Met zijn soloproject Loverman wist James de Graef, de Vlaamse singer-songwriter met een verleden bij de geflipte spacerockband Shht, vorig jaar indruk te maken met zijn debuutplaat Lovesongs. Op het eerste gehoor klinken zijn liedjes zo mooi en intiem, dat je zou zweren dat Leonard Cohen en Nick Drake even uit de dood zijn opgestaan om samen te jammen. Maar laat je niet misleiden door die pracht: live zorgt De Graef voor een bevreemdende en lichtjes gestoorde ervaring (zo zit hij op een hobbelpaard en springt die om de haverklap het publiek in) die je compleet van je sokken blaast, als je er voor openstaat tenminste. Want eerlijk, soms lijkt het wel een bijeenkomst voor ongemanierde concertbarbaren. Geklets en geroezemoes overal, zo hinderlijk dat je wel vooraan moét gaan staan om de show goed mee te krijgen. Enfin, hun verlies, want De Graef trekt zich er niets van aan en gooit doodleuk pareltjes als 'Would (Right In Front Of Your Eyes)' en 'Tinderly' in de mix. Het ene een bewijs van zijn vakmanschap, het andere misschien wel het mooiste nummer van het hele festival.
Wanneer De Graef zich afvraagt hoe lang hij nog moet spelen, schrikt hij even van het volledige kwartier dat nog rest. Of ja, ‘schrikken’... De Graef is eerder de man die het ongemak omarmt. Tijdens slotnummer 'Differences Aside' duikt hij voor een laatste keer het publiek in, gewapend met zijn microfoon op zoek naar onschuldige festivalgangers. Dat levert hilarische taferelen op, terwijl we ons langzaam afvragen of we naar een concert of een circusact - absoluut in de beste zin van het woord - kijken. Eén ding is zeker: Loverman is een bizar goede entertainer, die af en toe parels voor de zwijnen werpt. De voorste rijen, die wél luisteren, krijgen echter een show om nooit te vergeten. (BR)