Meyendel laat PAARD uit volle borst meezingen
Zes muzikanten, een voller geluid en een zaal die meezingt

In PAARD maakt het duo Meyendel plaats voor een zeskoppige band. De band viert de albumrelease met een avond vol muziek en literatuur. Jesse Evers en Ingmar Spaaij krijgen versterking van Chayenne van der Kooij op zang en percussie, Timothy Dunn op toetsen, Sonya Vos op bas en Leon Schmitz op drums. De extra muzikanten geven de nummers meer ritme en dynamiek, zonder het folkachtige karakter te verliezen. Tussen de liedjes door leest Meyendel voor uit favoriete boeken. Want, zo stelt de band, volwassen mensen worden immers veel te weinig voorgelezen.
De avond begint met Tiny Snail Kid, het soloproject van Gijs Schouten. Zijn dromerige folkpop leunt op stuwende gitaren, ambient loops en galmende drumcomputers. Daaroverheen klinkt zijn rauwe, nonchalante stem. De droge humor tussen de nummers door houdt het optreden luchtig. "Iemand zei laatst 'Tiny Snow Kid', en dat was inderdaad de betere naam geweest", merkt hij op. Hij bedankt de vroege bezoekers en prijst geluidsman Omar en zijn drumcomputer, want een band heeft hij niet meegenomen.

Dichteres Lena Plantinga draagt vijf gedichten voor, waaronder Paard op sloffen, Virgin Pink, De Winkelmeisjes en Zonderok. Haar voordracht klinkt wat onwennig, maar zorgt voor afwisseling tussen de muziek. Aan het einde van de avond keert ze terug met een langere versie van Zonderok.

Van duo naar zes muzikanten
Bij Meyendel valt vooral op wat de extra muzikanten aan de nummers toevoegen. De toetsen en bas vullen het geluid aan, terwijl de drums voor meer drive zorgen. Chayenne van der Kooij voegt met haar stem extra warmte toe, in samenspel met die van Jesse Evers.
Met de uitgebreide bezetting klinkt de muziek voller dan wanneer Meyendel als duo speelt. Na 'Elio' staat de zanger stil bij dat verschil: normaal staan hij en Ingmar Spaaij met z’n tweeën vrij stil op het podium, terwijl de extra muzikanten de nummers meer beweging geven.
Tussendoor leest de zanger verhalen voor die aansluiten bij de muziek. De nummers van Meyendel zijn short stories, gegrepen uit het eigen leven en geïnspireerd door literatuur en andere kunst. Ieder nummer heeft een eigen insteek.
Zo vertelt 'Boerenzoon' over zijn vader, die als boerenzoon gaat studeren. Ook de relatie tussen ouders en kinderen komt aan bod. "Als je ouder wordt ontdek je dat je ouders niet perfect zijn, maar dat betekent niet dat je minder van ze houdt", vertelt hij.
Een hoogtepunt is 'De verademing', waarop Tiny Snail Kid meespeelt. Daarna nodigt Meyendel het publiek uit om mee te zingen met "dat jij jij, en ik ik, samen anders zijn". Iedereen zingt opvallend hard mee en de samenzang geeft het nummer extra kracht.
Voor de afsluiter 'Niemandsland' gaan alle zes muzikanten tussen het publiek staan. Door de intieme, akoestische setting klinkt het nummer klein en direct, een contrast met de vollere arrangementen eerder op de avond. De overgang werkt goed: na de stevige drums en het samenzingen was er ruimte om naar het lied zelf te luisteren.
Meyendel wil geen boodschap opleggen, maar hoopt dat de bezoekers iets van zichzelf in herkennen in de nummers. Dat de verhalen raken, misschien bij een volgende luisterbeurt op een andere manier. Want soms hoeft muziek niets op te lossen of uit te leggen. Soms is het genoeg als een lied je even het gevoel geeft dat je niet alleen bent.





