Ook in Doornroosje komen we elkaar bij Music Meeting uiteindelijk weer tegen
De organisatie van Music Meeting zal waarschijnlijk wel even geslikt hebben bij de weersverwachtingen voor het pinksterweekend. In het jaar dat hun festival uit Park Brakkenstein terugverhuisd naar het centrum van Nijmegen, wordt het perfect weer voor een buitenfestival. Het mag echter de pret niet drukken en deze eerste editie nieuwe-oude stijl (het festival ontstond immers 40 jaar geleden in de binnenstad) halen ze dan maar de Afrikaanse zon naar binnen tijdens de eerste avond. Onder de titel Celebrate Africa! staan namelijk BCUC, Oumy Madio, Mádé Kuti en IBAAKU op de planken van poppodium Doornroosje.
Kan het Music Meeting publiek de weg vinden van Brakkenstein naar Doornroosje? Dat is de eerste vraag die opborrelt terwijl de deuren van de Rode Zaal van Doornroosje opengaan. Hoewel hier vanavond de officiële opening is en de organisatie een aantal klinkende namen geprogrammeerd heeft, voelt het toch een beetje als de pre-party voor het festival dat de komende drie dagen op allerlei plekken opduikt, maar zich vanavond met een relatief kort programma op een enkele plek centreert.
Terwijl de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls tijdens de openingsceremonie wat lang uitweidt over zijn muzikale ontmoetingen en voorliefde voor Britpop en Italiaanse filmmuziek, lijkt het even alsof de weg naar Doornroosje inderdaad wat moeilijk te vinden is. De grote zaal van Doornroosje - die voor de gelegenheid mooi is aangekleed met een grote wereldbol op het dak, maar ook bewust wat kleiner is gemaakt door het balkon en het achterste gedeelte af te sluiten - is nog meer leeg dan vol.
BCUC solliciteert naar een langer tijdslot
Gelukkig vullen die gaten zich snel op zodra er daadwerkelijk muziek klinkt in Doornroosje. Terwijl het Zuid-Afrikaanse collectief BCUC (Bantu Continua Uhuru Consciousness) het podium opstapt, lijkt de zaal ook precies vol te stromen. En wanneer muzikanten en publiek elkaar ontmoeten, gaat dat niet aftastend en voorzichtig, maar beiden gaan er direct met volle overgave in.
BCUC, bestaande uit meerdere drummers en percussionisten, een bassist, drie zangers en voor de laatste twee nummers een gastsaxofonist, speelt als een machine. Extreem strak, stuwend, energiek en groovend. Hun sound is geworteld in de muzikale traditie van de Bantoevolkeren die zich vooral in de zuidelijke helft van Afrika ontwikkeld heeft, maar er klinkt net zo goed soul, punk en hiphop in door. De nummers, waarin ritmes en zangpartijen steeds weer herhaald worden en geleidelijk veranderen, ontspinnen zich soms wel over tien minuten en krijgen daardoor iets hypnotisch, gelijkend op optredens van Fela Kuti, hoewel muzikaal compleet anders.
De energie die BCUC met hun muziek ontwikkeld, slaat vanaf het eerste nummer over op het publiek en tot halverwege de zaal wordt er direct uitbundig gedanst. Hier haakt de band vervolgens weer op in en tussen de nummers door is frontman Zithulele 'Jovi' Zabani Nkosi open over hoe zwaar het touren soms is, maar hoeveel energie het enthousiasme van het Nijmeegse publiek hun ook weer geeft.
De lange, hypnotiserende, opzwepende nummers en het enthousiaste publiek werken zo goed op elkaar in dat de 45 minuten die BCUC vanavond heeft zo voorbijvliegen. Een deel van het publiek lijkt oprecht verrast als ze hun laatste nummer aankondigen. Het voelt alsof de machine die BCUC is de hele avond en tot diep in de nacht door had kunnen blijven spelen en het publiek de hele tijd was blijven dansen. BCUC is een fantastische opener voor een festival als Music Meeting en laat direct zien waar het festival voor staat, maar een volgende keer verdient de band een langer tijdslot.
Oumy Madio wordt wat overstemd door ontmoetingen verderop
Tussen de artiesten uit Soweto, Dakar en Lagos lijkt de geboren en getogen Nijmeegse Oumy Madio wellicht een vreemde eend in de bijt, maar haar mix van indiefolk en West-Afrikaanse ritmes voelt zowel als een natuurlijke overgang en een welkom rustpunt in het programma van deze avond. Samen met haar superstrakke tweekoppige band staat ze in het café van Doornroosje terwijl de Rode Zaal wordt omgebouwd.
Met haar heldere en zachte stem en de warme sound van haar band leent de muziek van Oumy zich er zeer goed voor om bij weg te dromen, of zachtjes mee te zingen bij de refreintjes, zoals het catchy nummer 'Blind'. Helaas wordt dat nogal tegengewerkt door de (minder muzikale) ontmoetingen die bij de bar van het café plaatsvinden, waar over van alles gesproken wordt maar weinig wordt geluisterd naar wat er op het podium gebeurt. Oumy Madio laat zich daar echter niet door uit het veld slaan en zoekt steeds meer het contact met de mensen vooraan die wel willen luisteren.
Tussen de mensen is Mádé Kuti op zijn best
Na de relatieve rust van Oumy Madio en de laid-back platen die de Senegalese electro pionier Ibaaku ondertussen in de Rode Zaal heeft gedraaid, moet het energieniveau weer omhoog met Mádé Kuti. De zoon van Femi Kuti en kleinzoon van Fela Kuti staat op de schouders van reuzen, maar gaat in zijn muziek heel bewust met die rol om. De titels van zijn albums als Legacy+ en For(e)ward en wijzen al op de rol die die nalatenschap speelt in zijn muziek. Dat is een rol waar Mádé niet onder gebukt gaat, maar wel actief en open in zoekt; iets dat zijn muziek ook zo interessant maakt. Live zoekt hij naar de balans in die zoektocht door zowel zijn eigen muziek als die van zijn vader en grootvader te spelen.
Hij begint de avond met een aantal nummers van zijn eigen, meest recente album Chapter 1: Where Does Happiness Come From? Vooral de openingstrack 'Take It All-in Before The Lights Go Out' is exemplarisch voor Mádé’s sound, geworteld in de Afrobeat zoals die door zijn familie ontwikkeld is, maar iets lichter en luchtiger. Vanavond komt die lichtheid en luchtigheid echter niet helemaal over. Een deel van zijn elfkoppige band lijkt zich door de (toegegeven, zeer complexe) muziekpartijen heen te struikelen. Wat strak en puntig hoort te klinken, wordt daardoor wat rommelig. Later in de show vertelt Mádé dat meer dan de helft van de band vanavond voor het eerst samenspeelt, wat er wellicht wat mee te maken zal hebben.
Die valse start drukt lang een stempel op het concert. Hoe natuurlijk de synergie tussen BCUC en publiek ontstond, zo moeizaam krijgt de ontmoeting tussen Mádé gestalte. Hoe enthousiast zijn dansers ook over het podium stuiteren, of hij nou Mádé, Femi of Fela Kuti nummers speelt, een element blijft steeds missen, ook als zijn band bij de nummers van Femi Kuti wat beter in het ritme komt. Het is pas bij het een na laatste nummer, “Scatta Head”, dat alles op zijn plaats valt.
Mádé vraagt het publiek het podium op te komen en na wat twijfel klimmen steeds meer mensen het podium op. In de organische scène van vrolijke en dansende mensen die dan ontstaat, komt allereerst de muziek het beste tot zijn recht. Wat het echter echt bijzonder, zelfs emotioneel maakt, is om vanuit de zaal de ontmoetingen op het podium te zien plaatsvinden. Tussen band en publiek, tussen publiek onderling, tussen luisteraar en muziek. Omgeven door allerlei verschillende mensen speelt Mádé Kuti ondertussen een minutenlange, prachtige saxofoonsolo. Hier, tussen al die ontmoetingen, valt zijn muziek, en die van zijn voorouders op zijn plek.
Fotoverslag Music Meeting 22 mei 2026