
De gemiddelde bandwedstrijd wordt gehouden in een concertzaal waar de techniek tot in de puntjes geregeld is. Pas aan het eind van de avond moet het instrumentarium weer in de kofferbak gepropt worden voor een al dan niet triomfantelijke tocht terug. Maar wat als er nou een variant was ergens op een verafgelegen eiland, waar muzikanten van stek moeten wisselen gedurende de competitie? Minimale bezetting en vaak slechts akoestisch kunnen optreden drijft een artiest terug naar de basis. Wie zal er slagen op het Kaags Muziekfestival 2026?
Maberico

Country in vreemde contreien
Tegenwind tegelijk met flinke zon maakt de heenreis een ware martelgang op de fiets, maar uiteindelijk kom je dan aan op de pont die je vlug de waterweg over zet. De eerste ronde moeten we helaas laten varen, maar met een slalom tussen de wandelaars op de nauwe wegen van het eiland belanden we bij Maberico, Leidse cowboys die bij de campingingang (podium 4) geparkeerd zijn. Ze zijn sowieso gewend hun zogeheten rock ‘n thrill akoestisch uit te voeren, dus hebben daar al een voordeel mee.
Het jonge bandlid op de cajón en de kracht van de zangeres zijn de eerste pluspunten. De dagjesmensen uit het publiek zijn nog wat schuchter om echt mee te doen, maar aan de warmte van de band kan het niet liggen (wel aan die van het weer). Covers variëren van ‘Venus’ en ‘I Kissed A Girl’ tot country klassieker ‘Jackson’, een onstuimige duet waarbij zangeres en zingende gitarist zichzelf zware accenten aanmeten. Tussendoor nog wat folk met jangle op de juiste plekken. Een goede eerste indruk, en daarna is het afwegen welke volgende act passend over te pennen valt.
Electric Eggs

Even je ei kwijt
Ondanks dat ze maar met de helft zijn, levert Electric Eggs toch een dappere prestatie op het hoofdpodium (hemel zij dank, een bar met verfrissingen). Hoewel het snobisme omtrent coverbands vandaag even in de ijskast zit, blijf ik toch bevooroordeeld als het gaat om eigen werk. De zanger van dit potje akoestische punk loopt rond met een steampunk hoed en een scepter met Labubu op het einde, ideale attributen om de consumptiemaatschappij op de hak te nemen. Tirades vanuit het oogpunt van de bezorgde burger worden op eenvoudige melodie gezet, evenals een lijzig beklag over Gen Z en millennials. De kritiek op de jeugd is niet helemaal origineel: er zijn Sumerische kleitabletten gevonden met dezelfde gemeenplaatsen.
De ondersteunende gitaar is de stille held, maar de zanger heeft een melodica tevoorschijn gehaald (een pianofluit, zeer leuk voor spotters van ongebruikelijke instrumenten), en we mogen meeklappen met een riedeltje over sociale ongelijkheid. Men steekt ook de draak met toetsenbordridders, en de set stopt bij ‘Dans meisje dans’. Er wordt spijtig genoeg weinig gehoor aan de oproep gegeven. Lekkere teksten, maar muzikaal lijkt de nummers iets teveel op elkaar (althans, in deze setting).
Blues After Seven
Tegen de elementen in
Wel blijven bij Podium 1 aan de waterkant, waar nu een windje is opgestoken. Zou dat de oorzaak zijn van de ruis op de microfoons van Blues After Seven? Die factor en het matige energieniveau van het drietal maken de eerste drie nummers van het optreden wat dof, totdat ze aan hun eigen track ‘Gamble And Lose’ beginnen. De Cash-achtige kick brengt weer wat leven in de brouwerij. Eenmaal in hun element kunnen de natuurelementen niet meer deren. Tweede zang met tamboerijn en meer uitdaging voor de gitaar maakt ‘Kissing In The Dark’ tot het meest interessante nummer, maar dat is ook precies het einde van het optreden.
Het geeft de tijd om het festival iets meer te verkennen, en naast kraampjes en kinderactiviteiten is er op een enkel terras ook een optreden van een zanger die compleet los staat van de competitie zelf. Hij zou prima mee kunnen doen. Over terrassen gesproken, er is ook een podium bij een wat groter restaurant, wat automatisch publiek betekent. Daartegenover is er ook een speellocatie bij een vrijwel verlaten parkeerplaats. Dat zal weinig impact hebben op de juryprijs, maar het gaat de publieksprijs zeker beïnvloeden.
Lincoln Crew

Familiefeestje
Op precies die mindere locatie staat de volgende act, maar als familieband heeft Lincoln Crew op z’n minst elkaar nog. Ze spelen liefelijke liedjes in een mix van covers en eigen werk. Het handjevol toeschouwers gaat gelukkig snel mee op een cover van ‘Crazy Little Thing Called Love’. Een nummer van eigen makelij die daarna volgt geeft dan weer een doo wop impressie. Met een botenloods in de buurt mag Otis Redding’s ‘The Dock Of The Bay’ ook niet ontbreken. De toetsen komen langzaamaan centraler te staan, en de backing vocaliste achter het instrument doet de hoofdzang bij een cover van Raccoon.
Is het alleen maar liefde en loungen? Nee, want het hoogtepunt van het hele gebeuren is een zwaar ingezette uitvoering van ‘16 Tons’ van Tennessee Ernie Ford, een arbeiderslied uit te jaren ‘50. De toon is somber en sardonisch, en plaatst je in de schoenen van een werker wiens enige toevlucht wrange humor is. Zeldzaam dat een cover een diepere indruk achter laat dan het originele werk in de setlist.
Onder De Notenboom
Frases uit het verleden
Bands zijn we bekend mee, maar er is ook een heuse orgeldraaier aanwezig. Roger Gonnissen van de nostalgische duo-act ‘Onder De Notenboom’ (de andere helft is inmiddels al weg) blijkt in België ooit een kampioenschap in zijn beroepsgroep te hebben gewonnen, maar gaat terug naar de wortels van het vak: de aandacht van voorbijgangers trekken. De man maakt z’n eigen orgelponskaarten, maar daarna kan zelfs een glunderende bezoeker de taak van het draaien overnemen, terwijl de orgelman zelf naar de doedelzak grijpt. De wijd dragende en weemoedig klinkende stem van Roger past prima bij ‘Het Dorp’ van Wim Sonnefeld, of een Vlaamse chanson over een wereld zonder wrijving. De oudere mensen worden teruggebracht naar hun jeugd, en blijven staan om een ‘Falderie, faldera’ mee te zingen. Het is een tijdcapsule van de zanglessen op de basisschool.
Inmiddels is het uur van de waarheid aangebroken, en op het hoofdpodium worden de winnaars van de jury- en publieksprijs aangekondigd na enig overleg. Een volledige becijfering van elke act wordt voorgelezen, en ze krijgen ook een certificaat erbij. Natuurlijk niet zo geweldig als de publieksprijs, die door de jonge Nous'che Jadrique is gewonnen (plus band natuurlijk). Ze hadden een terras zo overvol weten te spelen dat zelfs ellebogen geen optie meer waren om door de drukte heen te komen. Het gewonnen geld gaat meteen in een plaat geïnvesteerd worden. De jury geeft de derde plek aan het mediterrane koor De Zingende Zeilers en de tweede aan Maberico, maar de uiteindelijke winnaar is de echte rockformatie My Generation. Wat natuurlijk betekent dat ze naast een flinke zak geld ook een encore mogen doen als afsluiter van de 22ste editie van het festival.
My Generation

Ereronde
De drummer moet nog even naar z’n stokken zoeken, maar dan klinkt de oproep “do you want to dance”. My Generation begint met een nummer vol glad gitaarwerk en extra enthousiasme van de zangeres, nog helemaal high van de overwinning. Sommige tracks zijn een beetje basaal in de opsmuk, maar altijd rockend. Ze spelen alsof ze niets meer hoeven te bewijzen, vrolijk zonder uitsloverij. Publiek mee laten zingen in de microfoon of de hi-hat een mep geven mag zeker. Wederom steekt er een bries op, maar de mics staan hard genoeg dat zeker bij de samenzang men er makkelijk overheen komt.
Met drie nummers lijkt het vlug voorbij, maar tussen de toeschouwers staan sportieve muzikale rivalen die nog het luidst roepen om een toegift, en die is er ook. Klassieke rock, met een groove die als een pijl in de heupen schiet en waarbij de roffelende drums de x-factor zijn. De battle royale is gedaan, maar er zijn geen bittere gevoelens als de stoet met bolderkarren vol instrumenten richting de pont vertrekt. Alhoewel niet elke act even goed gaat bij de wat sobere condities, is het toch mooi om te zien hoe sommige formaties wel floreren.