Bij Conjurer is meer altijd beter
Metalbenders van alle metaalmarkten thuis in Little Devil
Afgelopen zondag speelde sludge/blackmetal/doom/post-metalband Conjurer in de Little Devil. Ja, wat voor band is het eigenlijk? Het is lastig dit Engels beestje bij een naampje te noemen; deze band mixt zware sludgy riffs met blastbeats met hier en daar een door hardcore geïnspireerde breakdown. Dit alles komt bij elkaar in een gezonde mix, waarbij het ene genre het andere niet overstemt maar het juist meer lagen aanbrengt in deze tekstueel ook al zware muziek. De verwachtingen lagen erg hoog, tijd om te kijken of ze waargemaakt zouden worden.
Voorprogramma Spit For The Masses uit Arnhem warmt een klein publiek op met hun blackened grindcore. De mix is wat slordig. Dit klinkt op hun laatste EP For The Masses heel DIY en charmant maar vertaalt zich live iets minder. De vocalen snerpen heel erg door de instrumentatie heen en de structuur van sommige songs verdwijnt een beetje door een ritmesectie die heel erg samengesmolten klinkt. Zonde, want er zit zeker potentie in de nummers.
Wanneer Conjurer opkomt staat het een stuk voller. Het is niet zo druk dat we moeten proppen, maar het staat zeker goed vol. Deze toer staat in het teken van nieuwste album Unself dat vooral over gitarist/vocalist Dani Nightingale gaat. Die kwam onlangs uit als non-binair en kreeg een autisme-diagnose. De band draait er ook niet omheen, in songs als ‘Hang Them In Your Head’ (opgedragen aan politici) en ‘Let Us Live’ hoef je je best niet te doen om de boodschap te snappen. Over het algemeen snijdt het album best wat zware materia aan, en dat mag dan ook verpakt worden in nog zwaardere muziek.
Conjurer begint de show met ‘All Apart’ en daarmee maakt de band haar genrebending status meteen waar; we hebben na een rustig intro meteen te maken met zowel blackmetal-stijl vocals en blastbeats als het dissonante lompe dreunen van sludge. Zanger/gitaristen Dani Nightingale en Brady Deeprose wisselen de spotlight af. Nightingale heeft een heel diepe bas in diens screams, waar Deeprose juist een stuk hoger en snerpender klinkt. Als ze samen hun strot open trekken is het resultaat een dynamisch en groot geluid. De afwisseling is heel goed te horen in ‘There Is No Warmth’, waar de vocalen bijna constant worden afgewisseld.
In het midden staat bassist Conor Marshall, de hypeman van de band. Zijn gezicht is bijna niet te zien terwijl hij tussen het windmilheadbangen door dikke, logge baslijnen uitstrooit over het publiek. Tijdens ‘Choke’, van geprezen debuut ‘Mire’ kijkt hij dreigend het publiek in. Het nummer is een stuk langzamer dan het meeste nieuwere werk, maar heeft ter compensatie een aantal door metalcore geïnspireerde breakdowns.
We krijgen vooral nummers te horen van Unself, uiteraard en The Mire. Hierdoor worden de overeenkomsten tussen de albums goed hoorbaar. Conjurer is heel goed in het opbouwen van intensiteit om alles weg te laten vallen in een rustig interlude. Daarna laten ze de song als een lawine terugkomen. Helaas is er geen plek voor nummers van de Curse These Metal Hands-EP die een aantal bandleden met leden van het eveneens Britse Pijn heeft opgenomen. Die EP heeft heel veel nieuwe fans naar beide bands gebracht, maar hier in de Little Devil is het alleen Conjurer-materiaal dat de klok slaat.
Het laatste kwart van de show zit vol met heerlijke heavy breakdowns (‘Rot’), blackmetalblastbeats (‘Retch’, ‘The Searing Glow’) en na meer dan een uur aan gitaargeweld zwaait de band af met ‘This World Is Not My Home’- niet toevallig ook het laatste nummer van Unself. Sterke, cleane vocals die zingen over vervreemding, ‘I’m just passing through’. Het is de perfecte afsluiter van een veelzijdige band die zich, hoe cliché het ook klinkt, écht niet in een hokje laat plaatsen.