
Wat een traktatie. Vanavond treedt in de bovenzaal van het Arnhemse poppdium Luxor Live een groep van uitstekende muzikanten op met een repertoire dat je waarschijnlijk nog nooit live gehoord hebt. Begin oktober bracht Naamu, de band rondom bassist en componist Teun Creemers, in samenwerking met Marokkaans multi-instrumentalist Aziz Ozouss hun nieuwe album Tamazgha uit dat ze vanavond spelen. Verbazingwekkend genoeg niet voor een heel groot publiek, want de kwaliteit is dusdanig dat de gróte zaal uitverkocht had mogen zijn.
De band Naamu - wat ‘ja, ik luister’ betekent - kennen we al een tijdje. Bandleider Creemers uit Arnhem combineert als componist en bassist jazz met groove en traditionele West-Afrikaanse stijlen. In 2023 bracht hij het album Naamu uit, een samenwerking met muzikanten uit Nederland, Guinee, Mali en Burkina Faso. Dat album werd genomineerd voor een Edison Award. Deze zomer stond de band op het Valkhof Festival in Nijmegen tijdens de Vierdaagsefeesten.
Afgelopen jaar is Naamu een samenwerking aangegaan met de Zuid-Marokkaanse muzikant Aziz Ozouss, een gerenommeerd artiest in eigen land die diep geworteld is in de Amazigh-traditie. Samen zoeken de bandleden van Naamu (naast Creemers ook drummer Tuur Moens, gitarist Jelle Roozenburg en gastmuzikant Jesse Schilderink op saxofoon) met Ozouss de grenzen op tussen jazz en Zuid-Marokkaanse muziektradities.
Ozouss brengt kennis mee over stijlen als Rwaiss en Isemgan en beheerst naast zang traditionele instrumenten als de ribab en de lothar. Het wederzijdse leerproces van het afgelopen jaar staat centraal en mag benoemd worden: ‘Ook als wij op het podium staan, zoals nu, leren we nog’, zegt Creemers. ‘We hebben zo ongelooflijk veel van deze samenwerking opgestoken dit jaar en dat doen we bij elk samenspel nog steeds.’ Hun nieuwe album Tamazgha is opgenomen in de Hiba Studio in Casablanca.
Tijdens de eerst gespeelde nummers vertoont het geluid in de kleine zaal van Luxor Live nog wat kuren. De muzikanten kijken onder het spelen vragend naar de geluidsmensen, maar de problemen houden nog even aan. Moeilijk te negeren, ook voor het publiek. Aan de muzikanten ligt het echter niet — die spelen alsof hun leven ervan afhangt en je oren beginnen te klapperen door het vernuft van de nummers en de ongelooflijke kunde op bas, drums, gitaar en ribab. Ozouss gebruikt zijn stem met zoveel subtiliteit en skill dat hij zowel tragiek als uitbundige feestelijkheid met overtuiging brengt. Daarnaast speelt hij onder meer de snaarinstrumenten lothar en ribab en percussie. Af en toe legt Ozouss of Creemers iets uit over de intentie of het ontstaan van een nummer, waardoor we enig inzicht krijgen in de muzikale kruisbestuiving van hun afgelopen jaar.
Als je een nieuwe taal leert, duurt het in het begin even om woorden als losse onderdelen in de zin te onderscheiden. Ver vóórdat je zelf mee kunt praten, begin je enige patronen te horen. Zo kan het natuurlijk ook met muziek als deze zijn. Je hoeft niet alle maatsoorten mee te kunnen tellen om van van de muziek te genieten. Diverse mensen in het publiek bewegen vanavond op diverse manieren op de maat, alsof ze allemaal iets anders horen. Je kunt er niet omheen, dit zal voor sommige mensen als ‘ingewikkelde muziek’ klinken. Maar juist doordat het die complexiteit heeft, verrast het bij elke wending in het nummer als een malle, Het wordt met zoveel precisie en kunde gespeeld dat het staat als een huis.

Allemachtig, die fingerlicking geavanceerde loopjes op de bas, de magische trukendoos van drummer Moens (geef die man een lintje) of het fijn subtiele en organische spel van gastmuzikant Schilderink op sax. En gitarist Roozenburg niet te vergeten, die een smakelijke strakheid en schoonheid aflevert waar je u tegen zegt. Natuurlijk, je kunt het zien als bijna intimiderend goed (het publiek bleef aanvankelijk ook enigszins op afstand, bijna als verlegen jongeren op een schoolfeest), maar dit is zo’n prachtige nieuwe muzikale taal om te leren dat het zonde zou zijn om niet een póging tot onderdompeling te doen. Je weet niet wat je mist.
Dat we dit hebben, based in Arnhem, dat is iets waar we als stad trots op mogen zijn. Het bereikt al de liefhebbers, waardoor het mooie intieme concerten biedt, maar het zou de grote zalen mogen uitverkopen. Het is wellicht moeilijk te categoriseren muziek, en Amazigh is nog niet een culturele traditie waar veel mensen in het publiek tot nu mee bekend waren, maar daardoor staat de uniciteit van het vanavond gespeelde repertoire als een paal boven water. Vreemd, maar wel heel lekker. Dit als resultaat van die wederzijdse kennismaking van culturen, het ongoing etnografische en muzikale leerproces over en weer en die onalledaagse samenklank van Afrikaanse en westerse instrumenten biedt óns ook een leermoment als muziekliefhebber en burger.
Rest deze recensent hier vooral nog te concluderen dat je Naamu echt moet gaan zien als je de kans krijgt. Je gaat er rijker vandaan. Je hersenen zijn je dankbaar voor elke verrassende wending die je nog niet eerder hoorde, je oren zullen je dankbaar zijn voor het toffe samenspel van bekende en onbekendere instrumenten. Kies niet voor de gemakkelijke weg, want dat pad is al lang en breed uitgesleten. Hier is veel meer te beleven.





