Micha Zaat over punk in Rotterdam

‘Cultureel gezien misschien wel de interessantste stad in Nederland’

Micha Zaat
  • Babette Cremers
  • Joy van Lith

De stemmen zijn geteld en de politieke kaarten opnieuw geschud. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bepaalt hoe de stad de komende jaren zal worden bestuurd, maar vertelt niet het hele verhaal. Ook de muziek laat horen wat er speelt. In de punkscene wordt al jaren commentaar geleverd op Rotterdam en alles wat daarin schuurt. We spreken muzikant en journalist Micha Zaat, bekend als gitarist van postpunkband Tramhaus en het boek 'Rotterdam, laat je horen!', over de geschiedenis en toekomst van de scene en wat dit zegt over de stad zelf.

De punkbeweging ontstond in Nederland rond 1977 en was sterk beïnvloed door de Amerikaanse en Britse scenes. Het verving de flowerpower uit de jaren zestig en de hanenkammen en leren jassen namen al gauw het straatbeeld over. Destijds werd punk door de media als de zoveelste rage bestempeld. Maar het tegendeel bleek waar te zijn. In de jaren tachtig nam punk vastere vormen aan en verbond het zich met de kraakbeweging.

Punk is geen genre, maar een houding

Ruim veertig jaar later is punk nog altijd zichtbaar in Rotterdam. In Rotown, een van de plekken waar de muziekscene al decennialang samenkomt, spreken we Micha Zaat. In het backstage café van het poppodium vertelt hij over hoe hij zelf de punkscene in is gerold. Toen hij naar Rotterdam verhuisde om sociologie en later geschiedenis te studeren, speelde hij in de dreampopband Goodnight Moonlight, later volgde de punkband Pig Frenzy en uiteindelijk Tramhaus. ‘Het is ook wel een beetje toevallig hoor dat ik in die punkhoek terecht ben gekomen,’ zegt hij. ‘Maar ja, zo gaat dat eenmaal.’

Voor Micha draait punk minder om het genre zelf dan om wat het vertegenwoordigt. ‘Soms denken mensen dat punk heel snel moet zijn en heel hard. Punk kan ook heel langzaam en heel subtiel zijn.’ Hij ziet punk ook meer als een gedachtegang en cultuur waarbij creativiteit en zelfredzaamheid centraal staan. Punk draait om het bevragen van de status quo en ‘gewoon doen.’ Dit laatste is volgens Micha goed terug te zien in de Rotterdamse scene: ‘Die stomme slogans die je nog steeds hoort, zoals “niet lullen maar poetsen” kan je ergens wel doortrekken naar een soort punkbeweging.’

Dingen juist net vanuit een andere hoek bekijken, is wat hem aantrekt aan punk. Hij meent dat punk meer een lens is waardoor je de wereld bekijkt. ‘Mensen blijven soms met punk heel erg binnen een gebaand pad. Maar voor mij is punk juist ook je eigen pad bevragen.’ Deze kritische en eigenzinnige mentaliteit past volgens Micha opvallend goed bij de stad.

Micha Zaat
© Vera Pluer

Rotterdam als voedingsbodem

Rotterdam en cultuur werden vroeger niet vanzelfsprekend met elkaar geassocieerd. Waar Amsterdam wordt herinnerd als een culturele hotspot, is de publieke herinnering van Rotterdam bijna het tegenovergestelde. Als Micha zich de stad uit het verleden voorstelt, ziet hij een industriële arbeidersstad. ‘Alles is lelijk, grijs en grauw, met fabrieken die rook uitblazen.’ Toch denkt hij dat dit juist een drijfveer was voor het ontstaan van de lokale punkscene. ‘Frustratie over de huidige situatie, de maatschappij of het leven is heel kenmerkend voor punk. Ik denk dat dit in Rotterdam allemaal wel een plek had.’

In de afgelopen decennia is dat beeld veranderd en is de stad uitgegroeid tot een dynamische culturele plek. En anders dan steden als Amsterdam of Utrecht hoeft Rotterdam volgens Micha niet voortdurend terug te grijpen op een lange culturele geschiedenis. ‘Rotterdam is veel urgenter, het is meer in het nu.’ Deze urgentie maakt het volgens hem ‘cultureel gezien misschien wel de interessantste stad in Nederland.’ Hoe die scene er vandaag de dag uitziet, wordt duidelijk als je kijkt naar hoe muzikanten en plekken in Rotterdam met elkaar verbonden zijn.

De scene als ecosysteem

Wanneer Tramhaus in het buitenland wordt gevraagd naar nieuwe bands om in de gaten te houden, noemt de band vaak artiesten uit eigen stad. ‘We hebben bijvoorbeeld met Iguana Death Cult altijd een soort 1-2’tje. Waar zij ons helpen, helpen wij hen waar het kan.’ Dit zegt veel over hoe de Rotterdamse scene werkt. Omdat het relatief klein is, kennen muzikanten elkaar vaak goed en helpen ze elkaar waar mogelijk. 

Maar volgens Micha bestaat de punkscene uit meer dan alleen bands. Het is een infrastructuur. ‘Als ik het over de punkscene heb, dan heb ik het ook over de venues,’ zegt hij. ‘Rotown, lokale kroegen zoals Bar3 en Hensepeter. Het is een soort ecosysteem van verschillende dingen die niet zonder elkaar kunnen.’

Juist die combinatie van plekken, mensen en onderlinge steun maakt de Rotterdamse scene volgens hem sterk. Festivals zoals Left of the Dial laten dat goed zien. ‘Ergens ben ik dan ook wel op een gekke manier trots. Op Left of the Dial zijn voornamelijk Engelse en wat Amerikaanse bands. En die ken je dan ook wel weer via via of van het touren en dan kan je ze even Rotterdam laten zien. Ik ben toch ergens een beetje chauvinistisch dat ik dan denk van: “Kijk hoe sick!”’

© Guus van der Aa/Left Of the Dial

Tegelijkertijd betekent dat gemeenschapsgevoel niet dat iedereen het altijd met elkaar eens is. Discussies en meningsverschillen horen er volgens hem juist bij. ‘We zijn geen hippies,’ zegt hij lachend. ‘Ik hoef het niet 100% met je eens te zijn. Dat vind ik ook weleens lekker. Dat betekent niet dat ik je haat of zo.’

De stad als spiegel

‘Durven benoemen wat liever niet benoemd wordt,’ zegt Micha. Volgens hem is dat precies wat de scene doet in Rotterdam. ‘Dat is wel heel erg punkeigen. We zien met lede ogen aan dat er steeds meer mensen op straat leven. Dat er steeds meer drugsproblematiek is in de stad. En dat mensen aan de onderkant van de samenleving echt moeite hebben met rondkomen.’

Ook Tramhaus heeft zich met dat soort onderwerpen beziggehouden. In hun eerste nummers werden maatschappelijke kwesties vaak vrij expliciet benoemd. ‘Nu proberen we dat op een iets cryptischer manier te verwerken in onze kunst,’ zegt Micha. Maar de kritische blik op de stad blijft.

Die rol als kritische spiegel ziet hij als een belangrijke functie van een lokale scene. Volgens hem kan een punkscene een stad scherp houden door zichtbaar te maken waar het schuurt. ‘Het laat zien waar het wringt, waar dingen niet helemaal goed gaan.’

Tussen subsidie en autonomie

De scene bevindt zich daarmee in een bijzondere positie binnen de stad. Veel podia, festivals en initiatieven zijn afhankelijk van gemeentelijke steun, terwijl de muziek die er ontstaat juist vaak kritisch is op hoe de stad wordt bestuurd en ingericht. Dat zorgt volgens Micha voor een constant spanningsveld. ‘Aan de ene kant ontvang je geld vanuit de stad maar je moet ook altijd onafhankelijk en kritisch kunnen blijven functioneren.’

Tegelijk benadrukt hij dat subsidie op zichzelf niet het probleem is. Integendeel: hij is een uitgesproken voorstander van publieke steun voor kunst en cultuur. Rotterdam heeft volgens hem bovendien een sterke ondersteunende structuur voor muzikanten, met organisaties als de Popunie. ‘Dat werkt echt als een trein,’ zegt hij. En zonder financiële steun zouden veel podia en initiatieven het niet redden. Micha ziet dat ook in zijn werk bij Vessel 11.

Toch schiet die ondersteuning in de praktijk soms tekort. ‘Alleen geld gooien is niet genoeg.’ Beleidsmakers moeten ook begrijpen hoe een scene werkt en wat muzikanten nodig hebben om zich te ontwikkelen. In de gemeenteraad worden subsidies voor kunst en cultuur bovendien niet altijd even serieus genomen. Het wordt soms weggezet als een linkse hobby of ‘het wordt gegeven aan een wethouder die al veel te veel dingen te doen heeft.’

Daarbij worden subsidieaanvragen vaak geschreven met de verwachtingen van beleidsmakers in het achterhoofd. ‘Dan ga je heel erg vanuit die stijl een subsidieplan schrijven terwijl je dat als venue of artiest helemaal niet bent.’ Volgens hem staan zulke beslissingen vaak ver van de praktijk van muzikanten en programmeurs. Daarom pleit hij voor meer direct contact tussen beleidsmakers en de scene. ‘Die subsidie kan je eigenlijk niet alleen vanuit het stadhuis verstrekken,’ zegt hij. ‘Dat moet je hier doen. Dat moet je hier aan tafel in gesprek met een directeur van Rotown doen. Met een band of weet ik veel wat.’

Micha Zaat
© Vera Pluer

De toekomst ligt in beweging

Maar beleid en subsidie vertellen niet het hele verhaal over hoe de scene zich ontwikkelt. Dat punk een dynamische beweging is, blijkt maar al te goed. De vele vormen waarin punk zich uit, veranderen continu en dat zal waarschijnlijk niet snel stoppen. Desondanks keren bepaalde basisprincipes steeds terug: ‘Buitenbeentjes en gevoelens van onbegrip zitten er altijd in. Maar hoe je dat dan uit verschilt weer.’

Micha hoopt dat punk door blijft evolueren en niet vast blijft zitten in het heden. ‘Niet dat we nu zoiets denken van, nou, nu gaat het goed, we moeten precies doen wat we nu doen en dat voor eeuwig blijven doen.’

Bovendien is punk lang geen afgeschermde beweging meer. Artiesten zoeken vaker samenwerkingen op met andere genres als jazz of hip-hop. ‘Dat idee van “je bent punk, dat ben je en daar kom je niet uit”, is wel heel erg veranderd. Ik zie dat eigenlijk niemand meer doen.’ 

De mengeling met andere genres en open houding ervaart Micha als een kracht. ‘Laat dat idee van punk moet gitaar, bas, drums zijn met snelle, schreeuwende zang lekker los. Maar gebruik wel die mentaliteit van zelf willen maken, spontaniteit, gewoon een gitaar oppakken en doen.’