Dat de tekst vol dubbele bodems, taalvondsten en scheefgetrokken uitdrukkingen zit, is al snel duidelijk. Een aardappelboer die in de puree zit, een nicht die solliciteert op een nevenfunctie. Het is precies het soort flauwigheid dat heel makkelijk irritant kan worden als de rest van het nummer niet meebeweegt en juist daar zit de kracht van ‘Dubbelzinnige Zinnen’. De muziek doet veel meer dan er een leuk sausje overheen gieten.
Het nummer heeft een aanstekelijke lichtheid, met een bijna jazzy soepelheid die nergens moeilijk klinkt. Alles klinkt los, vrolijk en met genoeg “schwung” om de tekst niet te laten verzanden in een louter talige gimmick. Catchy is het ook nog eens en dat maakt het alleen maar leuker. Het refrein nestelt zich al snel ergens in de taalkundige, muzikale afdeling van je hersenpan.
Vooral de dubbele zang in de refreinen is raak. Het geeft het nummer extra vaart, extra kleur en net dat beetje speelse glans waardoor het nóg lekkerder binnenkomt. Het refrein krijgt daardoor iets uitnodigends, iets dat niet alleen slim in elkaar zit maar ook oprecht plezier uitstraalt. En ja, het is allemaal best flauw, maar wel op de goede manier. Bewust, gevat en met voldoende souplesse gebracht om nergens in te zakken. Veel nummers met zo’n concept blijven steken in het idee. Jan.O en de Overige Bandleden maken er daadwerkelijk een lied van dat niet alleen geestig is, maar ook gewoon fijn klinkt.
‘Dubbelzinnige Zinnen’ is slim zonder gewichtig te worden, speels zonder kinderachtig te klinken en catchy zonder zich goedkoop naar binnen te wurmen. Een liedje met een knipoog, een positieve vibe en genoeg muzikaal vernuft om meer te zijn dan alleen een goede grap.