No Turning Back speelt sublieme thuiswedstrijd
Brabanste hardcorefromatie trakteert zweterig Little Devil op een hardcoreshow uit het boekje
Wanneer je Tilburg, een piepkleine zaal zonder barriere en de Brabantse hardcorepioniers van No Turning Back samenvoegt, krijg je precies wat je verwacht: een avond pure chaos in de beste zin van het woord. In een afgeladen en zweterige Little Devil bewijst de band wederom waarom zij al bijna dertig jaar een begrip is in de punkscene. En als dat op zichzelf nog niet genoeg is, hebben ze met het Eindhovense SPEAR en het Utrechtse Curselifter ook nog een tweetal jonge, maar veelbelovende, supportacts mee.
De avond wordt afgetrapt door de mannen van SPEAR. In 2023 gevormd in Eindhoven, maar in eigen woorden afkomstig uit ‘het brede zuiden’. Dat de band pas twee jaar bestaat, is niet van te merken op het podium: gestroomlijnde melodieuze riffs worden moeiteloos aangevuld met genadeloze breakdowns. De heren weten het geluid van klassieke 90's hardcore in een perfect passend modern jasje te gieten. Het speelplezier op het podium spat er van af en aan de groep fanatieke two-steppers voor het podium te zien, slaat dit zonder probleem over op het publiek.
Na een korte adempauze gaan we in hoog tempo door met het Utrechtse Curselifter. De metallic hardcoreformatie gaat er vanaf het begin met een gestrekt been in. Bij hardcore gaat het soms niet alleen over hoe een band klinkt, maar ook vooral over hoe een band voelt, en laten we het vast verklappen: deze band voel je! De ene breakdown is waar mogelijk nog smeriger dan de andere. Maar los van de nietsontziende lompheid van de muziek, is het ook een band met een boodschap.
Ze leggen onder meer de aandacht op seksueel wangedrag en machogedrag, een thema dat vandaag de dag helaas nog altijd relevanter dan ooit is. In een zeldzaam moment van stilte grijpt frontvrouw Rosa Jonker dan ook even de kans om haar zegje te doen: “Deze volgende track gaat over seksisme en femicide. Als er één ding is waarvan ik wil dat je het vanavond meeneemt, is dat je je fucking in gaat lezen voor de verkiezingen. Zoek uit wie er shit voor vrouwenrechten doen, educate yourself!”. Waarna de Little Devil weer ondergedompeld wordt in een dikke bak sonisch geweld.
Waar de zaal tijdens de eerste bands al goed vol stond, puilt deze op het moment dat No Turning Back moet beginnen helemaal uit. Het is duwen en wringen om je een weg naar binnen te banen, tegen beter weten in eigenlijk, want zodra de eerste noot van ‘Stand & Fight’ door de speakers knalt, vliegen de sneakers letterlijk tegen het plafond. De Devil verandert per direct in een kolkende massa. Stagedivers, two-steppers, crowdkillers, de hele hardcore bingokaart is binnen een tweetal minuten af te strepen. En de band zelf? Die geniet misschien nog wel het meest. “Mensen, dit zijn de leukste shows, terug in Brabant, klein zaaltje, hardcore zoals het hoort”, beaamt frontman Martijn van den Heuvel wanneer hij na een aantal nummers een korte adempauze neemt, het zweet klotst inmiddels namelijk tegen de plinten omhoog.
Het is dan ook de werkwijze die de band vanavond lijkt te hanteren. Een spervuur aan korte, intensieve tracks, gevolgd door korte rustmomenten waarin Van den Heuvel de boel even aan elkaar lult. En dat werkt, want ja, tijdens de tracks vliegen de ledematen alle kanten op, maar voor de rest overheerst toch een gevoel van uitgelatenheid. Het is een thuiswedstrijd voor de band, en dat voel je. Het is bij vlagen zelfs bijna alsof de band te gast is op een No Turning Back karaoke avond door hoe fanatiek het publiek zich, bij iedere kans die het krijgt, op de microfoon werpt.
Richting het einde van de set grijpt Van den Heuvel nog even de kans om het publiek een laatste keer op te zwepen: “Ik doe dit nu al sinds 1997, bijna dertig jaar, maar ik zeg jullie, ik stop pas zodra mijn haat naar de wereld en mezelf weg is, en dat gaat nog godverdomme lang duren. De wereld is verneukt, maar hier binnen is het mooi, dus geef een beetje om mekaar...maar tot die tijd ben ik bitter”, waarna de band de zaal via het kort maar krachtige (zoals eigenlijk de hele discografie van de band) ‘Bitter Forever’ wederom zonder reddingsvest in een stroomversnelling stort.
In een tijd waar steeds meer zalen en festivals kiezen voor podia met barrières en grachten is het een verademing om te zien dat bands met de statuur en staat van dienst van No Turning Back juist nog dit soort kleine shows doen. Hardcore volgens het boekje, geen obstakels, maar band en publiek die samen als één de kiet afbreken. Had de band op een groter podium kunnen staan? Waarschijnlijk wel. Was het dan net zo leuk geweest? Waarschijnlijk niet.