Fear and loathing in Hotel Vegas

Dit was de zaterdag van Dauwpop

  • Puck de Jong

Het is dag twee van Dauwpop 2026. De die hards die hier het hele weekend vertoeven waren gisteren al getuige van knallende optredens van Skunk Anansie, Shame, Son Mieux en nog veel meer. Ze hebben bijbels aandoende regenbuien overleefd en zijn daarna, goor en onder invloed, hun plakkerige tentjes weer ingekropen. Het dynamische duo van 3voor12 Overijssel daarentegen is vanochtend zonder spierpijn uit een gespreid bedje gestapt om het feestje van deze brakke horde vast te leggen en te beschrijven.

Foto's door Airin Papapicco

Dankzij problemen op het spoor (wat een verrassing) lopen wij de set van Honey I’m Home in The Barn net mis. En dat terwijl deze piepjonge band dit jaar door onze landelijke collega’s werd verkozen tot beste act van Eurosonic Noorderslag. Gelukkig belooft de volgende band met zekerheid een einde te maken aan onze door fomo teweeggebrachte misère. We stappen door de poort van Hotel Vegas en worden verwelkomd met een zanderig binnenplein. Boven en naast ons hangen deuren die nergens naartoe leiden en halverwege de twee zijmuren klimt aan elke kant een trap omhoog naar een precair aandoende balustrade. Achter het podium doemen de grillige kruinen op van de grove dennen die het festivalterrein omringen, alsof je elk moment het bos in kan dansen om nooit meer terug te keren. Wij hebben nog geen idee dat dit hotel de hoofdrol zal gaan grijpen in een tomeloze Dauwpopervaring.

Ondanks de vroege starttijd staat Hotel Vegas al lekker vol wanneer Politie Warnsveld hun set opent met Klavertje Drie. Het skasextet valt vandaag in voor Money & The Man, die kort van tevoren hun show hebben moeten afzeggen. Gelukkig maakt Popo Warra bij uitstek festivalmuziek en wordt de modder die gisteren is bereid vandaag lekker aangestampt. Omdat de gemiddelde Dauwpopganger al net wat meer zomers heeft geleefd dan het publiek bij de vorige gig waar we de band zagen, waren wij blij verrast om te zien dat VVD Paradijs ook hier vol overtuiging wordt meegezongen. Met de gestage afbraak van sociale voorzieningen is het namelijk een schrale troost dat de muntjes bij Dauwpop - of eikels, zoals ze die hier noemen - dit jaar niet opnieuw in prijs zijn gestegen. Na de heerlijke cover van Laat mij maar alleen van Klein Orkest vraagt frontman Joris of we klaar zijn om nog gekker te gaan. Wat volgt is de eerste cirkelpit van de dag, waar helaas geen beelden van zijn omdat uw razende reporters daar zelf hartstochtelijk aan deelnamen. Stap In De Boot, een gestoord nummer over een overlever van een vliegtuigcrash, doet de pan overkoken en ontwaakt de hardste stuiterballen in het publiek. Dan is het tijd voor het moment waarop Joris als een priester in zijn preekstoel een hoge plek opzoekt om zijn congregatie toe te spreken; de balkons van Hotel Vegas zijn hier natuurlijk bij uitstek geschikt voor. ‘Het liefste zou ik de hele wereld aan het dansen krijgen’, predikt de feestidealist. De blijde boodschap van positiviteit en saamhorigheid komt op een prachtige zomerdag natuurlijk extra lekker aan. Het is bovendien ongelooflijk hoezeer de nummers van Politie Warnsveld uitnodigen tot meezingen. Na de tekst een keer gehoord te hebben, blèren we het merendeel uit volle borst mee. Ook de afsluiter, Bang Voor Het Licht, klinkt als een doorgewinterde festivalhit uit de gesmeerde keeltjes van Dauwpop. Popo Warra laat ons extatisch en bezweet achter, maar de rit is nog maar net begonnen.

De zon klimt naar zijn hoogste punt. De vogels houden hun snavels. Cactussen springen spontaan uit de grond en er is geen hoeveelheid bier genoeg om de dorst te lessen. De hitte in Hotel Vegas is verschroeiend en transfereert ons mentaal naar het gokparadijs waar het podium naar is vernoemd. We zien nog net geen reusachtige vleermuizen in de lucht, maar het klimmende kwik lijkt nog niet te stagneren. Iguana Death Cult komt dat nog een tikje erger maken. In het begin van hun meedogenloze set modderen de instrumenten flink in elkaar over, en de schelle feedback wanneer frontman Jeroen Reek net te dicht bij zijn versterker banjert maakt de muur van geluid tot een onneembare horde. Maar terwijl achter de schermen vlot de problemen worden aangepakt beukt de Rotterdamse stormram onverbiddelijk door. Reek springt met een vastberaden blik het publiek in om de boel verder op te stoken, terwijl bassist Sam Pols zonder genade de broeiende lucht met een spartaanse drijfkracht laat gonzen. Het concert verandert in een marathon door een krankzinnige woestijn, een uitputtingsslag van spastisch dansen. Tussendoor horen we de doorrookte stem van niemand minder dan Iggy Pop; het zijn soundbites uit zijn radioprogramma voor de BBC, waarin hij de Rotterdammers met lovende termen aanprijst. Op zijn beurt lauwert Reek ‘de mooiste provincie van het land’ waar hij vandaag mag optreden. Het is makkelijk scoren op een festival met zo’n heerlijk bosrijke omgeving als Dauwpop. Supreme Leader, een track van het nieuwste album, wordt opgedragen aan een jongen op de voorste rij die tot ieders vreugd niet naar Andrew Tate luistert. De waanzin eindigt met een steeds sneller jagend Nature Calls, dat tenslotte niet meer bij te houden is. Mensen snakken naar adem tussen de zwetende lichamen terwijl Iguana Death Cult in een laatste explosie het tempo nog een keer opvoert.

'Luister jij naar Andrew Tate?'

Terwijl Maan de mainstage bezweert en Jack Shore de Party Pit plat speelt, blijven wij plakken(d) bij de zandvlakte van Hotel Vegas. Het is de beurt aan Kaat Van Stralen en haar kornuiten om te demonstreren dat er ook in Vlaanderen keigoede punk wordt gemaakt. Toegegeven, de eigenzinnige stijl van de Belgen is niet iedereens kopje thee, om maar eens een anglicisme aan te halen. Kaat is veel aan het praatzingen en de ritmes klinken soms alsof ze spasmodisch van de trap donderen - en dan op een goede manier. Maar wat is dit? Kaat, die normaal gesproken huppelend alle hoeken van het podium leert kennen, zit vandaag op een hoge stoel. Heeft ze haar hele act omgegooid? Niks daarvan: een aantal dagen terug heeft ze haar enkel gemeen bezeerd, en het advies van de dokter luidt ‘niet staan’. Natuurlijk heeft ze hier zo nu en dan dikke schijt aan, want hoe kan je Aerobics in godsnaam zittend spelen? Vrijwel elke track kan ze het duidelijk niet laten om er toch wat voorzichtige danspasjes in te sneaken; haar huisarts zal met de handen in het haar zitten. Ondertussen is er met de gezichtsspieren en stembanden van Van Stralen overduidelijk niets mis. Ze leeft in haar nummers, en wisselt tussen giftig venijn en een mierzoete, vileine glimlach met de autoriteit van Nicholas Cage in een freakout scene. De harde punkbangers worden afgelost door rustigere tracks, zoals het emotionele Projectje, de persoonlijke favoriet van Kaat van de EPVieze Vlinder. We krijgen zelfs wat nieuw materiaal voorgeschoteld, zoals een confronterend nummer over ADHD dat wat betreft ondergetekende niet snel genoeg kan uitkomen.

Eindelijk laat Hotel Vegas zijn greep op ons vieren. We stevenen af op de King King, het op een na grootste podium dat Dauwpop te bieden heeft. Het woestijnzand ruilen we in voor met bier doordrenkte houten planken. De dag ervoor stonden hier al STONE en MY BABY, maar het lijkt erop dat het publiek de vloer nog redelijk heeft gespaard. Geen doodlopende deuren om ons heen, maar kronkelende bomen en een publiek vol knaldrang. Een reusachtige Nederlandse vlag hangt imponerend achter het drumstel, een visuele verwijzing naar het net verschenen album GEEN TITEL. Of deze boodschap ironisch is, of dat Ploegendienst overloopt van de vaderlandse liefde, mag je zelf invullen. Terwijl Please Please Please Let Me Get What I Want van The Smiths uit de boxen gonst, komt de band grijnzend oplopen. Frontman Ray Fuego torent hoog boven ons uit wanneer AFGROND wordt ingezet. Toch moet Dauwpop drie tracks lang even op stoom komen voordat het echte gebeuk wordt ingezet, waarbij het niet helpt dat de decibels die de band produceert gek genoeg op een bescheiden niveau blijven steken. Maar wanneer het dan losbarst, barst het verdomme ook goed los, en de feeststemming manifesteert zich op honderden breed lachende heen en weer slingerende smoelen. Toch glippen we weg voordat het feestje klaar is om de laatste paar nummers van Master Peace in The Barn mee te krijgen. Geen kans meer om vooraan te kruipen in deze goed gevulde schuur, maar vanaf het balkon is het uitzicht misschien wel nog spectaculairder. Geen moshpits bij dit genremixende trio, maar een hoop vrolijk gespring en gedans. Master Peace, echte naam Peace Okezie, wordt niet alleen begeleid door een backing track, maar heeft ook live drums en gitaar op het podium staan. Dit geeft de act een extra stoot energie waardoor de dansbare indierock net even lekkerder binnenkomt. Op afsluiter Home wordt netjes meegezongen, maar het dak van The Barn blijft vandaag in stand.

Net wanneer we dachten voorgoed van de krankzinnigheid van Hotel Vegas af te zijn, zuigt de belofte van Fellatio ons toch weer naar binnen. En we zijn niet de enigen: steeds komen we hier dezelfde malloten tegen, dezelfde verloren zielen die de aantrekkingskracht van het podium niet kunnen weerstaan. You can check out anytime you want… En dit is misschien wel de idiootste act van het hele weekend. Twee staande percussionisten (is dat nou Tom Harden a.k.a Tom Forever f.k.a Bumble B. Boy?), een multitaskende bas/synthbediener en een zanger die de grip op de werkelijkheid totaal kwijt lijkt te zijn. De muziek van Fellatio wordt voortgestuwd door die hypnotiserende samenwerking van bas en dubbele percussie, waarover frontman Abel van der Heiden cryptische teksten uitstoot over reusachtige mensen van boetseerklei. Het publiek begrijpt er de ballen van; mensen kijken zenuwachtig om zich heen, zoekend naar iemand die deze onzin kan duiden. Op uw verslaggever, daarentegen, heeft de muziek een onheilspellend effect. Ledematen staan niet meer onder controle van het centrale hoofdorgaan, maar lijken een eigen leven te leiden dat wordt geregeerd door de voortstuwende kraut van Fellatio. Van der Heiden staart ons gepijnigd aan terwijl hij zijn shirt verwijdert en zijn tepels streelt. Hij begeeft zich het publiek in, waar hij in een lege cirkel als een T-rex met ketamine rond paradeert. Elke keer opnieuw ontpopt een groepje lieve mannelijke bezoekers zich tot spontane roadies om de microfoonkabel uit de knoop te houden; dit is immers iets wat ze wél begrijpen. Pas bij afsluiter Gründfunken durft men het eindelijk aan om zich onder leiding van het geschifte viertal echt te laten gaan. Zal Fellatio vandaag een paar nieuwe ingewijden hebben bekeerd? Of zijn ze zo excentriek geacht dat niemand hier meer iets met ze te maken wil hebben? 

Na deze halfgare trip strompelen we Hotel Vegas uit, met moeite bij elkaar puzzelend hoe dit schouwspel heeft kunnen plaatsvinden. We vinden onze weg terug naar de King King, waar we de eerste paar nummers van Fat Dog willen meepakken. Maar de krachtmeting van zoveel waanzin achter elkaar heeft ons een knagende honger opgeleverd. Gelukkig duurt het niet lang voordat het vijftal uit Londen een draaikolk van jewelste laat verschijnen. Met viool, saxofoon en snijdende bas beukt de band gecontroleerde wanorde het publiek in. Dit wordt de doordrenkte planken op de vloer te veel; een aan gort getrapt stuk hout verpopt zich tot een schurkachtige enkelbreker, en uw reporter gaat dramatisch te gronde. Maar het publiek op Dauwpop bestaat natuurlijk uit heel veel lieve mensen, dus binnen de kortste keren staan we weer rechtop. Wanneer King of the Slugs overgaat in Shit Love, piepen we er tussenuit om de bloedsuikerspiegel op te krikken met een van de lekkernijen die Hellendoorn te bieden heeft. 

De zon is allang niet meer het ploerterige opperhoofd van vanmiddag, nu haar stralen bemiddeld worden door de geurige dennennaalden. Fat Dog heeft hun laatste noot nog niet gespeeld, maar de mainstage staat al bomvol met een hunkerend publiek. Het bier wordt ingeruild voor cocktails, uit handtassen komt glittermakeup tevoorschijn. Mijn fotograferende wederhelft, die wél is opgegroeid met de muziek van Sugababes, staat met knikkende knieën voor de barrier.

De Babes komen op onder luidkeels gejuich, van fans die misschien nooit hadden verwacht hun vroege helden ooit in het echt te zullen zien. Natuurlijk hebben ze een backing track, maar een bescheiden band supplementeert het geluid met live drums, keys en gitaar. Achter de dames grote gestileerde projecties van met name hunzelf. En potverdorie, wat klinken ze goed. Indrukwekkende uithalen en sensuele harmonieën doen eerst vermoeden dat er wordt geplaybackt, maar een paar kleine imperfecties bewijzen gelukkig snel het tegendeel. Als een geoliede machine banjeren de Sugababes met autoriteit over het podium, de danspasjes gesynchroniseerd tot in de puntjes. Grootschalige vuurwerk- of confettimomenten blijven achter, maar ze zijn dan ook niet eens als headliner geboekt. Hoewel de zwoele soultracks niet helemaal raken, springen een paar nieuwe tracks er juist uit als hoogtepunten. Met name het vorig jaar uitgekomen Shook blijft nog dagen door het hoofd zingen. Natuurlijk worden klassiekers als Overload, Push The Button en About You Now het allerluidst gewaardeerd door de oude garde fans, maar de dames hebben er vanavond zeker nieuwe liefhebbers bijgekregen.

Hoewel er hierna nog fenomenale acts op Dauwpop staan - ik noem SONS, Paceshifters en KABOUTERTJE PUTLUCHT - zijn de Sugababes op deze zwoele zomeravond voor ons de feestelijke afsluiters na een boel heerlijke waanzin. Terwijl het duister zijn intrede doet en de dennen ons omhullen, verlaten we het kleine stukje bos dat dit weekend totaal op zijn kop is gezet. De echte die hards feesten nog even door en zullen morgen wakker worden met mooie herinneringen - of heel veel koppijn.