Zero For Three: Ulrika Spacek, lots of hands, La Sécurité
Altijd wel weer een ontdekking

Het clubseizoen draait weer op volle toeren, kun je gerust zeggen. Geen betere plek om je herfstachtige werkweek te breken dan bij Zero For Three in de Muziekgieterij, toch? Als we je dat concept nog moeten uitleggen, moet je haastig eens van je hoekbank afrollen óf ben je gewoon geen fijnproever. Maar hé, no hard feelings.
La Securité uit Canada mag de avond openen. Alhoewel, met 20.00 uur op de klok is dat ‘openen’ misschien wat relatief. Artpunk, dancepunk, fun: op papier klinkt het allemaal veelbelovend. In de praktijk valt dat toch wat tegen. De songs, die veelal van de recentste plaat Disco! komen, beginnen na een kwartier wel erg veel op elkaar te lijken, met telkens hetzelfde springerige synth-basriedeltje als ankerpunt. Van springen of überhaupt bewegen komt sowieso maar weinig terecht: zowel de band als het publiek staan erbij alsof ze net te horen hebben gekregen dat Nederland tóch meedoet aan het songfestival. Positieve noot: zodra de band de nummers wat laat uitwaaieren, valt er zeker iets te genieten. Vooral de instrumentale stukken zijn een stuk beter te verteren, wanneer de synths en bas even de ruimte krijgen en de zang naar de achtergrond verdwijnt.


De ontdekking van de avond is lots of hands. De band uit Newcastle maakt beeldschone, ingetogen indiefolk, waar vlagen ambient en elektronica doorheen gewoven worden. Het type indie dat op een regenachtige dag in Newcastle – en daar zijn er nogal wat van – op een slaapkamer lijkt te zijn ontstaan. Pyjama-indie dus. In de beste zin van het woord.
Wat begon als een soloproject van gitarist Billy Woodhouse, is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardige liveband die hoorbaar schatplichtig is aan indiehelden als Alex G en Feeble Little Horse. Prachtig is ‘barnyard’, waarop de bassiste de show steelt met haar stem, die wel wat doet denken aan Clari Freeman-Taylor van mary in the junkyard. Terwijl zij de song naar een hoger niveau tilt, kabbelen de gitaren loom en bedwelmend voort. Alsof je even mag wegzinken in een droom waaruit je voorlopig niet wakker hoeft te worden. Wie houdt van indiefolk met rafelrandjes, of gewoon van mooie muziek die je even helemaal naar een andere wereld voert, doet er goed aan lots of hands eens op te zoeken.


De hoofdrol is vanavond weggelegd voor Ulrika Spacek. De experimentele rockband uit Londen maakte eerder dit jaar al indruk met het nieuwste album EXPO dat vol rijke gitaarvondsten zit. Live maakt de band die verwachtingen vanavond ook waar. Met elektronica die nadrukkelijk op de voorgrond treedt en uitgesponnen songs die alle ruimte krijgen om te ontsporen, blijft het spannend zonder ook maar één moment te verzanden in overdreven gefröbel. Dat de band wel heel nadrukkelijk uit de Radiohead-koker put, stoort eigenlijk niet eens.
De muziek ontvouwt zich als een audiovisuele collage: flarden elektronica, driedubbele gitaarlijnen en plotselinge uitbarstingen van gruizig gitaargeweld wisselen elkaar voortdurend af. Daarboven zweeft de dromerige zang van Rhys Edwards, nooit écht op de voorgrond maar ook nooit te onopvallend. Visueel valt er eveneens genoeg te beleven: de projecties op de achtergrond en de filmische lichtshow geven de toch al behoorlijk eigenzinnige sound nog een extra dimensie. Ulrika Spacek laveert tussen het hypnotiserende en het ontregelende. Een band die je geen seconde bij de les hoeft te houden.

