De Vrije Vloer: een verdwenen vrijplaats

De onderbelichte geschiedenis van het poppodium dat grote namen voortbracht

  • Sterre ten Houte de Lange
  • Romy Lamers

Verstopt in de grijze betonnen kolos aan het Paardenveld zit een bijna vergeten verleden van de Utrechtse muziekscene verstopt. In het ongebruikte trappenhuis, tussen de kickboksschool en de zeefdrukkerij, hangen nog de resten van posters die de meest geweldige shows aankondigen. Het zijn de laatste resten van de Vrije Vloer, het poppodium dat van 1981 tot 2001 bestond.

Impressie van het trappenhuis in 2025
Impressie van het trappenhuis in 2025
© Romy Lamers

Utrecht was in de jaren ’70 in veel opzichten een ingeslapen provinciestadje. Jongeren vonden dat er weinig te beleven viel. Op de Mariaplaats kon je discotheek Cartouch bezoeken of de Hordijk, de gangbare ‘bar dancing’. Los van het grote Muziekcentrum Vredenburg ontbrak het aan een kleiner, experimenteler podium voor live muziek, zoals Den Haag (Paard van Troje) en Amsterdam (Paradiso en de Melkweg) dat hadden. Dat én de groeiende groep krakers en jeugdwerkloosheid zorgden ervoor dat het broeide in de stad.

De Vrije Galerie

Silvia Schlieckelmann en Frits Pesik
De autodealer vertrok en de pandbeheerder liet er twee bijzondere mensen in: Sylvia Schlieckelmann en Frits Pesik
© Privéarchief Jan Nelissen

In de autoshowroom op de onderste verdieping van het grote pand aan het Paardenveld was ruzie ontstaan tussen de pandbeheerder en de autodealer die daar zijn auto’s wilde showen. De autodealer vertrok in 1981 en de pandbeheerder liet er twee bijzondere mensen in: Silvia Schlieckelmann en Frits Pesik. De twee hadden een kleine galerie aan de Oudegracht en droomden al langer van een grote expositie, een jaarbeurs. De 2400 vierkante meter grote showroom was er geknipt voor.

Mensen brachten muzikanten mee en voor je het weet ben je een poppodium

Jan Nelissen, de Vrije Galerie/de Vrije Vloer

De Vrije Galerie was geboren. Zes weken lang passeerden ruim honderd kunstenaars de revue. Kunstenaars in de breedste zin van het woord: van beelden tot actie, van poëzie tot muziek. Jan Nelissen, betrokken vanaf het prille begin: “Mensen brachten muzikanten mee en voor je het weet ben je een poppodium.”

Silvia Schlieckelmann en Frits Pesik in de Vrije Galerie (uit: Algemeen Dagblad 18/8/1981)
Silvia Schlieckelmann en Frits Pesik in de Vrije Galerie (uit: Algemeen Dagblad 18/8/1981)
© Algemeen Dagblad/Leo van Velzen

Silvia en Frits waren pacifisten, vrije denkers en charmante mensen. Ze hadden een aantrekkingskracht waardoor veel mensen hun een gunst wilden verlenen. Na twee keer zes weken was het niet een enorm probleem dat de autoshowroom nog altijd werd gebruikt als expositieruimte en muziekpodium. Kunstenaars mochten exposeren in ruil voor hand-en-spandiensten en een klein groepje afgestudeerde kunstenaars, handige mensen en werklozen sloot zich aan bij de Vrije Galerie. Ze bouwden podia voor expressieve kunst en muziek, schotjes voor nieuwe exposities en waar nodig zelfs kantoren en slaapruimtes voor de verwante zielen die zich voor kortere of langere tijd in het pand ophielden. 

ME rukt uit

Het gebrek aan vergunningen werd wel een dingetje op den duur. Het was ergens in februari 1982 en in een van de kamertjes in het pand logeerde de funkband Future. Gitarist Craig Calhoun keek uit het raampje van zijn kamer. Dat raampje keek niet naar buiten – het bood uitzicht op de ME-garage die aan zijn kamer grensde. In de garage maakten politieagenten zich klaar voor een inval. Snel rende Calhoun naar beneden om de anderen te waarschuwen. Drankleverancier Elsendoorn had de groep ook al een seintje gegeven: de gemeente wilde een einde maken aan de bezetting.

Ik heb nog nooit zo’n pacifistisch iemand zo boos gezien

Laurens de Haas, de Vrije Vloer

Snel sloegen de vrijevloerders nog een paar kratten bier in en barricadeerden de deuren. De galerie was een weekend lang gesloten voor publiek. Frits was in alle staten. Laurens de Haas, een vrijwilliger bij de Vrije Vloer van het tweede uur: “Frits hing direct aan de telefoon met de gemeente. Ik heb nog nooit zo’n pacifistisch iemand zo boos gezien. Hij zweefde bijna een meter boven zijn stoel. Na dat weekend kwamen de wethouders Brandsen en Pot* en het hoofd van de politie op de koffie en werden de zaken bijgelegd.”

De band Future en de politie
De band Future en de politie
© Craig Calhoun, Facebook
Artikel in NRC over de ontruiming, 1982
Artikel in NRC, 1982
© NRC

De Vrije Galerie kreeg een vergunning voor een muziekpodium en een drankvergunning. De gemeente stelde in augustus 1983 de ME-garage ter beschikking. Dat werd de concertzaal waar ongeveer 400 bezoekers in konden. De enige eis was dat er geen exposities meer mochten worden gehouden, omdat dat teveel concurreerde met de bestaande galerieën in de stad. De Vrije Galerie veranderde in de Vrije Vloer, een naam bedacht door Noni Lichtveld, die hecht betrokken was.

Die vergaderingen waren een grote muppetshow. Alles kon, iedereen had ideeën en meningen.

Rob de Vries, de Vrije Vloer
Vergadering van de Vrije Vloer
Vergadering van de Vrije Vloer
© Onbekend

Het moet ergens in die zomer van 1983 geweest zijn dat Rob de Vries zich aansloot bij de vaste groep vrijwilligers. De Vrije Vloer had geld gekregen van de gemeente voor “een PA en wat lichtjes”, maar de boel moest wel nog in elkaar gezet worden. Rob, opgeleid als telefoon-technicus, was handig. Tijdens de eerste vergadering die hij bezocht keek hij zijn ogen uit. In zijn ene hand kreeg hij een biertje geduwd en in de andere een schroevendraaier. Terwijl hij een beetje aan het klussen was, ging de vergadering door. “Die vergaderingen waren een grote muppetshow. Alles kon, iedereen had ideeën en ook meningen. Maar als je niet presteerde, dan werd je ook en plein public afgezaagd.” 

Grote namen, grote omzet

De nieuwe zaal bood een plek voor nationale grootheden, internationale opkomende bands en een thuisbasis voor lokale bands zoals Secret Sounds, het Goede Doel en Urban Dance Squad. Wat hielp was dat de Vrije Vloer een vruchtbare relatie kreeg met bookingsbureau Double-You. Zij brachten alle opkomende artiesten binnen die op de radio werden gedraaid. Er kwam een goede relatie met de kranten – journalisten van het Utrechts Nieuwsblad, de Volkskrant, NRC en het AD stonden altijd op de gastenlijst.

Dansavonden worden gefrequenteerd door punks, rasta’s, Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ‘jonge en oude’ jongeren

Beleidsdocument 1987

Naast de popmuziek waren er ook experimentele acts, theater- en poëzie-avonden, festivals, opera’s en manifestaties. Elke woensdag waren er filmvertoningen, popdichters en tv-opnames. Op donderdag kwamen daar dansavonden bij; “Gefrequenteerd door punks, rasta’s, Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ‘jonge en oude’ jongeren”, staat in het beleidsdocument uit 1987. 

Een jonge Rob de Vries achter de mengtafel
Een jonge Rob de Vries achter de mengtafel
© privéarchief Rob de Vries

Vrijdag waren er concerten met thema’s, feesten, presentaties en manifestaties. Zaterdag vonden er concerten plaats van middelgrote en internationale acts en de zondag was het café-avond met jamsessies. Zo gaf onder andere de Amerikaanse band R.E.M. zijn eerste Nederlandse optreden in de Vrije Vloer. Ook de Amerikaanse soul- en funkzanger Curtis Mayfield en de Britse synthpopband Talk Talk speelden er. Die laatste werd destijds geboekt voor 1.500 gulden, weet Rob de Vries*, die toen techniek deed in de Vrije Vloer. Tussen de boeking en hun optreden kregen ze ineens hun eerste hit: ’Such a Shame’. De show verkocht uit en ook op het plein voor de Vrije Vloer was het druk; iedereen wilde de mannen van Talk Talk zien.

Artikel Talk Talk vier keer extra (uit: Het Vrije Volk 24/5/1984)
Talk Talk (uit: Het Vrije Volk 24/5/1984)
© Het Vrije Volk

De opvallende posters van Wels de Vlugt

Poster door Wels de Vlugt
Een kleurrijke poster van Wels de Vlugt kondigt de komst van o.a. Nick Cave aan
© Wels de Vlugt

Promotie van al deze avonden verliep via posters en flyers die in de hele stad werden geplakt. Alle vrijwilligers rouleerden in de flyerdienst. De posters waren van de hand van Wels de Vlugt, een Surinaamse zeefdrukkunstenaar. Hij wordt gememoreerd als een zachtaardige, bescheiden man die ondertussen de meest opvallende posters maakte. Het was de tijd vóór social media, dus reclame voor optredens moest gebeuren via posters in de stad. Minstens elke week maakte hij een poster voor de Vrije Vloer. De posters van Wels zaten vol met felle kleuren, hij fleurde er de stad mee op.

Het is spectaculair wat Wels de Vlugt maakte

Ramon Goedvree, studio Kapitaal

Tot op de dag van vandaag geniet het werk van De Vlugt aanzien. Ramon Goedvree, eigenaar van Kapitaal, de studio voor analoge druktechnieken, is fan: “Het is spectaculair wat Wels maakte. Beeldend en typografisch is het heel experimenteel, en dat allemaal met de hand. En het témpo waarin hij dat maakte! Je ziet aan alles dat hij een bevlogen beeldmaker was met liefde voor zijn werk. Ik kan er alleen maar van dromen om in zo’n tempo zulk mooi werk te maken. Extra leuk dat wij nu in hetzelfde gebouw zitten als de Vrije Vloer.” 

Dansen voor een piek

poster dansen voor een piek
Poster door Wels de Vlugt ter promotie van dansavonden “Dansen voor een piek”
© privéarchief Laurens de Haas

Er waren destijds nauwelijks podia die bands programmeerden, behalve de Vrije Vloer en Tivoli*. En de donderdagen waren lang niet zo muzikaal als tegenwoordig. De bands hadden aanvankelijk geen eindtijd, ze speelden zolang het leuk was. Daarna werd er nog wel eens een plaatje gedraaid, maar het was weinig intentioneel. Daarom nam Marcel Wouter het initiatief om iets te maken van de late avonden in de Vrije Vloer. Bands kregen een eindtijd: 23:00. Daarna werd er muziek gedraaid. Zodoende veranderden de donderdag-, vrijdag- en zaterdagavonden in clubavonden. 

Aanvankelijk vroegen ze geen geld voor deze “Nakko” avonden. Maar toen Tivoli (toen nog aan de Oudegracht) in 1985 tijdelijk dicht moest wegens geluidsoverlast, was er in de stad ineens een groot publiek dat een dansavond zocht. Het was Wouter die op het idee kwam om een gulden te vragen voor de dansavonden: “Dansen voor een piek” was gemunt.

Er meldden zich dj’s, waaronder Arjen de Vreede, later bekend geworden onder de naam DJ DNA. En zoals dat ging op de vloer: als je een grote mond had en een plan, dan mocht je het doen. Rob de Vries weet: “Door Silvano (Matadin, red.) en Arjen  kregen we heel veel go-go platen uit Chicago en Philadelphia. Dat was best uniek. Gasten uit heel Nederland kwamen naar de Vrije Vloer om die muziek te horen.” De dansavonden boden ook een voedingsbodem voor de eerste house-experimenten. Sommigen zeggen dat in de Vrije Vloer eerder house gedraaid werd dan in de Roxy.

Een jonge Arjen de Vreede a.k.a. DJ DNA
Een jonge Arjen de Vreede a.k.a. DJ DNA
© Onbekend

Een fenomenaal idee: we maken een happening midden in de disco-avond

Rob de Vries, de Vrije Vloer

Een muur aan geluid

“Maar ja, platte dansavonden, dat was dus helemaal niet de bedoeling van de Vrije Vloer!”, legt De Vries uit. “Hoe leg je een platte disco uit aan cultureel onderlegde mensen? Dus er moest iets gebeuren en toen kwam iemand met het fenomenale idee: we maken een happening midden in de disco-avond.”

De muziek stopte, de gordijnen gingen open en op het podium stonden bassist Silvano Matadin, gitarist René de Zoete en twee drummers, Marcel Groise en Peter van de Velde*. Er kwam een muur aan geluid van het podium. Voor het publiek goed en wel wist was er gebeurde, was het alweer voorbij. De herrie duurde al met al dertig seconden! Maar het was een hit. Het werd nog meerdere keren herhaald, in wisselende samenstellingen. Toni Peroni (destijds drummer van Secret Sounds en later van het Goede Doel) en bassist Stephan Wienjus (het Goede Doel) speelden wel eens mee. Drummer Leander Lammertink (Spargo) deed mee en ook gitarist René van Barneveld, oftewel Tres Manos.

Urban Dance Squad

Silvano en René gingen door en legden met deze jams de basis voor de Urban Dance Squad. Naast Silvano en René traden ook DJ DNA, drummer Michel Schoots en een rapper uit Amsterdam, Patrick Tilon (beter bekend als Rudeboy Remmington) toe tot de Squad. “Ik heb ze zien groeien”, vertelt Peroni. “In het begin was het echt wel een beetje rommelig. Maar uiteindelijk was het natuurlijk de nieuwe sensatie in Nederland.”

Urban Dance Squad in 1989
Urban Dance Squad in 1989. V.l.n.r.: Rudeboy, Silly Sil, Magic Sticks, Tres Manos en DNA
© Roy Tee

Overdag repeteerde de Urban Dance Squad in de grote zaal van de Vrije Vloer. Bij de Vrije Vloer was veel mogelijk, niet alleen wat betreft het inbrengen van initiatieven en ideeën, maar ook technisch gezien. Zo schrijft Tilon in zijn autobiografie Rudeboy: Inside Outsider: “Er was geen enkele band in Nederland die gebruik kon maken van een compleet podium, PA-systeem en monitorsysteem. Het hele gebouw was op dat moment een wereld voor UDS alleen.”

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

De squad was vaandeldrager voor de muzikale progressiviteit van Utrecht

Patrick Tilon a.k.a. Rudeboy, Urban Dance Squad

Aangezien de Squad groeide, werd de Vrije Vloer, waar maar 400 man in mochten, na verloop van tijd te klein voor ze. Ze traden op in Tivoli Oudegracht. “De squad waren de vaandeldragers voor talent en de muzikale progressiviteit van Utrecht en zeker van de Vrije Vloer”, schrijft Tilon in Rudeboy: Inside Outsider. Urban Dance Squad verbreedde al snel zijn horizon, de bekendheid groeide uit tot ver buiten Utrecht. De groep werd een groot internationaal succes en speelde in de voorprogramma’s van Living Colour en de Beastie Boys.

Bij de bank kieperde ik de tas met geld om

Ingrid Ellinger, de Vrije Vloer

Espressomachine

Met het toenemende succes van de Vrije Vloer groeide de omzet ook. Vrijwilliger Ingrid Ellinger herinnert zich een van de eerste grote concerten nog. “Opeens hadden we een gigantische omzet.” De ochtend na het optreden liep ze met een plastic tasje naar de bank. Er zat 10.000 gulden in, aan munten en briefgeld. “Bij de bank kieperde ik de tas met geld om. De bank was not pleased. Er moesten allemaal mensen bij komen om te helpen sorteren. Of we dat volgende keer zelf even wilden uitzoeken voor we het kwamen storten.” 

Met dat geld kochten ze bijvoorbeeld een betere PA, lichten of … een espressomachine. Geheel in overeenstemming met de non-hiërarchische bestuurstraditie werd het ding gekocht zonder enig overleg. Dit leverde echter heibel op tijdens de vergadering. “De meisjes die op het geld moesten passen, vonden het een overbodige uitspatting”, weet Rob de Vries nog goed. Het werd een schreeuwpartij die meerdere mensen zich decennia later nog herinneren. Vrouwonvriendelijke termen vlogen over tafel en voor meerdere mensen was die vergadering de druppel. 

Veranderende tijden

Het is tekenend voor de veranderende tijden in de Vrije Vloer. De vrijwilligers werden ouder, kregen kinderen en/of vaste banen. Stellen die voorheen samen op de Vrije Vloer hadden gewerkt, gingen uit elkaar. De economische crisis van begin jaren ’80 was voorbij. Er was weer werk en jongeren wilden betaald krijgen voor het werk dat ze deden.

Het was in die tijd dat Tivoli (wel) overstapte van vrijwilligers naar betaalde krachten. De Vrije Vloer bleef draaien op vrijwilligers, maar de mentaliteit van de nieuwe vrijwilligers was anders, merkte de eerste generatie. Ineens wilden ze niet meer alle klusjes doen en wilden ze bijvoorbeeld een gulden per poster die ze plakten. Na een onrustige tijd met veel wisselingen, settelde uiteindelijk een nieuwe generatie vrijevloerders.

Vrije Vloer vecht voor voortbestaan

Wat volgde was een periode van muzikaal succes en organisatorische onrust. In april 1990 besloot de gemeente om de zeventigduizend gulden jaarlijkse subsidie van de Vrije Vloer per juli 1991 te stoppen zodat ze dat geld aan Tivoli konden geven. De gemeente zat in zwaar weer en ze wilden met de beperkte middelen die ze hadden liever één poppodium echt helpen, dan twee podia half. Tivoli-woordvoerder Paul de Brabander liet weten dat ze blij waren met het geld, dat het niet genoeg was, en dat ze al helemaal geen voorstander waren van een sluiting van de Vrije Vloer.

Het sluiten van de zaal staat gelijk aan krankzinnige cultuurmoord

Peter Hagenaar, de Vrije Vloer
Peter Hagenaar
Peter Hagenaar
© Marnix Schmidt

Peter Hagenaar, programmeur en coördinator van de Vrije Vloer zei destijds tegen de Volkskrant: “Wellicht hebben die ambtenaartjes zich dan laten afschrikken door de imposante portiers en de al even indrukwekkende metaaldetector. Maar wanneer ze de moeite hadden genomen zich te verdiepen in de hechte familie die de Vrije Vloer eigenlijk is, waren ze er ongetwijfeld achter gekomen dat het sluiten van de zaal gelijk staat aan krankzinnige cultuurmoord.”

De Vrije Vloer organiseerde een driedaags benefietfestival in, ironisch genoeg, Tivoli. Met funk, gitaarmuziek en house, onder andere van DJ DNA. Journalist Henrico Prins eindigt zijn artikel in de Volkskrant met dramatische woorden (zie onderstaande afbeelding). 

Daarna is het einde in zicht van de zaal die ruim tien jaar geleden begon aan de rand van het stadscentrum, te midden van kaalgeschoren veldjes, in een grote garage waar auto’s maar zelden werden gesignaleerd. Kantoorkolossen schoten links en rechts uit de grond. Tien meter van de ingang is een flink blok woningbouw verrezen. Met mooie portiekjes, inhammen die tot piesen noden.
Slot van het artikel in de Volkskrant, 1992
© Henrico Prins/Volkskrant

Faillissement

De vrijwilligers van de Vrije Vloer vochten als leeuwen. In de jaren die volgden boekten ze grote namen zoals De Dijk, Herman Brood en Tröckener Kecks en wisten zodoende met de inkomsten ‘uit de deur’ nog twee jaar rond te komen. Maar in 1994 moest er toch echt faillissement aangevraagd worden. De vereniging De Vrije Vloer werd opgeheven en in de plaats daarvan kwam de stichting De Fraaie Vloer, geleid door Paul de Brabander*.

De Vloer is een soort vrijplaats. Waardeloos dat het verdwijnt.

Een trouwe bezoeker

De zaal ging verder onder de verkorte naam de Vloer en wist via de rechtbank het huurcontract nog tot 1995 te verlengen. Toen moest de Vloer echt sluiten. ”De Vloer heeft een ander karakter dan een reguliere disco”, zei een trouwe bezoeker tegen het AD. ”Ze zijn niet primair bezig met geld verdienen. Geen top-40-muziek, hier. De Vloer is een soort vrijplaats. Waardeloos dat het verdwijnt.”

PvdA-gemeenteraadslid Hans Spekman overtuigde de gemeenteraad ervan om de Vloer te helpen met het vinden van een nieuwe locatie. Tegen het AD zei Spekman: “Het is een leuke tent waar verschillende mensen elkaar ontmoeten. Het zou echt een verarming van Utrecht zijn als dit zou verdwijnen.” Ondanks alle lof stonden de zestig vrijwilligers en alle bezoekers per 1 juli 1995 op straat. Voor Hagenaar was het ook een klap: “Toen de Vrije Vloer dicht ging, leerde ik wat een zwart gat was.”

De Vloer op De Helling

De oproep van Spekman had invloed. De gemeente ging samen met Stichting De Fraaie Vloer op zoek naar een nieuwe locatie. Die zoektocht duurde wel vier of vijf jaar. Intussen was er een soort rondreizend circus van pop-up-Vrije Vloer-feesten op verschillende locaties. De Brabander: “Dat was toch altijd een hele grote organisatie en je zag langzaam ook dat de club uit elkaar ging vallen. Intussen ging het bij de gemeente steeds concreter worden.”

De locatie die werd gevonden was die van een voormalig depot van het Centraal Museum op Rotsoord – de locatie die we vandaag de dag kennen als muziekpodium De Helling. “Iedereen zei: ‘Wat is dat belachelijk ver uit het centrum’, maar het bestuur zag het wel zitten.”

En toen ging levering x niet door en had levering y vertraging

Paul de Brabander, stichting De Fraaie Vloer

De hele toko moest verbouwd worden. Aanvankelijk wilde de gemeente het op zich nemen, maar, zoals De Brabander het uitlegt, “die snapte natuurlijk niet hoe zo'n podium moest werken.” Dus nam de Fraaie Vloer, Fons de Vreede voorop, het voortouw van de verbouwing van de opslag tot poppodium. “Intussen moesten we de opening voorbereiden. Dus hadden wij een directeur en een programmeur en een PR-medewerker aangenomen.”

De hele opening stond dus klaar: er waren toffe bands geboekt, de hele oude achterban en belangrijke mensen waren uitgenodigd. ”We hadden nog extra nagevraagd aan de bouwer: gaat het lukken? Ja, het zou zeker lukken”, vertelt De Brabander. “En toen ging levering x niet door en had levering y vertraging. En toen werd alles drie maanden vertraagd.”

“Dat was een grote schadepost”, zegt De Brabander met gevoel voor understatement. “We moesten tienduizenden euro’s aan schadevergoeding betalen aan de bands. Boekers namen hun relatie met ons onder de loep - wij waren een onbetrouwbare partij.” Er was wel wat geld vanuit de gemeente, maar dat was vier jaar daarvoor begroot. “Ondertussen waren de salarisschalen enorm gestegen door de internet- en vastgoedbubbel. Iedereen was duurder en iedereen had praatjes. We hadden een directeur gevonden maar die werd langzamerhand gek van de stress.”

De Helling staat vol bij concert van Deafheaven in juni 2025
De Helling staat vol bij concert van Deafheaven in juni 2025
© Viv Naastepad

De directeur vertrok en De Brabander nam zijn taak onbezoldigd over. “Toen bleek de administratie toch niet zo netjes te zijn als wij wilden.” Hij stortte zich op de planning en nam nieuwe werknemers aan via het gesubsidieerde banenplan, om “power erin te krijgen”.

Faillissement (2)

De zaal begon te lopen en de financiële achterstand bleef. Maar, zo verzekerde de gemeente, dat lossen we wel op. Zo liet de gemeente begin 2002 onderzoeken of een fusie tussen de Vloer en EKKO, het poppodium aan de Bemuurde Weerd, dat op dat moment ook in de financiële problemen zat, een optie was. Frans Vreeke, de latere directeur van TivoliVredenburg, onderzocht vanuit zijn functie bij organisatieadviesbureau Berenschot de mogelijke fusie en toen de werkelijke schuld van de Vloer kwam bovendrijven, zag EKKO definitief van dit plan af.

Die schuld werd langzamerhand de splinter in de zwerende vingers van de bestuurders van de Vloer. “Toen de gemeente maar niet over de brug kwam, hebben we faillissement aangevraagd”, vertelt De Brabander. “De gemeente schrok, maar wij waren als bestuurders verantwoordelijk.”

Tivoli de Helling

Er kwam een openbare bieding en Tivoli won. Financieel konden ze het op een akkoordje gooien met de curator en de gemeente. Ze namen de inboedel over en de schuld werd kwijtgescholden. “Voor Tivoli was dat heel leuk” weet Arlette de Jong, tegenwoordig directeur van de Helling en destijds assistent-marketing bij Tivoli. “Wij zagen dit als een enorme kans om echt een kleine zaal - die we niet hadden op de Oudegracht - te gaan invullen. Ik weet wel dat de stad en ook zeker de mensen die werkten voor de Vrije Vloer, het helemaal niet leuk vonden. Dat het ‘grote’ Tivoli dit overnam.”

De Helling exterieur
Poppodium De Helling in 2020
© Mirel Masic

Tivoli de Helling bleef bestaan en was erg dankbaar voor de prachtige zaal. De doos-in-doos-constructie maakt dat er flink gevlamd kan worden in de zaal. Toen Tivoli in 2014 de Oudegracht verruilde voor Vredenburg, besloot de gemeente dat de zaal moest blijven voortbestaan en werd de Helling weer een zelfstandig poppodium.

Nalatenschap

De Vrije Vloer heeft onderaan de streep veertien jaar op het Paardenveld gezeten en een jaar op De Helling. De nalatenschap bestaat uit vele herinneringen en ontmoetingen die nog altijd gekoesterd worden; de fraaie zaal De Helling is het laatste fysieke restant in het Utrechtse stadsbeeld. Het is akoestisch een van de beste zalen van het land, waar tot op de dag van vandaag muziek klinkt.

De lege zaal van De Vrije Vloer
De lege zaal van De Vrije Vloer
© Facebook