Leiden zonder Werfpop is als een zomer zonder zonneschijn. Stralende gezichten, dus, op 9 juli 2022 in de Leidse Hout: ons festival is terug! Wat in 1982 vrij kleinschalig begon in het Van der Werfpark, is in de 40 jaren daarna met vele vrijwilligershanden uitgebouwd tot een festival met internationale uitstraling. Oké, vandaag staan er misschien iets minder ‘grote’, buitenlandse namen op het affiche. Maar muzikaal is er genoeg te genieten en ontdekken. Beleef het (nog eens) mee, met onze reportages. Hier deel één: het ‘middagprogramma’.
Zuster Zonnebloem
Woodstocksfeer bij uitstek
De aftrap van het festival dit jaar werd verricht door Zuster Zonnebloem. Zuster Zonnebloem mogen we al bijna Leidse locals noemen; ze waren dit jaar winnaars van de Nobel Award en speelden op de laatste Clubavond. De band is met hun psychedelische jarenzeventigrock bij uitstek geschikt om een Woodstocksfeer te creëren.
Ze beginnen met een daverende drumsolo op een veld dat nog te leeg is voor zo’n grote act. Als derde nummer spelen ze een nog te verschijnen single voor de eerste keer live. Er zit een verrassend en ritmisch tussenstukje in dat klinkt als een spiritual, waarbij de zangeres als eerste haar teksten zingt en de gitarist en drummer dit als een koor herhalen. Het klinkt prima. Gitarist Rick van Loon, snel en superstrak in zijn solo’s, speelt met een voortdurende glimlach om zijn mond. Zangeres Hanne Brunekreeft leunt voortdurend met één been op een monitor en zingt met hart en ziel. De drummer en de bassist spelen goed, maar brengen net wat minder energie dan bij eerdere optredens. Visueel is het onderlinge contrast groot: op drums, bas en gitaar drie langharige en bebaarde Vikingen (die zo op elkaar lijken dat ze wel eens voor elkaar aangezien worden) en de frêle zangeres. Het laatste nummer eindigt met haar prachtige uithaal. Hoe zullen de volgende gangen smaken na zo’n lekkere muzikale appetiser?
Rogier van Nierop
Black Tarantula
In de vierde versnelling
Black Tarantula spint Nederkraut, maar is ook geschikt voor de Autobahn of eindeloos op cruise control door Arizona. Louter instrumentaal en met Hammond-orgel centraal sjeest het drietal in de vierde versnelling en dan weer in z’n achteruit. Invloeden van garage zorgen ervoor dat het geheel ondanks de eclectische invalshoek lekker ongekunsteld klinkt.
‘Basement Creeper’ springt eruit met de leidende rol van het orgel. Je auto raakt ook te water zodra de surfrock boven komt drijven. Lange nummers dwingen je de muziek aandachtig te ontleden. Het slotnummer is met een bluesy bruggetje een pronkstuk. Mondiaal en niet in een hokje te plaatsen, maar wel het vernoemen waard dat dit Leidenaren zijn.
Bas Kleijweg
Cosmic Debris
9 op de schaal van Richter
We steken van Black Tarantula over naar P1 voor stadsgenoten en mede genre blenders Cosmic Debris. De band heeft onlangs een album als een meteoriet gedropt en de relaxte rockers trakteren ons op een potje psychedelica zonder opsmuk. Driftige drums lokken een leger aan alto’s. De zang mocht alleen wel ietsje harder worden afgesteld tijdens de eerste nummers. Na een vlugge fix komt de oerkracht van de zang tot zijn recht.
Tijdens het verloop van de set begint de zon te stralen, maar de heren nemen geen genoegen met maar één ster en leiden ons door een spacende séance, waarbij uw verslaggever de eerste headbangers van het festival spot. We dalen ook terug naar de aarde met een downtempo nummertje. Afsluiter ‘Interstellar Solar Race’ brengt niet de hittedood, maar stopt onze voeten in de klei en noteert een 9 op de schaal van Richter.
Bas Kleijweg
Shishani & Miss Catharsis
Lekker stevig relaxen
De Belgisch-Namibische Shishani is de zanger van Miss Catharsis, een kwartet dat vrouwen van kleur centraal stelt. Waar Shishani met andere band haar Namibische wortels verkent, maakt ze hier muziek die perfect past bij de loungende zonaanbidders in de Leidse Hout. Shishani & Miss Catharsis maken ritmische muziek, bij vlagen reggae-achtig en soms hard. Ze bieden diepe, grommende gitaarriffs en hypnotiserend herhalingen in tussenstukken. Door haar charisma en geruststellende zangstem draagt Shishani de band moeiteloos.
De gitarist buigt zich geconcentreerd over haar gitaar om elke noot goed te spelen. Het publiek stroomt tijdens het optreden terecht toe. De band toont engagement: Shishani neemt het op voor LGBTQ+-rechten en vluchtelingen en bekritiseert ongeremd kapitalisme. De overkoepelende thema’s zijn zelfrealisatie en zelfverwezenlijking: wees wie je bent.
Dat klinkt als zware kost, maar dat is het niet. Je kunt lekker stevig relaxen, want deze vier chefs serveren de nummers smakelijk en hapklaar. Met een gelukzalige glimlach sluit Shishani het optreden af.
Rogier van Nierop
The Hill Station
Kosmisch-melancholische klanken
Is het een vogel? Is het een vliegtuig? Is het een sciencefictionfilm zonder acteurs die op vol volume wordt afgespeeld? Nee, het is The Hill Station, de indie/elektroband van de Nederlandse Ronnie Verton en Rutger Brouwer. Beiden zijn ze bekend met minimalistische muziek, altrock uit de nineties en alles wat daartussen zit. Met warme, langzaam aanzwellende synthesizerklanken verleiden ze bezoekers tot rustig meebewegen onder de volle zon in de Leidse Hout.
Bij het derde nummer krijgt de muziek meer body met een stevige bas. De kleine toonladder en de trage, hoge zang van Ronnie Verton doet denken aan ‘Clocks’ van Coldplay. Helaas zingt Verton soms niet op de juiste toon. Niet dat de sfeer eronder lijdt: na elke track krijgt The Hill Station applaus. Het publiek is ook niet enorm, maar de luisteraars die blijven gaan helemaal op in de kosmische, melancholische klanken van deze Nederlandse band.
Met wijd gespreide armen en de ogen dicht wordt met heupen gewiegd. Naadloos gaat het ene nummer over in het volgende. Na een paar lange, sterke uithalen van Verton komt er meer publiek aanwaaien dat nog even de grote synthesizerbeheersing van Brouwer meemaakt. Het ene moment hoor je een polyfone riedel die lijkt op een oude ringtone, twee minuten later lijkt het alsof je op een intergalactisch bouwterrein staat. Niet gek dat het publiek fluit na het laatste nummer. Een bescheiden, maar geslaagd optreden, al had een beetje meer interactie met het publiek geen kwaad gekund.
Monica Preller
The Vices
Verdi in de moshpit
The Vices begint met een verrassende amuse: voordat deze garagerockband opkomt, horen we een operazangeres zingen in het Italiaans. Staan we hier verkeerd en zijn we hier bij Verdi? Nee! In tegenstelling tot bij het optreden van Shishani hiervoor stáát hier het hele publiek. Vanaf het begin springt en danst een deel mee, en dat worden er steeds meer. De heren bouwen vanaf het begin een goed feestje, hebben er duidelijk zin in en zoeken veel contact met het publiek.
Drummer Mathijs Louwsma gebaart met zijn stokken dat er geklapt moet worden, en het gebeurt. De gitarist, bassist en zanger zijn energiek, de drummer biedt de benodigde basis van rust en stabiliteit. The Vices vertraagt en versnelt, er zijn kleine stukjes met alleen zang voor een versnellende hook. Regelmatig speelt de band een ska-achtig ritme overgoten met opzwepende, lange gitaarsolo’s. Sam de geluidsman redt halverwege de set het optreden: een gitaarkabel lijkt niet goed vast te willen, maar hij fikst het.
Deze onderbreking vult de band op met een grap en Sam krijgt een shout-out van de band. Hier zou ik volgens The Vices moeten schrijven: "Allemaal leuk en aardig, maar er zijn weinig momenten bij hen om echt los te gaan". De band daagt het publiek uit om het ongelijk van dat soort recensies te bewijzen. Het is inderdaad onzin, want voor het podium ontstaat een enorme moshpit.
Als een na laatste nummer beloven ze ‘iets heel anders dan we tot nu toe gedaan hebben’, en dat klopt, want de laatste lp, ‘Tomorrow I’ll Be’ zoekt de kalmte op. Met ijle klanken en rustige zang drijven we richting de uitsmijter.
Rogier van Nierop
Imminence
Recht in je hart
Op een ander podium en eerder op de middag dan gedacht, zet Imminence een fijne show neer. Die wissel is nodig omdat de drummer van Vadou Game door een lange wachttijd op Schiphol niet op tijd in Leiden kan zijn. Imminence moest in de ochtend nog uit Duitsland komen, maar is al wel aanwezig en kan eerder beginnen, en dus wordt hun optreden op het laatste moment verplaatst van P2 naar P1.
Meteen vanaf hun opkomst, die gepaard gaat met de nodige rook en diepe bastonen, is het aan. Het Zweedse vijftal brengt melodische metalcore met klassieke invloeden, wat een mooie mix oplevert van agressie en kwetsbaarheid. Met beukende drums, snelle gitaarriffs, rauwe grunts en screamo’s, maar ook gevoelige vioolpartijen. Ook qua dynamiek zitten de nummers mooi in elkaar, door de afwisseling tussen bruut metalgeweld en momenten van verstilling. De gekwelde zangstem van zanger/violist Eddie Berg raakt je bovendien recht in je hart.
Imminence speelt een selectie nummers van hun laatste twee albums; ‘Turn the Light On’ uit 2019 en het eind vorig jaar uitgebrachte ‘Heaven in Hiding’. Dat zijn beide sterke platen. Jammer, dus, dat het concert maar een uurtje duurt.
Live blijkt Imminence minstens zo goed als in de studio: hun krachtige performance werkt aanstekelijk en de energie spat van het podium. Al snel wordt er geheadbangt en ook een moshpit kan natuurlijk niet uitblijven. Als na ‘Ghost’, ‘The Sickness’ en het toegankelijkere (want meer melodische) ‘Disconnected’ het catchy ‘Erase’ wordt ingezet, veert het publiek extra op. We klappen mee met de prechorus en de metalhorns gaan omhoog. Ook het aangrijpende, wat meer melodische ‘Surrender’ maakt indruk. Tot slot speelt de band ‘Temptation’, ook van de meest recente plaat, en alles gaat nog eenmaal los. De lange uithalen op de viool en razendsnel getapte gitaarlicks vallen prachtig samen en ook dit nummer is weer heel mooi opgebouwd met verstilling en ontlading. Een meeslepende afsluiter van een geslaagd optreden.
Cisly Burcksen
Vaudou Game
Groovy voodoo uit Togo
Het optreden van Vaudou Game begint later; de drummer zat vast in de chaos van Schiphol en is nog onderweg. De rest van de band jamt af en toe totdat hij er is. Als iemand uit het publiek ‘Spelen!’ roept, reageert de presentator (die zo lijkt wegelopen uit ZZ Top) gevat: ‘Wat zeg je nou? “Slayer”? Dan sta je hier verkeerd, man!’
Drummer Hafid Zouaoui verschijnt en de band uit Togo begint onmiddellijk. Hij speelt energiek, je kunt niet aan hem zien dat hij net urenlang gereisd heeft. Hij heeft steeds een glimlach op zijn gezicht. De ’70s Afro-funk is aanstekelijk en lekker ritmisch. Soms is het heel groovy en verandert het publiek in een dansende massa, soms rustig en a capella. Ritmes worden lang volgehouden en daarop wordt door de hoofdinstrumenten gevarieerd. Hun teksten zijn een mix van Frans, Engels en Gen, een taal uit Togo.
Zanger Peter Solo lijkt verrast dat het publiek in het Frans stukjes tekst kan scanderen, en bedankt ons daarvoor met een Nederlands ‘Dankjewel!’ Peter legt het idee achter de band uit: Afrikaanse vaudou is mystiek, geen kwade voodoo met naalden in poppen zoals in Hollywoodfictie. Het is de mogelijkheid om harmonieus met de natuur te communiceren. Vrede, liefde en muziek moeten het natuurlijke evenwicht herstellen. Harmonieus is hun muziek zeker, het was het wachten waard.
Rogier van Nierop