Fiddler’s Green, de Duitse Flogging Molly rip-off, opent indrukwekkend. Podiumonderdelen in de vorm van tandwielen en een rookmachine doen de locomotief (de rest moet je er maar zelf bij denken) langzaam op gang komen. Als de spanning piekt wordt deze doorbroken met het openingsnummer ‘Shanghaied in Portsmouth’. De sfeer zit er goed in, maar de kwaliteit is een stuk minder. Om te beginnen is de vaste accordeonist afwezig – zonder vervanger – en laat de accordeon nu net het smaakmakende instrument zijn in de Irish Folk muziek. Daarnaast is er vrij weinig origineels aan de act. De oudere nummers van Fiddler’s Green hebben nog iets van een rauw randje aan zich, maar het recentere werk heeft meer van disco- en popmuziek weg dan iets anders. Halverwege de set wordt bijvoorbeeld een discoversie van Bella Ciao gespeeld, tsja. We hebben ook twijfels bij ‘The Bog’, een boogie-antwoord op het o zo mooie traditionele Ierse nummer The Rattlin’ Bog.
Het voelt alsof Fiddler’s Green allemaal goede ideeën afkijkt, oppakt en in hun eigen Green Machine gooit. Daar is in feite weinig mis mee, maar deze machine is kapot en heeft grondig onderhoud nodig. Alle elementen van de show in Volt zijn gekopieerd van andere bands met een kapot kopieerapparaat dat sinds 2006 aan vervanging toe is. Violist Tobias Heindl houdt eigenhandig nog ‘The Machine’ draaiende. Hij speelt geweldig, dat mag óók gezegd worden. En ondanks dat de muzikale haatlijst voor deze band langer is dan de tekst van de originele Rattlin’ Bog, mag de liveshow er wel wezen. Want het concert blijft anderhalf uur lang één groot feest. Op het einde speelt de band het nummer ‘Folk’s not dead.’ Het idee voor dat nummer is (natuurlijk) ook gejat, maar de band heeft daarmee wel gelijk.
Chieff Bellstar bloeit en hun Koempel/Americana/Folkmuziek gaat alleen maar beter worden. Voor een goeie pot Ierse Folk hoeven we dus zeker niet verder te reizen dan Bocholtz.