Quiet Bloom en Floris Kegel houden het allesbehalve rustig in Simplon
Quiet Bloom toont zich klaar voor het echte werk, Floris Kegel kiest zijn eigen weg

Aan het eind van een regenachtige donderdag in september is de Bovenzaal van poppodium Simplon de plek om je even goed mee te laten voeren met muziek. Het Groningse Quiet Bloom en de Haarlemse band rond Floris Kegel pakken dat ieder op hun eigen manier aan. Waar Quiet Bloom indruk maakt met stevige gitaren, een krachtige stem en zichtbaar speelplezier, zoekt Kegel het juist in eigenzinnige indierock, humor en een flinke dosis theatrale energie.
Opkomend Gronings talent
De jonge alternatieve rockband Quiet Bloom opent de avond sterk met 'Maniac'. Met dit nummer won de band begin dit jaar de voorronde van de Kunstbende Groningen. Die overwinning bracht het vijftal in juni naar de landelijke finale van het Kunstbende Young Creators Festival 2026 in de Melkweg in Amsterdam.
‘Maniac’ laat meteen horen waar de kracht van Quiet Bloom ligt. Een gitaarriff zet rustig in, waarna het nummer gestaag wordt opgebouwd richting een refrein waarin zangeres Yinthe van Schaik voluit kan gaan. Haar krachtige stem krijgt alle ruimte tussen de vaak effectvolle gitaren.
Als frontvrouw staat Van Schaik als een huis. Ze beweegt energiek over het podium, zoekt contact met het publiek en lijkt bij iedere uithaal volledig de controle over haar stem te behouden. Die energie slaat niet alleen over op de zaal, maar ook op haar bandleden. Tijdens ‘Kindness Is A Gun’ springt gitarist Julian Tillema enthousiast over het podium. Bij het daaropvolgende nummer krijgt hij ook gitarist Floris Kooij mee in zijn enthousiasme.

Na elk rustig intro is het weer wachten op het moment waarop de gitaren beginnen te razen, de drummer nog wat harder op zijn losgeslagen ride cymbal begint te slaan en de zangeres opnieuw haar stembanden oprekt. Voor de afwisseling wordt soms naar halftempo geschakeld door de drummer of mag een van de twee gitaristen zich opmaken voor een gitaarsolo. Na tien nummers, met als tiende het krachtige ‘Don’t Grow Tired’, lijkt de band er een einde aan te breien. “Unless you want one more song?” klinkt het vervolgens vanaf het podium. Na een korte blik van de zangeres op het horloge om de pols van de gitarist zetten ze toch nog een nummer in als afsluiter.
Als je de band zo samen ziet spelen, zou je niet denken dat ze nog maar een jaar bij elkaar zijn en eigenlijk nog maar weinig hebben opgetreden met eigen werk. De band staat strak en weet duidelijk wat ze met hun nummers willen. Het is daarom vooral wachten op een eerste release van deze veelbelovende jonge muzikanten. Of eigenlijk: hopen op meer optredens, want Quiet Bloom is een band die je vooral live wilt zien.
Eigenzinnige indie
Na Quiet Bloom is het podium aan Floris Kegel. Iets meer dan een maand geleden stond hij nog in een andere Groningse zaal, VERA Downstage. Vanavond speelt hij, als onderdeel van het donderdagavondprogramma Simplon UP, in de Bovenzaal van Simplon, waar hij met zijn band opnieuw zijn eigenzinnige indierock laat horen.
Kegel put daarbij veelvuldig uit zijn tweede album, het conceptalbum john put his dog down again, dat vorig jaar verscheen. Opener ‘Jaimy’ zet direct de toon: vrolijke akkoorden worden gecombineerd met een hoge, nét niet zuivere kopstem in het refrein. De zang is niet altijd even trefzeker, maar juist daarin zit ook de charme van Kegels slaapkamerindie.
Muzikaal valt er ondertussen genoeg te beleven. Naast de vrolijke akkoorden bespeelt Floris bij het tweede nummer een omnichord en zijn fuzzpedaal komt op veel nummers terug. Dat zorgt soms voor een groot contrast tussen de rustigere en hardere nummers.

Tijdens nummers en tussenstukken is het soms bijna alsof je naar een comedyact kijkt, mede door de mimiek en de woorden van Kegel. Hij legt zijn hoofd op de schouder van zijn gitarist, gaat op de grond liggen en loopt halverwege het concert doodleuk van het podium met de woorden: "That was it, I’m sorry." Ook een intro dat eindeloos wordt herhaald om het publiek op het verkeerde been te zetten, hoort bij zijn arsenaal.
Kegel lijkt vooral volledig zichzelf te zijn. Of juist niet. Voor zijn nieuwste conceptalbum kruipt hij namelijk in de huid van John, een door hemzelf gecreëerd personage, die ook binnen de band de rol van frontman vervult. Waar precies Floris ophoudt en John begint, laat hij bewust in het midden.
Voor de afsluiting kiest Kegel voor een rustiger moment. Zonder de hardere gitaren speelt hij het nummer dat hij naar eigen zeggen het liefst speelt: ‘Aimy-Lee’. Het nummer, dat in de verte doet denken aan de band Neutral Milk Hotel, heeft genoeg charme om nog een keer voorbij te komen. Toch voelt het binnen een set van nog geen vijftig minuten wat overbodig om hetzelfde nummer tweemaal te spelen.
Een concert van Floris Kegel draait niet uitsluitend om zuivere zang of muzikaal vakmanschap, maar net zo goed om de ervaring die hij op het podium creëert. Wie meegaat in zijn energie, krijgt een show waarin muziek, humor en performance voortdurend door elkaar lopen.
Waar Quiet Bloom vooral laat zien dat het als jonge band klaar is voor grotere podia, bewijst Floris Kegel dat een concert ook een belevenis kan zijn. Twee totaal verschillende manieren om een zaal in beweging te krijgen, maar op deze regenachtige donderdagavond vullen ze elkaar verrassend goed aan.





