Ploegendienst Festival maakt de werkvloer sexy met alle soorten house en techno

Festival speelt in op alle danceverlangens van Bredanaren

-
  • Diesel Lammerse
  • Teddy Montfrooij
  • Emelie Willemsen

Dat het een ander terrein is, dat zie je wel meteen, maar de sfeer van de Galderse Meren is gewoon een-op-een meeverhuisd naar het Backer & Rueb-terrein. Het is een zwoele zaterdag waarop Ploegendienst er alles aan doet om Breda te laten dansen. Om dat te faciliteren, staat er een line-up die we kennen van het festival: een groot aanbod waarbij zowel Europees nationaal én lokaal house-, en technotalent een prominente plek krijgt op de poster. Tijd om wat overuren te maken aan de Speelhuislaan.

Klokslag 13:00 wordt er gewerkt aan het opwarmen van de dansvloeren. Lurdu springt recht uit onze DJ-lijst, de knalrode veerman stage in. Normaal zie je deze drijvend op het water maar hij staat nu stevig aan de grond, wat het vandaag de Engine Room maakt. Deze stage zet lokaal en ijzersterk talent (waaronder de dj-wedstrijd winnaars), letterlijk in het zonnetje. Vandaag ontstaan hier nieuwe ervaringen, met bekende gezichten. De speelse house tunes van Lurdu geven de zon en de rode cabine een stem. 

-
© Luuk Landkroon

De minimalistische house-openingsset van Bjolf en Boy Miguel komt direct tot zijn recht in de rauwe hallen van de oude papierfabriek, waar het Amsterdamse collectief/label VBX ook dit jaar weer een stage, The Warehouse, host. Dat juist Bjolf, programmeur van Ploegendienst, samen met Boy Miguel, een van de gezichten achter VBX, de stage opent, benadrukt de band die Ploegendienst en VBX hebben opgebouwd. Terwijl de zon af en toe door het open dak van The Warehouse breekt, druppelen de eerste bezoekers binnen. Nieuwsgierige festivalgangers blijven al snel hangen, aangetrokken door de locatie én de meeslepende minimal house. 

Een dikke, warme wolk valt over de Warehouse als de techhouse-georiënteerde baslijnen vanuit de speakers door de ruimte heen suizen. Het meesterlijke funktion one geluidssysteem dat VBX heeft meegenomen naar Ploegendienst vertaalt glashelder het vinyl naar de lichamen van het publiek. Alexia Glensy houdt haar plaatjes goed schoon en dat hoor je. Haar mix; feilloos en het plezier in haar kunst; aanstekelijk. De hi-hats spelen tafeltennis door een zee van reverb en houden het bovenlichaam bezig terwijl haar atmosferische ondertonen de heupen laten swingen. 

-
© Luuk Landkroon

Nadat een stroomstoring de energie letterlijk uit de Engine Room slurpt, kan Angelo de Leeuw AKA AnG enkele minuten later alsnog beginnen. Vrijwel direct klinkt door de speakers IJSLAND met het bevel: "En nu ga je dansen klootzak". Een effectieve wake-upcall die de elektriciteit weer terug in het publiek blaast. De gehele dansvloer kijkt elkaar smerig aan, terwijl hij kundig disco met techno blend. Het zou niet moeten werken, maar het lukt de beste man toch. Hij straalt lef uit. In diep contrast met zijn uitbundige muziek staat hij nonchalant en geconcentreerd achter de decks. Het is noodzaak, deze tunes móeten volgens hem gedraaid worden. Het gemak waarmee hij draait, is niet verrassend: als langdurige collega van Ploegendienst voelt hij zich hier duidelijk thuis. Aan het eind van zijn set klinkt als punt achter de zin een bekende uitspraak voor mensen die op de hoogte zijn van alle internetgekkies: “Wat had ik nou gezegd! Angelo!” 

De samenhorigheid van deze set sijpelt door naar de Bluf Werkplaats die zich pal naast de Engine Room begeeft. Geen vermelding op de timetable, wel een vriendengroep die zich moeiteloos beweegt tussen hiphop, jungle en funkyness. Ze nodigen bezoekers uit om vooral mee te spelen op hun terrein, bestaande uit spijkerbroekhangen, een kruiwagenrace en zelfs een tandem waarmee over het terrein gefietst wordt. De autoradio wordt op standje doof gezet, met een dj booth waar de draaitafel letterlijk uit het dak van een afgetrapte Fiat blaast. Het voelt hier eigenzinnig en brutaal. En als je dan in het donker staat voor die springende auto, voelt het eerder alsof je op een rave van je beste matties bent dan op een grootschalig festival. 

-
© Luuk Landkroon

Met zoveel keuze is het lekker dat de stages dicht bij elkaar liggen. Je hoeft maar om de hoek te kijken om een andere sfeer of sound mee te pakken. Op sommige plekken mengen de sets zich daardoor ook hoorbaar met elkaar, maar dat doet weinig af aan de ontdekkingstocht. 

De hijskraanhaken aan het geraamte van de oude fabriek slingeren je ondersteboven, zo tussen de blauwe containers de Dockyard in. Openers Youz & Mattisou breken daar met hun Detroit house de stilte van de ochtend en laten zien wat we hier kunnen verwachten± een oldskool-geluid bestemd voor een nieuw publiek.  Helaas werkt het gebouw niet mee om de opwekkende beats van Sentiiz & Innsane hiernaast bij de Factory ervan te weerhouden om onder je oordoppen te sluipen. Hun hoge energie maakt de drang om 200 kg te benchen moeilijk te weerstaan. Rammende synthriffs zullen de gehoorbescherming noodzakelijk maken om goed aan het werk te kunnen in de Factory. 

Francesco del Garda neemt het publiek mee terug naar de kern van house, met hints vanuit veel verschillende stromingen uit de elektronische muziek. Zijn ervaring straalt ervan af wanneer hij moeiteloos vinyl aan elkaar ritst. Halverwege wordt zijn set experimenteler en wat ingewikkelder. Toch weet hij de dansvloer goed vast te houden, met dank aan  een rode draad,gevormd door zorgvuldig gekozen breaks en spanningsmomenten. 

-
© Luuk Landkroon

De start verloopt wat stroef bij afsluiter Walt bij The Engine Room. Een groot deel van het publiek heeft zich inmiddels verplaatst naar de grotere stages, waardoor het even duurt voordat de dansvloer op gang komt. Ondertussen lijkt de boodschap om het geluid een tandje harder te zetten te zijn aangekomen. De set begint stevig en verschuift gaandeweg richting funky dubstep. Die afwisseling werkt goed en zorgt ervoor dat de laatste energie van het festival nog één keer wordt aangesproken. Een passend slot van The Engine Room, met genoeg knallers om het weekend dansend af te sluiten.

Een artiest waar de liefhebber op heeft staan wachten, trekt haar enorme platentassen open. De Spaans-Luxemburgse Ogazón is nogal een  contrast met voorganger Francesco, en knalt meteen heerlijke bongo’s in.  Speels, denk je eerst, maar niemand had verwacht dat deze instrumenten zo sexy kunnen klinken. Wat ze meeneemt beweegt op een fluide wijze tussen techno en house.  Zweterig en dreigend ademen haar ondertonen recht door de dansende lichamen. Er is geen andere manier om haar muziekkeuze te omschrijven dan sexy. Niemand kan ontsnappen aan haar hi-hats  die je als metronoom ieder beat mee laat dansen. Contrast, vaardigheid en liefde komen samen bij een artiest die ons maar al te goed weet te charmeren. Een waar talent uit de Benelux. 

Als de laatste bassen uitsterven en de fabriek langzaam leegloopt, zit de ploegendienst erop. Het eenmalige industriële terrein veranderde in een bruisende werkvloer vol house en techno. Met ruimte voor lokaal talent en een breed muzikaal aanbod bewees het festival dat een dag hard werken ook gewoon uit dansen kan bestaan. De enige toeslag die uitbetaald zal worden is spierpijn.