Popronde Gouda 2026: van singer-songwriter tot punkjazz
Negen concertverslagen uit de Kaasstad

Bij de Popronde spelen honderd van de veelbelovendste acts van Nederland in steden waar ze niet vandaan komen. In 2026 treden in Gouda vijfentwintig acts op, plus twee Popronde previews. Met twee verslaggevers en een fotograaf raasden we op zondag 25 oktober langs negen acts.
Wendy Moore in Barista Café

Dit belooft veel voor haar optreden met de volledige band later op de middag. Wendy Moore bewijst dat solo en akoestisch haar krachtige stem net zo goed tot haar recht komt. (PW)
Else Lena

Onder begeleiding van haar toetsenist, gitarist en cellist, brengt Else Lena een zeer intieme set naar de Barista. Haar manier van vertellen doet denken aan dat van S10, evenals de teksten. Tevens ook loepzuiver.
De mensen rondom Else Lena zijn aan haar lippen gekluisterd en vallen stil. Jammer genoeg waren er ook veel niet Nederlands sprekende mensen in het publiek die helaas deze intieme verhalen niet goed meekrijgen. (PW)

Marieke Schenk

Dit is Nederlandstalige zeroes-style elektro-poprock uit Groningen. Bij Marieke Schenk heeft iedereen zijn of haar eigen stijl: de bassist is in overhemd en met stropdas, de drummer met brede ketting, Marieke draagt een driekwart legerbroek en sportshirt. Haar enorme energie valt op. Voor het spelen van haar ‘Gebruiksaanwijzing’ vertelt ze ons dat ze ADHD heeft. Het publiek klapt massaal met dat nummer mee. Dynamiek en podiumpresentatie zijn kortom prima.
Er zitten mooie tekstuele vondsten in haar nummers: “Ik speel met het vuur dat jij al had gedoofd.” Het enige om op te letten is de klemtoon aan het eind van woorden: “Adrenaline is de dopamine” en ”wat ik aan jou mis" past niet op “overdosis”.
Kudos aan de geluidstechnici in de bar van De Goudse Schouwburg. Marieke Schenk is kraakhelder en perfect gemixt, en dat is bij Poprondelocaties wel eens anders. (RvN)
Grandad

In een uitpuilend So What! brengt Grandad zalige, hyperenergieke punkjazz. De nummers worden intens gespeeld met sax, onheilspellend distorted gitaarpartijen en de energieke zanger Silver, die over het podium beweegt met schokkerige, Ian Curtis-achtige dansjes. Voor de solo’s nemen de bandleden plaats op een krukje met een kleedje, rechts vooraan op het podium. Een slimme vondst, want zo is de solist goed zichtbaar. Saxofonist Flor danst enthousiast mee als hij niet speelt, terwijl de grimassende gitarist Jop solerend de zaal in rent. Ze spelen twee nummers van hun ep’s ‘Porcelain’ en twee van ‘Canine’ en daarnaast drie songs van hun nog niet uitgebrachte debuutalbum: ‘North Pole’, ‘Human Being’ en ‘Little Kid’.
De aankleding is trouwens charmant: sjaals met een geitenkop liggen op de speakers tegen de achterwand van het podium en op de basdrum. Op die sjaals staan geitenpoppetjes als mascottes. Je zou met zo’n logo verwachten dat de band uit schapenkoppenstad Dordrecht komt, maar hun thuisbases zijn Arnhem en Nijmegen. (RvN)
FEMI

De set van FEMI klinkt als een muzikale droom. Zachte vocalen en wat rauwere gitaarklanken die elkaar prachtig aanvullen. De Nederlandse singer-songwriter maakt alternatieve folk met diepe en persoonlijke teksten die het publiek weten te raken en mee te slepen op deze rustige zondagmiddag in Gouda. In april bracht ze haar debuut-EP ‘Deadline’ uit, waarmee ze haar plek binnen de Nederlandse indiescene vestigt.
De zachtfluwelen stem van FEMI vloeit moeiteloos over de instrumentatie en ze beweegt makkelijk tussen borst- en kopstem. Hierdoor lijken de melodieën bijna boven de rest van de band te zweven. De licht overstuurde gitaar klinkt erg goed in het geheel en geeft de rustige vibes net wat meer edge.
‘Deadline’ heeft een ontspannen swing groove, gedragen door de bas en drums, met slide gitaar die de stem van FEMI aanvult. Verder heeft de leadgitarist een bord vol effecten die subtiel en smaakvol worden toegepast. De instrumentatie is rustig en beheerst, maar verliest nergens haar dynamiek. Een opvallend moment is een passage die meteen laat denken aan ‘Lover, You Should’ve Come Over’ van Jeff Buckley. De overeenkomst in de akkoorden tijdens de brug vormt een mooi muzikaal hommage, waarna de gitarist ruimte krijgt voor een heerlijke solo.
Veelzijdige dynamiek
Het interessegehalte van de muziek van FEMI vind zich niet alleen in de rustige en dromerige passages. De zwevende melodieën en vredige instrumentatie wisselt ze af met meer uptempo en dansbare nummers. Dit zorgt voor een welkome variatie en houdt de set levendig en dynamisch, waardoor FEMI laat zien hoe veelzijdig zij kan zijn.
FEMI overtuigt met haar sterke stem, sfeervolle instrumentatie en gevoel voor dynamiek. Het is muziek die zowel uitnodigt om even weg te dromen als mee te bewegen. Met haar debuut-EP en ondersteunende optredens zet FEMI een veelbelovende stap in de goede richting. (JL)
De Zweefclub

Studio Gonz laat door achtergrondprojecties deze Utrechtse band zweven tussen de Maastrichtse stadssterren. Aan de podiumrand hangt de bandnaam in enorme, vrolijke letters, maar de “B” van Club haalt het einde van het derde nummer niet. Zoals de winnaar van de Grote Prijs van Nederland even later zingt: “Alles gaat kapot”.
Het podium staat vol, want De Zweefclub heeft maar liefst acht bandleden, onder wie een violist, een trompettist met demper, een roedel gitaristen en een toetsenist. De zangers beelden regelmatig uit wat ze zingen: zo schieten ze met hun vingers bij ‘Cowboy’.
Ondanks de ruime bezetting houdt De Zweefclub zijn liedjes klein en licht, met een overwegend majeur geluid. Met hun vrolijke poprockenergie klinken ze als muziek om op zondagmiddag bij weg te dromen. Tot je naar hun teksten gaat luisteren, want die zijn zwaarder dan je zou verwachten: wraak, verval en zelfs een stomadrager komt voorbij. (RvN)
Wendy Moore in So What!

Twee minuten voor het optreden is het nog akelig rustig in So What!, maar zodra de eerste noot klinkt, stroomt de zaal opeens vol. Het viertal begint poppy, waarna er steeds meer rock in de set sluipt en ze toewerken naar rocker ‘Crocodile Tears’. ‘Corner Ghost’ trekt het publiek mee, vooral de fans onder de achttien gaan er helemaal in op. Het nummer eindigt met een geweldige drumsolo van Mark.
De Zandvoortse, haar eyeliner met puntje omhoog à la Amy Winehouse, moet haar stem wat inhouden. Ze heeft namelijk een jetlag na een trip naar Japan (“twee shows gespeeld”) en is daarnaast "megaverkouden". Dat past lastig bij poprock, waar krachtige vocals moeten leiden. Wél goed hoorbaar is de bas, een welkome uitzondering.
De teruggeschroefde intensiteit in de coupletten van ‘Start Fresh’ vormt een fijn rustpunt. Als intro op het nummer vertelt Wendy over haar leven. Haar droom was lange tijd om op de Olympische Spelen te schitteren als dressuurruiter. Ze had talent en schopte het zelfs tot de Nederlandse jeugdselecties. Toen die droom uiteenspatte, belandde ze in een diep dal. Ze ging echter muziek maken en dat werd haar grote passie: “Volg je hart, want je hart heeft altijd gelijk.” (RvN)
RubinCarter

Waar FEMI vooral de ruimte opzoekt in haar muziek, brengt RubinCarter een steviger en directer geluid naar de Kaasbar. Het soloproject van Sal Rubinstein, beter bekend als de drummer van het Amsterdamse Queen’s Pleasure, vult de ruimte door persoonlijke songwriting met rauwe garagerock energie, waarbij invloeden van Bob Dylan en Leonard Cohen samenkomen met een toegankelijk indierock geluid.
Het verschil tussen de studio en de live sound is groot, want ze trappen af met een wat meer overstuurd geluid, die niet zou misstaan op de soundtrack van een coming-of-age film. De gitaristen werken samen even harmonieus als de partijen die ze spelen, met lijnen die ze van elkaar over pakken en een duidelijk gestructureerd opstel van de partijen.
Een van de sterkste elementen van de set zijn de meerstemmige harmonieën, die de muziek van RubinCarter een warme volle klank geeft en goede aanvulling geeft op de vocalen van Sal. Daarnast weet RubinCarter een fijne balans te vinden tussen energieke rock en melodieën die, net als FEMI, wat meer dromerig klinken. De muziek heeft genoeg vaart om het publiek mee te nemen, alleen is de Kaasbar net te krap om hier goed te kunnen bewegen.
Tijdens het derde nummer bouwt de band bijzonder sterk op naar een hele vette climax, inclusief een erg indrukwekkende gitaarsolo, die uiteindelijk uitloopt op een rustiger einde met hele zachte vocals. Juist die overgang van uitbundige gitaarsolo naar een ingetogen afsluiting laat zien hoe effectief RubinCarter met dynamiek kan spelen. (JL)
WABR

Dit dansbare duo stond al eerder in het voorprogramma van TAXITAXI, van wie ze de WABR-remix van ‘DISCO TIJD’ laten horen. Synthesizers en mengpaneel staan tegenover elkaar opgesteld, met de bandleden erachter. De dekselse Texelaars zetten de zaal op het verkeerde been door zich bij het eerste nummer voor te doen als een kalme popact. Vanaf het tweede nummer, ‘ZO MOE’, wordt de beat opgevoerd en keren ze zich naar het publiek.
Wie met de Popronde zoveel acts achter elkaar ziet, gaat dwarsverbanden zien. Waar bij De Zweefclub “alles altijd maar voorbijstroomt”, zingt WABR: “Alles gaat voorbij”.
Zangeres Roos zingt goed, hoog en licht distorted, terwijl Joeri het gitaarspel verzorgt. Het publiek in het café van de Schouwburg zit eerst nog aan tafeltjes. Dat maakt het lastig om mensen aan het dansen te krijgen, maar WABR slaagt daar toch in - knap. Meegrommen met ‘Raaaaw’ lukt goed, zeker voor de dolgelukkige kleuter.
Later gaat het tempo verder omhoog richting happy hardcore. Ook het slotnummer ‘DOKTER’ is daar duidelijk door geïnspireerd.
Mooi in deze tijden van steeds duurder wordend levensonderhoud: hun debuutalbum is niet te streamen, maar wel bij hen te koop op cd voor slechts €8. Met deze goede partyvibes? Een koopje! (RvN)































