Wodan Boys rammen PAARD wakker

“Jullie zijn al helemaal warm zie ik”

-
  • Leontine van der Elst

Wodan Boys zet PAARD vanaf de eerste seconde op scherp met een set die geen moment gas terugneemt. Met een moshpit vanaf het eerste nummer en een zaal die direct meegaat, wordt het een avond waarop stilstaan simpelweg geen optie is.

De avond begint met Fellatio, een band die zichzelf ergens tussen ‘Post Avant-Garde Krautpop Disco Punk’ positioneert, en dat klinkt ongeveer zoals je denkt dat het klinkt. Hoekig, voortstuwend en net iets te luid om comfortabel te zijn.

Nog voordat iedereen goed en wel binnen is, grijpen bezoekers naar hun gehoorbescherming. Dit is geen voorprogramma om rustig bij binnen te komen. Het publiek moet zichtbaar even schakelen: sommigen laten zich meteen meezuigen in de droney intensiteit en fuzz, anderen kijken nog even rond, alsof ze proberen te bepalen wat ze hier precies van moeten vinden.

Maar Fellatio geeft weinig ruimte voor twijfel. Wat begint als lichte verwarring, slaat langzaam om in aandacht. Dit is het soort band dat je niet op de achtergrond kunt laten bestaan: je gaat erin mee, of je haakt af.

-
© Kate Swanson

Meteen vol erin

Als Wodan Boys het podium betreedt, is er van opbouw geen sprake. Vanaf de eerste seconde wordt er geramd. Geen intro, geen opwarmronde maar gewoon direct erin.

En het publiek volgt. Meteen ontstaat er een moshpit, alsof de zaal alleen nog maar wachtte op een excuus. “Jullie zijn al helemaal warm zie ik,” klinkt het vanaf het podium, en het voelt niet eens als een grap. Dit publiek had duidelijk weinig nodig.

Wat volgt is een set die geen moment verslapt. Wodan Boys speelt energieke, luidruchtige rock die constant op het randje balanceert. Gitaren die over elkaar heen buitelen, net niet uit de bocht vliegen, en daaronder melodieën die het geheel bij elkaar houden zonder het braaf te maken. Het is gecontroleerde chaos. Of in ieder geval chaos die precies genoeg onder controle blijft om te werken.

-
© Kate Swanson

Dunne lijn

Juist dat balanceren maakt de set interessant. De band beweegt zich continu op de grens tussen rammen en raken. Het ene moment voelt het alsof alles elk moment kan ontsporen, het volgende moment grijpt een refrein je toch weer bij de lurven.

Zanger en gitarist Thomas van der Want speelt daar slim op in. Tussen de nummers door houdt hij het luchtig, met opmerkingen die de energie nét even laten ademen zonder hem echt te breken. “Wij stonden vorig jaar op Lowlands, maar vroegen ons af wanneer we weer op de fiets naar een optreden konden gaan. PAARD, hier zijn we dan!” Het zijn kleine momenten, maar ze geven de set iets menselijks tussen al het geweld door.

In de zaal wordt daar nauwelijks bij stilgestaan. Daar wordt geduwd, gesprongen en meegebruld. Dit is geen publiek dat komt kijken, dit is een publiek dat meedoet.

-
© Kate Swanson

Geen pauzeknop

Wat opvalt, is hoe weinig ruimte de band zichzelf gunt om gas terug te nemen. Dat werkt, de energie blijft hoog, de intensiteit constant, maar zorgt er ook voor dat alles in één lange stoot voorbij lijkt te razen.

Toch past dat ergens ook bij wat Wodan Boys doet. Dit is geen band van subtiele opbouw of uitgekiende spanningsbogen. Dit is een band die kiest voor impact, voor volume, voor beweging.

En dat werkt.

Tegen het einde van de set is de zaal volledig los: zweterig, luid, ongepolijst. Wodan Boys laat zien dat je met genoeg overtuiging en energie geen ingewikkelde trucjes nodig hebt. Soms is het genoeg om gewoon vol in te zetten en te vertrouwen dat het publiek volgt.

-
© Kate Swanson