Met de eerste dreun laten openers No Prisoners merken dat ze er zijn met een set die geen ruimte laat voor twijfel. Gepiep, gekraak en een bak energie trekken de zaal direct los. Het is punk zoals je het wil: ongepolijst, snel en zonder pardon. Powerchords en mokerslagen volgen elkaar in rap tempo op, en voor je het weet zit je midden in een collectieve ontlading.
Maria Iskariot kiest voor een andere opbouw, maar niet voor lang. Terwijl de bandleden één voor één het podium op druppelen en hun oortjes indoen, blijven de drums onverbiddelijk doorrammen. Wat begint als gecontroleerde spanning slaat al snel om in chaos. Op het podium wordt getrappeld, geschreeuwd en zelfs tussendoor nog geappt met de techniek. Het voelt rommelig, maar dat is precies waarvoor iedereen hier in de uitverkochte Altstadt is gekomen.
Die oprechtheid zit ook in de verhalen. Een “kut dag” wordt gedeeld, inclusief een anekdote naar hoe ze “kut Belgen” werden genoemd eerder die dag. De band beweegt als een hartslag: pulserend, opzwepend en constant op het randje van ontsporen. “Dat vind ik lekker,” klinkt het, en dat vat de show treffend samen.
Voor het podium verliest het publiek zich volledig. Er wordt gemosht, gecrowdsurft en mensen laten zich volledig gaan. Lichamen botsen, vliegen en vangen elkaar weer op. De loeiende gitaren snijden door alles heen, tot zelfs het drumstel het begeeft. Tijdens een nietsontziende solo vallen onderdelen uit elkaar. “Waar is de trommel, geef de trommel terug,” wordt er geroepen, een absurd moment dat perfect past binnen de totale gekte.
Tussen de sets door wordt er nog even gegrooved en gewacht op bier, maar de energie blijft hangen. Alsof iedereen weet: dit was niet netjes, niet perfect, maar precies zoals het moest zijn.