‘Can’t Wait EP’ met Dam Swindle: van rider naar reverb met de Old Fashioned
De remixes van BELLA, S!RENE & Tommy Chikara ontrafelen de ingrediënten

Bitters worden distortion, ijs wordt low-end en de “yeah yeah”-hook krijgt een tweede leven: de remixes van BELLA, S!RENE & Tommy Chikara ontrafelen de ingrediënten
(Fotomateriaal: Aileen de Ruijter)
We kunnen niet wachten op de EP-release bij Bar San Francisco, waar de hele listening bar in een oranje gloed werd gezet. Daar laten Dam Swindle voor het eerst Can’t Wait horen waar ze speciaal voor naar New York afreizen om exact de juiste bitters op de plaate krijgen: een warme, soulvolle houseplaat waarin de twee hun liefde voor melodie, groove en detail meteen laten spreken. Maar een dubbele vinyl laat zich niet vullen met één versie alleen, dus komen ook SIRENE, BELLA en Tommy Chikara in beeld: elk met een remix die de track op een andere manier openbreekt, uitrekt of juist opnieuw strak trekt. Van sax die verder naar voren wordt geschoven tot jungle-injecties, van een BPM-sprint omhoog tot een broken beat-dubversie die als een langzaam stromende rivier onder de track doorloopt.
Dat Dam Swindle van een Old Fashioned houdt, is geen geheim. Het drankje staat standaard op de rider; in Noorwegen weten ze er zelfs een eigen cocktailbar te krijgen achter de booth bij, waar het publiek gewoon aan kan schuiven voor een glas. Ook in hun muziek zit die cocktaillogica: gitaarakkoorden, een roep van “yeah yeah”, en precies dat gevoel van iets dat zorgvuldig is gemixt, geschud en afgetopt. Maar hoe vertaal je een cocktail eigenlijk naar een plaat? Tijd om de ingrediënten van de originele tune te ontleden - zonder dat de ijsblokjes in de break smelten. Kortom Lars Dales en Maarten Smeets vertellen meer over de release.

Dam Swindle: less is more, behalve de groove
Wie van jullie is de Old, en wie de Fashioned?
Lars: “Hahaha, nou, ik ben net wat ouder, dus dat betekent dat ik sowieso old ben.”
Maarten: “Klopt ook wel. Ik heb een snor en een groot assortiment sjaaltjes, dus ik ben sowieso best wel fashioned.”
Een Old Fashioned is zo’n cocktail waar je weinig kunt verstoppen. Geen parapluutje, geen suikerbom, geen tropische rookmachine: whisky, bitters, suiker, citrus, ijs. De kwaliteit zit in de verhouding: en precies daar vonden Dam Swindle een muzikale ingang.
De opdracht is: “Vertaal een Old Fashioned naar muziek. Waar begin je dan?”
Maarten: “Het was wel een leuke match voor ons om met de Old Fashioned wat te doen, want deze cocktail heeft echt jaren op onze rider gestaan. We zijn begonnen met de heritage van de Old Fashioned en kwamen erachter dat-ie echt bekend is geworden in New York. De New Yorkse housesound is altijd al een grote inspiratie voor ons geweest, dus we zijn voor onze remix ook die kant op gegaan.”

Wat maakt een goede Old Fashioned qua basis, en hoe vertaal je dat naar geluid?
Maarten: “Een goede Old Fashioned is ijskoud, met weinig elementen die van hoge kwaliteit zijn. Hij is niet te zoet en heeft vooral echt ballen. Als je dat naar een track vertaalt, wil je ook iets dat op een paar kernelementen leunt zonder al te veel gedoe eromheen. Een sterk thema en een goed low-end waren daarom voor ons belangrijk. De New Yorkse heritage maakte dat een goede sample ook wel belangrijk was, om de track een beetje leven te geven.”
Dus geen productie waarin elke zestien tellen een nieuw synthpresetje de aandacht vraagt, maar een tune die weet dat een goede baslijn soms meer zegt dan een heel kabinet aan plug-ins. Een paar sterke ingrediënten, lang genoeg laten trekken en niet kapotgarnishen: house als drankkaart-minimalisme.
Welke elementen uit de cocktail zijn in deze track de kruiden?
Lars: “Ik denk dat de bitters in de cocktail een belangrijke smaakmaker zijn. Als je dan kijkt naar onze track, is de manier waarop we geluiden processen met distortion, reverb of echo een belangrijke manier om bepaalde geluiden meer karakter te geven, meer uit de mix te laten springen of juist meer in te blenden. Dat zijn een beetje de ‘cocktailtools’ die we toepassen als we aan het mixen zijn in de studio.”
De bitters zitten dus niet in een flesje op de bar, maar in de echo op een akkoord, de korrel op een sample en de kleine rafelrandjes die voorkomen dat een houseplaat té glad wordt. Precies genoeg bite om de boel wakker te houden.
Wat maakt deze plaat anders dan de rest van jullie output, juist omdat er zo’n specifieke opdracht achter zit?
Maarten: “We maken natuurlijk niet zo vaak muziek met zo’n specifieke opdracht, maar dat maakte het ook wel weer heel leuk. Door met een heel duidelijk idee te starten en in een vooraf gekozen richting te produceren, kun je heel snel concreet worden. Zo’n beperking is eigenlijk wel goed, want je kunt snel beslissen of iets past of niet. Anders zit je misschien uren te pielen met een synthesizer en verlies je jezelf helemaal in dat moment. Dat is natuurlijk ook superleuk, maar nu konden we ons juist op een heel andere manier van werken richten.”
Een creatieve beperking als ijsblokje in de studio dus: het koelt de wildgroei af, maar maakt de smaak uiteindelijk scherper.
Hoelang werk je nou aan zo’n track?
Lars: “Geen idee! We hebben eerst een aantal concepten gemaakt, daarna even getoetst bij de mensen die er ook wat van moesten vinden en daarna nog aangescherpt in een richting die paste bij het drinkmoment van de Old Fashioned. Onze eerste versie was wat meer peak time, en nu is-ie uiteindelijk iets meer ingetogen geworden. Al met al ben je echt wel even bezig met zo’n track, zeker als je dan nog met remixers gaat praten en brainstormen. Maar het ging allemaal eigenlijk best snel en soepel.”
Waarom heet de track Can’t Wait?
Maarten: “Tracktitels kun je zo moeilijk maken als je wilt. Soms begin je met een haakje, bijvoorbeeld iets uit een sample waar je ooit mee was gestart, of de plek waar je met het concept was begonnen. Soms is het ook gewoon lekker rechtdoorzee. In dit geval hebben we een oude vocal van een New Yorkse track gevonden, die wat getweakt, en het lijkt net alsof ze ‘can’t wait’ zegt. Dat vonden we ook wel passen bij het cocktailmoment: een beetje overgaan van de avond naar de nacht en uitkijken naar wat er nog komen gaat. Dus dat voelde allemaal wel goed.”
De titel klinkt daarmee als het moment waarop het eerste rondje op tafel staat, de avond nog alle kanten op kan en iemand al half naar de dansvloer kijkt. Can’t Wait is geen haastige aapjes plaat die is uitgebracht op Monkey Shoulder Records, maar wel eentje met een duidelijke voorpret in de kick.

Originele track in de Monkey Shoulder cocktailshaker, wat hebben S!RENE en Tommy Chikara met de plaat gedaan?
S!RENE: terrasstand, maar dan met sub
Waar Dam Swindle de Old Fashioned inschenkt met New Yorkse house in het glas, zet SIRENE de cocktail in de zon. Zijn remix legt de sax en de “yeah yeah”-vocal verder naar voren, laat de groove ademen en kiest bewust voor een tempo waarop je niet hoeft te rennen om in beweging te komen.
Voelt de warmte van een Old Fashioned als een vertrekpunt voor je remix?
S!RENE: “Voor mij zeker. De warmte die een Old Fashioned brengt als je hem drinkt, is wat ik met deze soundkeuzes naar voren wilde brengen.”
De track opent met die zweepslagachtige percussie. Is dat meteen het startpunt?
S!RENE: “Voor mij was dat meer een introductie voor een rustige opbouw naar de drop.”
Je zet de sax en de ‘yeah yeah’-hook sterk naar voren. Waarom juist die elementen?
S!RENE: “Omdat deze elementen het beste de sfeer beschrijven die ik met deze track naar voren wilde brengen: warmte, zomervibes, cocktails en alles wat ervoor zorgt dat je zin hebt om met je vrienden op het terras of op je balkon met een drankje te chillen.”
Dat klinkt niet als een remix voor de piek van 04.30 uur, maar voor het gouden uur daarvoor: de zon zakt, de glazen beslaan en er is nog nul reden om naar huis te gaan. SIRENE trekt de track uit de clubmist en zet hem op een balkon waar de bas alsnog door de vloerplanken duwt.
Voelt de Old Fashioned voor jou als een traag, chill drankje? Je remix zit lager in BPM dan je misschien zou verwachten. Is dat bewust?
S!RENE: “Zeker. Er zit voor mij juist kracht in het langzaam genieten van een drankje en dus ook van muziek op een lager tempo. En omdat de rest van de EP ook al veel uptempo tracks bevat, leek het mij juist heel nice om mijn remix aan te vliegen op een manier die de Old Fashioned op een andere manier naar voren brengt.”
Geen speeddate met de drop, maar een lange blik over de rand van het glas. De remix laat horen dat vertragen ook een vorm van spanning kan zijn: vooral als de sax precies op tijd binnenkomt om de boel weer op smaak te brengen en er een goeie slinger aan te geeft.

Tommy Chikara: een meer van delay
Tommy Chikara kiest op zijn At The Lake Mix voor een andere route. Waar de originele track nog duidelijk richting cocktailbar en dansvloer beweegt, laat hij de elementen van Can’t Wait los in een wijder landschap van broken beat, dub en deep house. De herkenning zit er nog in, maar dan als een vage reflectie in water: je ziet de vorm, alleen beweegt alles mee.
Je remix opent bijna dromerig. Is dat het gevoel dat je wilde neerzetten?
Tommy Chikara: “Ja, deze track moet van zichzelf iets lichts dragen. De samples die de jongens van Dam Swindle hadden gestuurd, hadden dit van zichzelf al. Zodoende wilde ik ook gelijk openen met de sounds die je in het origineel ook terughoort. Daarmee is het gelijk ook herkenbaar als een nieuwe twist op het origineel.”
Wat betekent de At The Lake Mix voor jou?
Tommy Chikara: “Het hebben van een fijne tijd en het zijn in het moment. Dat is mijn associatie met een meer. Je geniet, bent vaak in leuk sociaal gezelschap en draagt een fijne energie.”
Dat meer hoor je terug in de ruimte die hij in de track laat. Niet als achtergronddecor, maar als productiemethode: de sounds krijgen tijd om te rimpelen, akkoorden verdwijnen niet meteen maar blijven nog even dobberen in de delay.
Hoe begin je aan zo’n remix? Dit is je eerste officiële remix, toch?
Tommy Chikara: “Dit is inderdaad de eerste officiële remix die ik heb gemaakt en die is uitgebracht. Ik had niet specifiek een bepaalde werkwijze in mijn hoofd, ik heb dingen laten gebeuren. Zo werk ik graag in de studio. Veel van mijn muziek ontstaat door momentopnames en happy accidents tijdens het maakproces. Ik heb de remix parts die mij zijn opgestuurd geluisterd en heb datgene wat mij het meest aansprak bewerkt en gebruikt.”
Welke onderdelen van de opbouw heb je gehouden, en welke heb je laten wegvloeien?
Tommy Chikara: “Ik ben vooral gaan bouwen rondom de chords die je prominent terughoort in het origineel. Deze vormen ook de basis van mijn remix. Daarnaast heb ik een deel van de andere geluiden gebruikt en daar vooral veel delay op gezet. Dit geeft het dat dubby randje, iets wat ik graag terughoor in muziek.”
Je remix heeft iets van broken beat, dub en deep house. De feeling is totaal anders dan die van het origineel. Een onoplettende luisteraar kan het misschien niet eens meteen horen waar de plaat vandaan komt. Hoe kom je bij deze sounds terecht?
Tommy Chikara: “Deze sounds gebruik ik ook meer in andere van mijn tracks. Dub heeft veel invloeden in mijn muziek, maar telkens weer op een eigen manier. Daarnaast ben ik groot fan van diepte in een plaat.”
En precies daarin zit de charme van deze versie. Tommy Chikara remixt niet alsof hij een track opnieuw moet aankleden, maar alsof hij hem onder water houdt om te kijken welke details boven komen drijven. De akkoorden blijven het anker, de rest mag uitwaaieren: een kleine duik in de dub, een broken-beat-bocht naar links en genoeg diepte om even in te verdwijnen.
Can’t Wait laat zich daarmee niet vangen in één serveerwijze. Dam Swindle schenkt hem strak en klassiek in, SIRENE zet hem koel op het terras, en Tommy Chikara neemt hem mee naar het water. De EP bewijst vooral dat een goede track, net als een goeie cocktail, niet per se meer ingrediënten nodig heeft: wel mensen die weten wanneer ze moeten roeren, shaken of gewoon even niets hoeven te doen.