MADNES26: Dagverslag vrijdag
Muziek neemt taak van de zon over op de eerste festivaldag

Al vijftien jaar staat Ameland in het eerste weekend van juli in het teken van Madnes, het skate, surf, muziek en cultuur festival van Noord Nederland. Bezoekers uit heel het land hebben het eiland inmiddels weten te vinden, maar ook de eilanders zelf hebben het festival inmiddels omarmend.
MadNes ontstond vijftien jaar geleden door een toevallige ontmoeting tussen op het strand van Nes. Ze deelden passies voor muziek, VW-busjes en surfen. Hier werd door een aantal enthousiastelingen een meerdaags festival op Ameland, geïnspireerd door hun liefde voor punk, surf en rock ’n roll bedacht. De naam MadNes? Een woordspeling op Madness (hun favoriete band) en Nes (het strand).

Italiaanse band The Truffle Valley Boys bezoekt de BaroNes op MadNes, en meteen is duidelijk dat de tijd even wordt teruggedraaid. De band oogt alsof ze rechtstreeks vanuit een andere eeuw het podium oplopen: witte kostuums, indrukwekkende witte hoeden en een uitstraling die je eerder in een archief uit de jaren vijftig verwacht dan op een modern festival. Die visuele eerste indruk zet de toon nog vóór de eerste noot klinkt.
Ze spelen rond één microfoon, wat het optreden direct een intieme en bijna filmische sfeer geeft. In plaats van afstand ontstaat er juist nabijheid; elke stap naar voren of achteren van de muzikanten wordt onderdeel van de choreografie. Het publiek staat dicht op de band en wordt meegenomen in een ouderwetse bluegrass-ervaring die tegelijk zorgvuldig en levendig aanvoelt. De set beweegt zich grotendeels in een ontspannen tempo, maar wordt af en toe opengebroken door opzwepende nummers die de tent kort doet opveren. Perfect passend bij het vroege avondslot: net gegeten, nog niet in de nachtstand, maar wel klaar om langzaam op gang te komen.
Toeschouwer ben je hier eerder dan deelnemer. Het voelt alsof je naar een scène uit O Brother, Where Art Thou? kijkt, waarin muziek niet alleen klinkt, maar een hele wereld oproept die even echt lijkt als het strand eromheen. (AA)

De Noord-Franse band Spunyboys werd in 2006 opgericht door twee broers. Drummer Guillaume en contrabassist en zanger Rémi vormen sinds 2011 een trio met gitarist Eddie. In de BaroNes steekt vlak voor het podium een opblaasbare kikker en een roze konijn boven de hoofden uit. Op het podium wordt slechts één microfoon gedeeld. De vetkuiven geven de zanger en gitarist nog meer glans. Van explosies aan fifties R&B, hillbilly en rock-’n-roll maakt Spunyboys een levendige rockabillycocktail en doet het publiek wiegen met de heupen.
Frontman Rémi neemt zijn immense instrument mee het podium af: in een ruime cirkel staat hij in het midden van de tent. Contrabasacrobatiek midden in het publiek, waarbij hij onder andere op zijn instrument klimt, tussen aanmoedigende mensen. ‘Bon voyage’, veel liefde en plezier tijdens de voortzetting. Ter afsluiting van de show ontstaat een legendarisch beeld, waarbij de contrabas en zijn partner crowdsurfen door de zaal gaan. (SE)

Op het eerste gezicht lijkt WIES moeiteloos aan te sluiten bij de huidige lichting Nederlandstalige indiepopacts. Toch maakt de band op MadNes 2026 al snel duidelijk dat het niet alleen om breekbare pop draait, maar dat zij hun DIY-mentaliteit even benadrukken. De set wordt gedragen door heerlijk gitaargeweld en een energieke uitvoering die de tent met een flinke golfslag overspoelt.
De festivaltent staat vanaf het begin goed vol. Het publiek bestaat vooral uit jonge bezoekers die duidelijk zin hebben in beweging. De sfeer is uitbundig: er wordt gedanst, gejoeld en op vrijwel elk moment enthousiast gereageerd. WIES krijgt de tent eenvoudig mee, en de energie blijft constant hoog. Centraal in het optreden staat zangeres Jeanne Rouwendaal, die het publiek met gemak meeneemt in haar eigen, maar o zo herkenbare aha-momenten. Die momenten werken aanstekelijk en geven het optreden een gevoel van collectieve ontlading; alsof iedereen in de tent wel een herkenbaar moment van overgave meemaakt.
Wat vooral blijft hangen, is de vibe van het optreden. WIES fungeert als een enthousiaste opener die de tent moeiteloos op gang brengt. De programmering lijkt precies goed getimed: het publiek groeit zichtbaar in aantal én energie naarmate de set vordert. Het resultaat is een optreden dat vooral draait om sfeer, beweging en collectieve vrolijkheid, zonder dat de vaart er ook maar één moment uitgaat.
Kortom: het gaat wel lekker met je bandje, WIES. (AA)

Rauw en absurd (met een vleugje ironie) maar vooral erg vermakelijk: Dat is LE MOTAT in een notendop. Het is tevens het soloproject van Rotterdammer Tato Wesselo (voor de oudere lezers: inderdaad de zoon van Theo Wesselo). Naast de vocalen bedient hij zich van muzikaal door middel van de nodige elektronica. Muzikaal grijpt het terug naar de synthpop van de jaren tachtig, in een hedendaags jasje – inclusief TikTok-dansje. Je zou LE MOTAT op sommige momenten een Goldband light kunnen noemen, maar dan met duisterdere songs over liefde, seks en met iets meer zelfreflectie.
De publieksparticipatie is hilarisch en absurd, maar niet dwingend: het wordt het publiek niet door de strot geduwd. Denk aan hangeklap op z’n tijd en een collectieve primal scream-sessie. Wesselo is dan ook een muzikant die entertainment hoog in het vaandel heeft, want liedjes als 1 Uurtje Verliefd en de electropopballade Symptomen zijn per se gespeend van enige diepgang, maar worden wel luidkeels meegezongen. Drie kwartier LE MOTAT zijn vijfenveertig welbestede minuten: therapeutisch, met een lach en een traan, maar vooral met een knipoog. (TV)

De BaroNes op MadNes verandert tijdens de set van Longo Longo in een weerspiegeling van de ondergaande zon. Buiten verdwijnt het daglicht, binnen neemt een warme, ritmische golf van Afro-Cubaanse invloeden de ruimte over. Longo Longo zet een set neer die minder draait om losse nummers en meer om een onafgebroken stroom van groove, percussie en blazers.
Het publiek weet duidelijk waar het voor komt. Vanaf de eerste minuten verandert de tent in een dansvloer waar stilstand geen optie meer is. Heupjes komen los, voeten vinden vanzelf hun plek en de energie bouwt zich gestaag op zonder ooit te verslappen. Wat opvalt, is de combinatie van een grote bezetting en een ontspannen, bijna achteloze precisie. Alles klinkt strak, maar nooit gehaast. De muziek ademt zomer, precies op het moment dat de avond over Ameland valt.
De set voelt als een logisch verlengstuk van het festivalmoment: warm, collectief en zonder afstand tussen band en publiek. In de BaroNes werkt dat perfect, alsof de tent even losgezongen is van tijd en weer. Het resultaat is een nacht die volledig draait om ritme, warmte en samen dansen zonder nadenken. Longo Longo houdt de zomerse energie levend tot ver na zonsondergang. (AA)

Dat MadNes inmiddels in staat is om een band van het kaliber DeWolff te programmeren, zegt veel over de status van het festival en hoe het in al die jaren gegroeid is. Maar dat het geen mismatch is, blijkt al snel. De band is vanaf de eerste akkoorden van Night Train op de afspraak en dendert als een TGV door de set heen, met zanger en gitarist Pablo van der Poel als machinist. Samen met zijn broer en drummer Luka van der Poel en toetsenist Robin Piso, aangevuld met twee backingvocalisten als bemanning.
De band speelt een dampende set op het hoofdpodium, met de gevoelsthermometer ver boven het kookpunt. De trein gaat halverwege Faster & Faster. Terwijl Luka van der Poel bijkans de liefde bedrijft met zijn instrument, gaat Piso tekeer als een beest op het Hammondorgel en laat zijn instrument jammeren van genot. De jongste van de twee broers Van der Poel is de levensader van deze band met strakke drums; DeWolff is opwindend, vuig en sexy!
De band mag dan gepokt en gemazeld zijn en al ruim duizend keer het podium hebben beklommen, over de hele wereld, een optreden op MadNes is voor de Limburgers niet anders dan in de Bataclan in Parijs of The Garage in Londen. Ze doen het met dezelfde intensiteit en leveren altijd! Na ruim een uur is het (helaas) mooi geweest: de trein nadert op hoge snelheid het eindpunt, maar in de laatste wagon zit alleen nog Rosita! Nadat zij is afgezet op station Nes, verlaten ook alle overige passagiers gelukzalig de trein. (TV)

Vanaf het moment dat de drummer aftikt voor het eerste nummer, gaat Jackie Lou, het boegbeeld en blikvanger van Jackie & the Facts als een wervelwind tekeer op het podium. Getooid met een opvallende zonnebril en met een stem waar je u tegen zegt, stuitert ze over het werkplek. Dat de rest van de band zich een beetje statig op het podium beweegt, wordt op vakkundige wijze verbloemd door de tomeloze energie van onze Jackie.
Een vergelijking met bands als No Doubt of Bad Nerves is gauw getrokken; die met Britney Spears wellicht iets minder snel. Toch geeft de band een prima, eigenzinnige uitvoering van La Spears' hit Toxic ten beste, die verrassend veel wordt meegezongen door het publiek. De band wisselt sterke eigen nummers af met generieke (eigen) punkpopliedjes, we hebben dit vaker gezien maar de energie van de frontvrouw vergoedt veel. Vervelen doet het zelden, en aan het eind van de streep scoort de band een ruime voldoende. Na hun zegetocht tijdens de Popronde van 2025 wordt ook het laatste stukje Nederland aan de zegekar gebonden. (TV)

Smag På Dig Selv (wat ‘taste yourself’ betekent) is een Deense band. Vanuit Kopenhagen zorgen Oliver Lauridsen op tenorsax, Thorbjørn Øllgaard (die zowel bas- als baritonsax speelt) en Albert Holberg op drums voor uitzonderlijk puur contact in BaroNes op MadNes.
Een energieke mix van jazz, punk, afrobeat, hiphop en akoestische techno – en hier en daar keelklankintervallen – brengt het publiek in alle staten. Zoals gevraagd zit het publiek laag bij de grond, terwijl de saxofonisten om beurten het publiek in stappen. De kleurrijke verlichting beweegt speels mee op de maat van de vertragende drums. De techno-zoom morft naar meditatieve saxofoonvibraties. De instrumentale euforie in de tent knalt alle kanten op, wanneer de twee blazers tegenover elkaar vibraties de lucht in pompen. Lauridsen speelt op zijn tenorsax tussen het publiek. Hun rauwe, hedonistische spel en ontroerende inspanning roept de vraag op: ‘Zijn er bij anderen ook tranen ontstaan?’
Ondertussen in de moshpits wordt er speels op elkaar ingebeukt, en herhaaldelijk in cirkels gedanst en gemosht, met voldoende ruimte voor de artiesten in het midden. Het ultieme doel van het leven is in uitvoering. De band is een vurig voorstander van liefdevolle vrijheid – dat is voelbaar; het resoneert. (SE)

Het Catalaanse Ítaca Band is een graag geziene band op festivals. Al ruim vijftien jaar onderscheiden de Spanjaarden zich door hun overweldigende energie. Ze speelden het Iberische schiereiland al meermaals plat, maar ook op het vasteland is Ítaca Band geen onbekende. Met een muzikale cocktail waarbij rumba, reggae, ska en funk de hoofdmoot vormen, weet de band het publiek steeds te raken en mee te krijgen op hun feestje, de band heeft een sterke connectie met het publiek.
Gehinderd door technische tegenslagen begint Ítaca Band vol goede moed pas diep in de nacht aan de show op Madnes. Hoewel het optreden door de naweeën van de eerder genoemde technische mankementen niet geheel vlekkeloos verloopt, laat de band zich niet kennen en doet het met volle overgave haar ding. Alles wat er op het podium gebeurd staat in dienst van het publiek en de feestvreugde. Het enthousiaste bezoekers laten zich dit toetje van de eerste festivaldag niet ontnemen: Ítaca Band is een typische, feestelijke, dansbare en zomerse afsluiter waar men nog graag even een dansje komt doen. (TV).
Wie na een dag Madnes nog vol energie zit kan nog tot in de kleine uurtjes met de voetjes van de vloer. De DJ's van dienst, de Utrechtse DJ EL Salvo & JIP (op het hoofdpodium), Het Groningse collectief Palla d'Uovo (BaroNes) en Suwâld Soundmachine uit Leeuwarden (De Rits) leggen nog (zo goed als) de hele nacht de lekkerste plaatjes onder de naald. Een verdwaalde scribent van 3voor12 doolt nog rond op het festivalterrein, terwijl de rest van het team zich alweer voorbereid op een tweede festivaldag!




























