Rufus Wainwright x Residentie Orkest

Oh What a World

  • Tess Merlot Foto
  • Jan Rijk

Wat gebeurt er als je je muziek toevertrouwt aan zestig musici? Wanneer pop en klassiek elkaar niet begeleiden, maar uitdagen? In Oh What a World keert Rufus Wainwright terug naar het Residentie Orkest voor een groots, genre-overschrijdend programma waarin zijn songs en composities opnieuw worden geboren.

© Judith Zandwijk/v
Tess Merlot in gesprek met Rufus Wainwright
© Judith Zandwijk
© Judith Zandwijk

Tess Merlot in gesprek met Rufus Wainwright

 

Weet je nog de allereerste keer dat je je eigen nummers in een orkestrale setting hoorde?
“Mijn eerste album had al prachtige strijkarrangementen van de beroemde arrangeur, songwriter en producer Van Dyke Parks, maar de eerste keer dat ik zelf met een strijkerssectie in de studio stond, was bij Capitol Records in Los Angeles. Dat moment vergeet ik nooit. Bovendien stond ik letterlijk in dezelfde ruimte waar Judy Garland, Frank Sinatra en Nat King Cole hun muziek hadden opgenomen.”

En live? Ik kan me voorstellen dat het heel anders is wanneer je bij de repetitie voor een liveconcert een volledig orkest je eigen liedjes hoort spelen.
Ik ben al gek van opera sinds ik een jaar of twaalf was, dus ik voelde me altijd al aangetrokken tot dat geluid, was er wel op voorbereid. Een verrassing was het dus niet. Wat me wel opviel, is hoe stil het kan zijn. Een groot orkest kan zó subtiel spelen. Die verfijning en dynamiek, al die klankkleuren: geweldig.”

Kun je zeggen dat je veel eigen nummers dus hebt geschreven met een orkest in gedachten?
“Ik wilde vooral liedjes schrijven die op veel manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Mijn moeder was een geweldige songwriter; mijn vader is dat nog steeds. Het ethos van de McGarrigles en de Wainwrights is dat een lied zowel met een orkest als helemaal solo moet kunnen bestaan. Dat doe ik nu ook veel: ik speel óf met orkesten óf solo. Mijn akkoordenschema’s zijn van nature vrij orkestraal.”

Is het wel eens gebeurd dat een nummer voor jou een nieuwe betekenis kreeg door een andere bewerking?
“Liedjes krijgen sowieso andere betekenissen zodra ze geproduceerd worden. Ze gaan andere aspecten van je leven weerspiegelen, op het moment zelf of pas later. Maar de meest ingrijpende ervaring had ik toen ik mijn eerste opera componeerde. Bij een opera raak je zó ondergedompeld in alles, de personages, de muziek, de orkestratie, dat je jezelf bijna verliest in het proces. In die periode was mijn moeder heel erg ziek, ze lag vaak in het ziekenhuis. Ik stortte me volledig op die opera, eigenlijk om niet te hoeven nadenken over wat er verder in mijn leven gebeurde. Toen ik de muziek voor het eerst door het orkest hoorde, was ik verbijsterd door hoe emotioneel het was. Ik merkte hoeveel gevoelens ik erin had verwerkt, verdeeld over al die instrumenten en melodieën. Dat is iets bijzonders aan werken met orkesten: je raakt zó overweldigd dat je even kunt ontsnappen aan de realiteit, jezelf kunt verliezen in de muziek. Je gevoelens worden overgedragen aan andere mensen en instrumenten.”

Waarom kan juist een orkest dat zo overbrengen?
“Het symfonieorkest is een van de grootste creaties van de westerse beschaving. Muzikaal niet te evenaren. Ik geloof echt dat musici die de ene dag Sibelius spelen, iets van die geest met zich meedragen wanneer ze de volgende dag mijn nummers spelen. Alles raakt met elkaar verweven: componisten, tijdperken, stijlen. Er spelen allerlei onzichtbare geesten mee.”

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Tess Merlot
© Jan Rijk

Je hebt inmiddels met heel wat orkesten gespeeld. Is er altijd een klik, of soms ook totaal niet?
“Dat hangt er echt van af. Elk orkest heeft een eigen persoonlijkheid. Soms mogen ze je, soms niet. Ik heb orkesten meegemaakt die totaal niet onder de indruk waren van mij. Als een grote sectie een beetje snobistisch is, beïnvloedt dat de anderen. Maar er zijn ook orkesten die juist enthousiast zijn om met een nieuwe artiest te werken en niet steeds hetzelfde repertoire te spelen. En dan heb je orkesten die je duidelijk niet mogen, maar die wel fan-tas-tisch spelen, haha.”

Oeh, is het dan nog wel leuk?
“Dan wordt het een uitdagend gevecht, ook dat kan leuk zijn. Soms voel je de drama in een orkest, de spanningen tussen dirigent en concertmeester of tussen secties. Maar ondanks alles moeten ze aan de bak: geen tijd om aan te rommelen, spelen! Dat vind ik ontzettend indrukwekkend: dat ze het podium op gaan en nieuwe stukken feilloos spelen alsof ze ze al jaren in de vingers hebben.”

Voor dit soort concerten gaat er vaak eerst een arrangeur aan de slag met je muziek om het aan te passen en om te schrijven naar een orkestsetting. Is het wel eens voorgekomen dat je het absoluut niet eens was met bepaalde keuzes in de arrangementen?
“Ja, dan ga ik schuiven. Soms haal ik delen uit een arrangement en laat ik het orkest alleen op onverwachte momenten binnenkomen. Of ik gebruik maar één sectie, bijvoorbeeld alleen de strijkers. Het weghalen is net zo belangrijk als het toevoegen. Als er te veel gebeurt, werkt het niet. Zo word je eigenlijk zelf ook een beetje arrangeur.”

Wordt dat door arrangeurs wel geaccepteerd?
“(Lachend) Ze moeten wel. Het zijn tenslotte mijn nummers. Als uitvoerend artiest heb ik het recht om ze aan te passen zoals ik wil. Uiteindelijk is het mijn show.”

En dan speel je dit weekend in Den Haag, Utrecht en Eindhoven, samen met het Residentie Orkest. Jullie hebben eerder samengewerkt, toch?
“De laatste keer dat ik met hen werkte, speelden ze delen uit mijn opera ‘Hadrian’. Tijdens deze voorstelling doen we één aria uit die opera. Het Residentie Orkest is het perfecte orkest om alle zijpaadjes van mijn muziek mee te verkennen, dus we hebben samen besloten om dit keer het spectrum te verbreden. We duiken dus ook in mijn meer theatrale werk én popliedjes. “

© Jan Rijk

Voor deze concertreeks heb je sopraan Danielle de Niese meegenomen, ‘onze’ Carice van Houten is de special guest. Waarom zij?
“Carice en ik zijn al heel lang bevriend. Ze kwam ooit na een show naar me toe en we klikten meteen. Dit is de eerste keer dat Carice en ik samen zingen, dus ik heb wel even moeten zoeken naar het juiste materiaal. Ze is opgegroeid met de muziek van mijn moeder; haar vader was een enorme McGarrigle-liefhebber. Ze begrijpt dus waar ik vandaan kom. Danielle is een nieuwere vriendin, en een fantastische zangeres, een grande damein de operawereld. Toen we elkaar ontmoetten, was het meteen vuurwerk. Ik hang graag rond met fantastische vrouwen: getalenteerd, intelligent, glamoureus en leuk. Danielle en Carice zijn dat allebei.”

Is er een moment waar je in het bijzonder naar uitkijkt?
“We doen met z’n drieën ‘Unperfect Actor’, een van de sonnetten. Het is een wild stuk, bijna punkrock, scherp en edgy. Niet meteen wat je verwacht van orkestmuziek, maar het werkt. Het wordt iets unieks dat hier in het Haagse Amare in première gaat, en gelukkig mogen we het in TivoliVredenburg en Muziekgebouw Eindhoven nóg een keer spelen.”

Een soort weerspiegeling van jullie vier samen dus, van Rufus, Danielle, Carice en het Residentie Orkest?
“Ja. Vijf eigenlijk. Shakespeare is er natuurlijk ook bij.”

 

© Judith Zandwijk
© Judith Zandwijk

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
This Is Rufus Wainwright

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Sorry, er ging iets mis.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Live at Paard
stories
Den Haag Nieuws

Joep Beving betovert Amare met het Residentie Orkest

Op 29 september vindt in Amare, het cultuurpaleis van Den Haag, een bijzonder concert plaats. Pianist en componist Joep Beving, wereldwijd bekend om zijn rustgevende muziek, treedt op samen met het Residentie Orkest, geleid door Gijs Kramers. Klassieke en neoklassieke muziekconcerten worden niet vaak bezocht door 3voor12 Den Haag. Voor een samenwerking tussen Beving en het Residentie Orkest gaan we vanavond uit onze comfortzone. Het optreden raakt diep en vaart over een golvende stroom van emoties. “Naar het licht van de waarheid verlangen wij”, aldus Joep Beving.