijken de drum-and-bassgerelateerde elektronische escapades van VAAGUE des te toegankelijker. Wie had van tevoren gedacht dat je zou staan raven op een jazzevenement? Wij in ieder geval niet.