Badlands bewijst met tweede editie geen eendagsvlieg te zijn

Van garageblues en cowpunk tot motoren en BMX: groter, maar nog even eigenzinnig

-
  • Miranda Valkenburg

Herinner je je nog hoe het voelde om als kind naar de jaarlijkse kermis te gaan? Van verre hoorde je de geluiden al en begon het te kriebelen. Zoveel te zien, zoveel te beleven. Dat gevoel bekruipt ons wanneer we op zondagmiddag vanaf de parkeerplaats richting Badlands lopen. Rondom ons rijden de prachtigste motoren af en aan en in de verte horen we muziek. Het terrein is ten opzichte van vorig jaar ruimer opgezet en anders ingedeeld. De twee podia zijn gebleven: de grote Harley-Davidson-tent en het kleinere Eat Dust-podium in de open lucht.

De zaterdag van dit driedaagse festival, dat op vrijdag begon, was met zo’n 2500 bezoekers uitverkocht; de zondag is rustiger, maar zeker niet leeg. Het weer werkt fantastisch mee: droog, zonnig en aangenaam warm. Precies goed voor een festival waar je minstens zoveel tijd kwijt bent aan rondkijken als aan muziek luisteren. Net als vorig jaar zijn ook de karaoke-container, de zandbak voor kinderen en de nogal opvallend aangeklede lijkwagen weer aanwezig. Er zijn foodtrucks, kraampjes, een tattooshop en natuurlijk heel veel motoren. Nieuw dit jaar is de Wall of Death, waar op motoren spectaculaire stunts worden uitgehaald.

-
© Sylvie Vencken
-
© Sylvie Vencken

DRUM&BEEKER

Op het Eat Dust-podium staat DRUM&BEEKER, het garagebluesduo Daan van de Ven en Peter Beeker. Recent verscheen het derde album Kapot ver Weg van deze Noord-Limburgers, die vandaag bijna letterlijk in hun eigen achtertuin optreden. Geen gepolijste blues voor de zondagmiddag, maar rauw en vettig. Kapot ver Weg zou volgens de aankondiging een sterke live-inslag hebben; op Badlands blijkt waarom dat werkt. Het is ook een mooie match met de omgeving. Hier hoeft niemand uit te leggen waarom Noord-Limburgs dialect prima samengaat met Mississippi-blues. Het internationale publiek hoeft het niet eens allemaal te verstaan om het te kunnen voelen.

Jenny Don’t and the Spurs

Jenny Don’t and the Spurs uit Oregon combineren country, rockabilly, surf en garage tot wat ze zelf ‘cowpunk’ noemen. Hun meest recente studioalbum Broken Hearted Blue verscheen in 2024 en werd opvallend goed ontvangen: de plaat laat horen hoe sterk de band is gegroeid, met veel ruimte voor gitaarwerk en een stem die rechtstreeks uit een oude countryfilm lijkt te komen. De band schakelt moeiteloos tussen rockabilly, surf, rock-'n-roll, honky tonk en country, met een ritmesectie die als een trein door de nummers dendert. Het is ouderwets lekkere country, maar dan met een flinke scheut motorolie erdoorheen.

-
DRUM&BEEKER
© Sylvie Vencken
-
Jenny Don't and the Spurs
© Sylvie Vencken

Jerry Lada

Op het kleine podium staat Jasper Suys, alias Jerry Lada. In oktober vorig jaar verscheen zijn tweede album La La La, dat volgens het label nog wat meer cowboy en twangy is dan voorganger Jerrypop. De Gentenaar schrijft, speelt en mixt zijn lo-fi garagerock en slackerpop helemaal zelf. De samenzang doet denken aan The Monkees en oude Britpop, terwijl nummers als ‘Cheese Legs’ en ‘Easy Does It’ precies de eigenzinnige garagepopvibe van de nieuwe plaat laten horen. En dan is er nog Kate Bush. Haar hit ‘Wuthering Heights’ uit 1978 krijgt van Jerry Lada een stevige, geheel eigen en soms onherkenbare behandeling. Live is Suys niet iemand die je snel zou boeken voor een zangwedstrijd. Gelukkig heeft hij daar ook geen enkele behoefte aan. Hij heeft wel iets anders, namelijk lol. In zijn groene tuinbroek staat Jasper zichtbaar plezier te maken. Hij kondigt een liedje aan als ‘1 2 3 patat’ en speelt vervolgens vrolijk verder. Het is misschien niet het strakste optreden van de dag, maar wel een van de leukste.

-
Jerry Lada
© Sylvie Vencken
-
© Sylvie Vencken

Cam Cole

De Britse one-manband Cam Cole werd groot als straatmuzikant. Hij combineert folk, Delta-blues, grunge en rock-'n-roll. Terwijl zijn gitaar klinkt alsof er minstens drie muzikanten op het podium staan, bedienen zijn voeten de drums. We vragen ons even af of er niet ergens een bandje meeloopt. Dat lijkt niet zo te zijn: Cole doet alles gewoon zelf. Met een bijna circusachtige aankleding produceert hij in z’n uppie, zonder backing tracks en loops, een muur van geluid. Zijn vierde studioalbum Lost In Creation komt pas in oktober 2026 uit, maar nummers als ‘Ur So Beautiful’ en ‘Get Up Ya Honky Tonk’ laten horen dat Cole zijn rauwe bluesbasis verder uitbreidt. Met zijn hoge hoed en paarse military jacket lijkt Cole zo weggelopen uit een fanfare, en de galmende microfoon maakt van de tent even een rock-'n-rollkathedraal.

We lopen voor de zoveelste keer een rondje over het terrein en ontdekken steeds iets nieuws. Bij de merch scoren we een schattig zakasbakje, gemaakt van gerecycled materiaal. Medeorganisator Terry legt uit dat ze vorig jaar nog dagenlang peuken van het terrein hebben moeten rapen, vandaar dat dit artikel in de merch is opgenomen. Helemaal achteraan staat een boogie van, waarin iemand vinylsingeltjes uit de jaren vijftig en zestig draait. We drinken er een Aperol Spritz met een zestiger die op een keukenstoel zichtbaar zit te genieten. ‘Ik luister eigenlijk alleen naar muziek van overleden artiesten,’ vertelt hij. Dat verklaart veel.

-
Cam Cole
© Sylvie Vencken
-
Cam Cole
© Sylvie Vencken

Andy & The Antichrist

De vier mannen van Andy & The Antichrist hebben hun roots stevig in de regio liggen, ook al wonen de bandleden inmiddels elders. Hun laatste album Every Garden Needs A Snake verscheen in mei en laat een band horen die iets meer ruimte geeft aan melodie, samenzang en reflectie. Dat betekent gelukkig niet dat de scherpe randjes verdwenen zijn. De nummers worden gedragen door vrolijke gitaren en uptempo drums, terwijl de zang een licht melancholische ondertoon houdt. Op Badlands blijkt dat volwassen worden niet hetzelfde is als saai worden. De band begint met een verzoek aan het publiek om te gaan zitten. Die sitdown duurt vervolgens zo lang dat het haast ongemakkelijk wordt en het publiek begint langzaam te lachen. Een bezoeker steekt er zelfs vrolijk een middelvinger bij op. Wanneer uiteindelijk het sein komt om op te springen, is de ontlading des te groter. Strak gespeeld, goed getimed en precies absurd genoeg.

Voordat Toody Cole het hoofdpodium betreedt, vindt daar een prijsuitreiking plaats. De mooiste motor wordt het podium opgereden. Of die daar kan blijven staan bij het volgende optreden, vraagt medeorganisator René zich hardop af. Het publiek ligt dubbel. Daarna volgt nog een prijs voor de ‘hottest dance moves’, die ter plekke gejureerd wordt. Een twerkende man wint. Medeorganisator Victor wil ook nog iets zeggen in de microfoon, maar is door stemproblemen onverstaanbaar. “Dit is dus geheim,” lacht René.

-
Andy & The Antichrist
© Sylvie Vencken
-
© Sylvie Vencken

Toody Cole

De 77-jarige Amerikaanse Toody Cole, medeoprichtster van Dead Moon, bouwde samen met haar in 2017 overleden echtgenoot Fred Cole aan een compromisloze mix van garagepunk en vroege grunge. Met haar huidige band houdt ze de Dead Moon-songs levend. De nummers hebben niets aan kracht verloren: ‘Walking On My Grave’ wordt neergezet als een dreigende, strak voortstuwende opener, met Toody's bas als fundament. Hier op Badlands staat een geroutineerde vakvrouw die precies weet wat ze doet. Dit is geen nostalgieshow; dit is een springlevende band en de songs klinken nog steeds alsof ze ieder moment uit hun voegen kunnen barsten. Terwijl Toody haar Dead Moon-set afwerkt, wordt duidelijk waarom deze act zo goed past op Badlands. Zelf doen, eigen koers varen, geen concessies. Het is precies de mentaliteit waar het festival om draait.

-
Toody Cole
© Sylvie Vencken
-
Toody Cole
© Sylvie Vencken

Vorig jaar was Badlands nieuw. Toen schreven we dat het festival iets bood wat je elders niet makkelijk vindt: undergroundmuziek naast motoren, BMX, boogie vans en allerlei andere subculturen, zonder dat iemand zich afvraagt of het allemaal wel bij elkaar past. Een jaar later is er meer ruimte, zijn er meer bezoekers en is de organisatie duidelijk een stuk geroutineerder. De basis en sfeer zijn gelukkig hetzelfde gebleven. Qua muziek en aankleding is dit festival een bont geheel dat nergens willekeurig voelt. DIY in optima forma.

Badlands is niet het festival waar je naartoe gaat om precies te krijgen wat je verwacht. Het is een festival waar je naartoe gaat om iets nieuws te ontdekken en je te laten verrassen. Het is een plek om te lachen en te zijn, niet als toeschouwer maar als deelnemer, als onderdeel van het geheel. En misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom we hier volgend jaar gewoon weer willen zijn.

-
© Sylvie Vencken
-
© Sylvie Vencken
-
© Sylvie Vencken
-
© Sylvie Vencken