Indra Diallo voert Resonant mee op golven door het oude Tropicana

Tweede editie van de ligconcertreeks biedt een pauze van de drukte

.
  • Linda Chen

Op de Maasboulevard razen auto’s voorbij, maar bij binnenkomst in BlueCity, een paar meter verderop, voelt de drukte al oneindig ver weg. Onder de laatste zonnestralen betreden we het oude zwembad, waar op de bodem van het diepe een verzameling klassieke en Fulani-instrumenten klaarstaat, omringd door strandstoelen, banken en yogamatten.

Het is de tweede editie van Resonant, een serie ligconcerten waarin het publiek vrij is om de schoenen uit te doen, de ogen te sluiten en zich even ergens anders te wanen. Na een korte introductie komt Reginald Somai op, autodidactisch pianist en het voorprogramma van vanavond. Hij neemt plaats achter de piano, die bescheiden in de hoek van de ruimte staat. De zaal is zo stil dat zelfs het geluid van de ingedrukte toetsen hoorbaar is. Met de Einaudi-achtige klanken van zijn nieuwste single, ‘Over and over again’, weet Reginald Somai de kille ruimte om te toveren in een warme cocon, klaar voor de hoofdact.

.
© Levi Roovers

Dan verschijnt Indra Diallo, met naast haar Pape Seck. Pape Seck is omgeven door een collectie percussie-instrumenten, van waterdrums tot de calabash, een instrument van het Fulani-volk. Op het podium staan voor Indra zowel de harp als de kora klaar, de West-Afrikaanse voorloper van de harp. Die dualiteit lijkt de rode draad door het optreden te zijn; in een uur neemt Indra ons mee in haar reis van Schiedam naar Senegal, naar Guinee, en weer terug naar Schiedam. Soms vertelt ze, soms laat ze de muziek spreken. We leren over hoe ze is geboren in het oog van de storm en over groei en verlies.

Het publiek wordt ondergedompeld en meegevoerd alsof Tropicana nooit gesloten is geweest. Alleen de trommels herinneren ons aan de grond onder onze voeten. Door de ramen in het dak verkleurt de lucht van blauw naar roze, tot er een bijna zwarte deken overblijft. Lichten uit, oogjes toe.

Ondertussen is het donker geworden, op enkele lichten na die een geeloranje gloed werpen op de metalen koepel van het dak. De silhouetten van Indra en Pape Seck werpen monsterlijk grote schaduwen die doen denken aan logeerpartijen van jaren geleden, aan uitgebreide voorstellingen met handschaduwen in bed. De muziek lijkt te vragen: ‘Weet je nog?’ De tonen zijn soms melancholisch, soms geruststellend, soms nostalgisch. Ieder op een eigen manier, maar ja, we weten het nog; we zien het, we horen het, we ruiken het.

.
© Levi Roovers