Rommelhond en Hobojobos maken van De Piek een dampende folkpunkkroeg
"Publiek en band zingen samen over alles wat mooi, pijnlijk en hoopvol tegelijk kan zijn"
De intro- en pauzemuziek zet de toon al voordat de eerste noot live gespeeld wordt. Gruizige Nederpunk van onder meer The Shavers en Gewapend Beton galmt door De Piek. Vanavond draait alles om rauwe folkpunk, maatschappijkritiek en vooral: plezier. Met Hobojobos als opwarmer en Rommelhond als hoofdact verandert De Piek langzaam in een Zeeuwse variatie op een zweterige Ierse kroeg aan zee.
“Bent u zover?” wordt gevraagd aan frontman Jobo van de Hobojobos en aan het publiek. Maar nee: hij moet nog stemmen. De band wordt geschetst als ‘het muzikale geweten uit Eindhoven’, maar neemt zichzelf vooral niet altijd serieus. “We maken folkpunk. Over uitstervende dieren: dodo’s, dino’s. We hebben korte liedjes, dus jullie moeten op tijd klappen, anders zijn jullie te laat.” Daarmee is de toon gezet.
De Hobojobos brengen vrolijke, opzwepende nummers met scherpe teksten over woningnood, plastic soep en maatschappelijke ellende. Openingsnummer ‘Doos op straat’ gaat recht op het doel af: dakloosheid en de vastgelopen woningmarkt. Het contrast tussen de luchtige melodieën en de serieuze thema’s werkt verrassend goed. Liedjes duren soms nauwelijks langer dan een minuut of twee, waardoor de band regelmatig besluit ze gewoon nóg een keer te spelen. “Het ging over een kip. Dan doen we hem nu over eenden.”
Muzikaal zit het slim in elkaar. Kevin ramt haast gehypnotiseerd op zijn cajon, Felix schraapt ritmisch over zijn wasbord en Robin houdt het geheel bij elkaar met mandoline en gitaar. ‘Kwek kwek’, een ode aan eendenliefde, blijkt net zo energiek als absurdistisch. “Het gaat beter dan verwacht,” constateert Jobo tevreden. “Er zijn zelfs meer dan zes mensen in de zaal.”
Onder alle humor schuilt echter opvallend veel inhoud. ‘Botte bijl’, ‘Graftak’ en later ook ‘Dromen over doodgaan’ snijden thema’s aan als depressie, alcoholisme en uitzichtloosheid. Toch blijft de sfeer licht, dankzij het hoge tempo, de punkattitude en vrolijke trompetpartijen. Zelfs wanneer er een gitaarsnaar knapt, blijft het publiek genieten van de chaos. Terwijl Jobo uitgebreid op het podium een nieuwe snaar monteert, krijgen we een geïmproviseerd verhaal over een duif die in een kanon nestelt, ondersteund door Nintendo Wii-pauzemuziek. Het is precies de soort ontspoorde charme die perfect werkt in een zaal als De Piek.
Daarna volgen nog het strijdlustige ‘Woonprotestlied’ — “Wonen is een re-hecht!” — en het ongepolijste ‘Fuck de VVD’, gebracht alsof we midden in een Ierse folkpub staan. Afsluiter ‘Pluto’ gaat volgens de band “over aliens en shit” en vat de avond eigenlijk perfect samen: rommelig, geëngageerd en onweerstaanbaar enthousiast.
Na de pauze is het de beurt aan Rommelhond, voor de tweede keer in De Piek. De geschiedenis van de band geeft het optreden automatisch extra lading. Ooit begon de groep als Engelstalige band Crappydog, maar na het tragische verlies van twee bandleden in 2013 viel alles stil. Pas jaren later hervond frontman Erik Vandenberge het plezier in muziek maken en ontstond Rommelhond, inmiddels volledig Nederlandstalig. Op 24 april verscheen het tweede album Adem happen, dat vanavond vrijwel integraal gespeeld wordt.
Waar de Hobojobos vooral schuren en botsen, kiest Rommelhond voor warmte, melancholie en muzikaal avontuur. Samen met violist Max Swagemakers, contrabassist Nathanael Boelen en multi-instrumentalist Winnie Haarhuis bouwt Vandenberge een set op die voortdurend beweegt tussen folk, Balkan, chanson en punk.
Openingsnummer ‘Niet Helemaal Misschien’ begint klein en breekbaar, maar groeit uit tot een zonnig meerstemmig liefdeslied. Daarna volgt ‘Dans met mij’, waarin viool en accordeon het publiek moeiteloos de dansvloer op trekken. De sfeer in De Piek verandert langzaam van concertzaal in huiskamerfeest.
Rommelhond blinkt uit in dynamiek. Het ene moment klinkt de band intiem en breekbaar, zoals in ‘Iets nodig’, het volgende moment ontploft de zaal tijdens ‘Kouwe tenen’. Balkanachtige vioolpartijen zwieren door de ruimte terwijl de temperatuur in de zaal verder oploopt. “De damp staat op de ramen, het is bloedheet!” zingt Vandenberge lachend.
Tussen alle uitbundigheid door blijft er ruimte voor kleine, ontroerende momenten. ‘Met jou’ en het lentelied dat later volgt voelen bijna fluisterzacht aan, gedragen door subtiele snaarinstrumenten en de veelzijdige bijdrage van Winnie Haarhuis. In ‘Pruimentijd’ mag het publiek vrolijk meefluiten, terwijl ‘Tussen Hond en Wolf’ juist donkerder en meeslepender wordt. De vorm past zich voortdurend aan de inhoud aan.
Ook maatschappijkritiek ontbreekt niet. ‘Eindelijk gerechtigheid’ draait de rollen om tussen jagers en dieren: “Het is een ongelijke strijd. De dieren zijn de jagers.” Toch overheerst nergens bitterheid. Zelfs de zwaarste thema’s klinken bij Rommelhond uiteindelijk hoopvol en menselijk.
Na het album duikt de band nog alle kanten op, van een eigenzinnige versie van ‘Daar was laatst een meisje loos’ tot het activistische ‘Ga toch fietsen man’. Het absolute hoogtepunt volgt helemaal aan het eind. De band stapt van het podium af, midden het publiek in. Akoestisch, zonder afstand, zonder opsmuk. “De geluidsman mag naar huis.” Met ‘Eindelijk vrij’ sluit Rommelhond de avond af zoals die begon: eerlijk, rommelig en vol leven. In een dampende De Piek zingen publiek en band samen over alles wat mooi, pijnlijk en hoopvol tegelijk kan zijn.