Los collectief is supercool

New Cool Collective in de Nobel: interview en verslag

.
  • Sander ten Napel
  • Ilse Kalisvaart

Als ik lekker vroeg aankom bij de Nobel wordt ik per direct keurig en adequaat in de kraag gevat door twee medewerkers. Gelukkig is de uitleg dat ik kom voor een interview met Benjamin Herman meteen voldoende om naar binnen te mogen. De bedrijfsleider is zo vriendelijk me backstage te brengen en aan de band- en stage-managers voor te stellen. Het is er hectisch. Dit optreden is de eerste van de tour. Naast de acht leden van het New Cool Collective zijn er ook nog eens acht ingehuurde 'project-leden'. En iedereen wil natuurlijk een goede start. Ik krijg de vraag het bondig te houden. Gelukkig heb ik (tegen mijn normale werkwijze in) vooraf wat vragen opgekrabbeld. Ik moet nog even wachten, maar dan komt Benjamin Herman aangelopen. Hij ziet er 'sjiek de friemel' uit in een jasje gestoken dat voorzien van een hypnotiserende rij manchetknopen.

Deel 1: interview met Benjamin Herman

Toetje
Er is veel om te vragen. Ik begin bij de grote bezetting deze tour. Naast de kern van de acht leden van het collectief zijn er nog eens elf muzikanten op het podium. Hoe werkt zoiets? Zijn al die mensen betrokken bij het vormgeven van de uitvoering vanavond? Hoe weet iedereen precies wat te doen?

Benjamin vertelt (ik meen daarbij veel trots en plezier in zijn stem te horen) dat toetsenist Willem Friede van ieder nummer een partituur uitschrijft voor de hele band. Overigens is er veel ruimte voor vrije solo's ingepland.

Natuurlijk zijn er repetities geweest, maar wat later tijdens ons gesprek ontdek ik dat er zelf gisteren nog iemand met een nieuw plannetje kwam dat vanavond meteen ook gespeeld gaat worden.

De 'extra' muzikanten zijn overigens niet per se altijd dezelfde door de jaren heen. Een aantal van hen spelen voor het eerst mee. Voor her Collective is zo'n bigband-tour af en toe als een kers op het toetje: even lekker uitpakken.

.
© Ilse Kalisvaart

Een los collectief
Ik heb veel gelezen over samenwerkingen met Matt Bianco, Tony Allen, Jules Deelder en vele andere bekende artiesten. Ik vraag of die mensen tijdens zo'n project een soort van collectief-leden worden. Zo moet ik het echter niet zien: het zijn echt 'gasten' die met alle egards die daarbij horen en die samen met het collectief optreden.

Benieuwd naar de waar al die muziek vandaan komt, vraag ik naar hoe de nummers tot stand komen. Dat blijkt heel organisch te gaan. Iemand heeft een lekker lijntje, een plannetje. Soms komt iemand met een uitgewerkt idee. Er wordt wat geprobeerd: als het werkt mag het blijven en groeien. Als het niet werkt, wordt er verder niet bij stilgestaan en gaat men door met het volgende dat zich aandient. Het is een heel open en vrij proces waaraan het hele collectief meewerkt.

Als ik vraag naar hoe het New Cool Collective ooit begonnen is, vertelt Benjamin dat een aantal muzikanten (waaronder DJ Graham B.) begin jaren ’90 in de Amsterdamse Soulkitchen graag muziek wilde maken voor en met leeftijdsgenoten (destijds twintigers). En dat deden ze liever in popzalen dan in het geijkte jazz-circuit.

Benjamin zegt daarover: "Als je de stap maakt naar Art Blakey maakt, speel je niet meer in pop-zalen.". Gekscherend reageer ik nog: "Voor je het weet, maak je kunst", maar ik krijg meteen een vriendelijke correctie: "Iedereen in dit collectief is een artiest." En dat is zeker waar. Het is me echter wel duidelijk nu dat voor iedere kunstvorm een plek en een tijd is; dat er jazz is en ‘jazz’. En... dat als je met een vette sound volle zalen een gave avond wilt laten beleven, je niet met taaie of gecompliceerde muzikantenmuziek aan moet komen.

Op de vraag of we ooit nog een samenwerking met Graham B mogen verwachten, meldt Benjamin dat hij Graham al een hele tijd niet meer gezien heeft of van gehoord. "Tsja, zo gaat dat met muzikanten", verzucht hij wat berustend.

.
© Ilse Kalisvaart

Jimi’s jazztempel
Dat is inmiddels dertig jaar geleden. Vandaar de vraag of het collectief een 'eeuwige-jeugd-wonderserum' heeft. Uiteraard is er geen serum, maar wel een formule. Benjamin legt uit dat het collectief zoveel heeft meegemaakt dat het ondertussen vergroeid is tot een soort organisme dat gepokt en gemazeld is en 'voor muziek wil blijven maken'. Publiekswaardering is belangrijk en motiverend, maar je moet er niet raar van opkijken als iedereen wildenthousiast is over “gewoon een lekker plaatje” dat je uitbrengt. Maar als je dan iets echt heel speciaals en bijzonders doet, kan het zijn dat het iedereen ontgaat. Daar moet je mee om leren gaan. En je moet blijven streven naar nieuwe gave dingen. Benjamin is beretrots dat het collectief volgende week in Londen mag optreden in Ronnie Scott's Jazz Club: een heuse jazz-tempel waar vele beroemdheden speelden, maar ook de club waar Jimi Hendrix zijn laatste gig had.

Dan komt de bandmanager zachtjes druk uitoefenen. Benjamin wil het interview echter in alle rust goed afronden. Ik vond het een heel prettig en relaxed gesprek en ik bedank de door de wol geverfde bandleider, die geen coryfee wil zijn en vooral heel veel gave muziek wil maken... Op naar de zaal waar zo dadelijk een reeks nummers van de vorige live-plaat ’Everything is OK’ plus een paar nieuwe werken worden gespeeld.

Deel 2: concertverslag

Die zaal is goed vol en heeft een mooie mix van leeftijden. Het is een imposant gezicht als de negentienkoppigeband opkomt. Het eerste nummer begint met een stemming intro. De drummer neemt het voortouw stuwt ons stevig rechtdoor het koperblaasgeweld in. Benjamin Herman zelf heeft de hoofdlijn op saxofoon in dit openingsnummer. Het is lekker dansbaar. Deze band neemt je makkelijk mee maar houdt je ook bezig met spannende breaks en zijstapjes.

Het volgende nummer funkt er flink op los en de band doet zijn naam eer aan: dit is supercool. Er wordt niet moeilijk gedaan over retro-stijlen; die worden handig door elkaar gegooid waar het maar uitkomt. De hi-hat geeft nu het ritme pit en bereidt ons voor op een handenklapdeel.

Het publiek pakt het eerst wat aarzelend op. Om de handjes goed te timen moet je er echt goed in zitten.

De swing komt er goed in en er wordt vooraan gedanst, terwijl Benjamin een partij dwarsfluit. Met wat komisch drama doet hij overkomen dat de dwarsfluit niet lekker mee wil werken. Worden we bij de neus genomen? Deze band is één en al entertainment, dus helemaal vertrouwen doe ik het niet... Ik geniet ervan dat een optreden ook theater mag zijn.

.
© Ilse Kalisvaart

Geen 'friemel-jazz'
Het stuk dat trompettist David Rockefeller gisteren nieuw meebracht naar de repetitie wordt nu de zaal in geslingerd. Een dreigende en wat zware opbouw zo tussen alle wat lichtere nummers van het album ’Everything is OK‘. Na enige spannende harmonische avonturen komt alles in dit nummer gelukkig ook weer goed. Het heeft een heerlijke gitaarsolo die 'to the point' over eergenoemde spannende akkoorden ligt, zonder in 'friemel-jazz' te verzanden. Het is indrukwekkend hoe de andere achttien muzikanten soepeltjes hun basis onder het spel van de gitarist doorsluizen.

Na een aankondiging van Benjamin Herman, waarin hij tersluiks en komisch de merchandise aanprijst, begint een intrigerend vraag-en-antwoordspel tussen percussie en de verschillende blazer-secties (is dit het nummer ’Snowball’?). Een trombonist speelt de solo over de funky wah-wah-gitaar. Ik voel de vage behoefte een politie-auto te stelen en enge boeven te gaan achtervolgen. De solo gaat over naar een andere blazer. In mijn beleving is het tijd voor de 'klem-rij-scene-met-daarna-achtervolging-te-voet'.

Na dit actie-nummer zet een disco-ritme in. Het publiek klapt meteen mee op de tweede en vierde maat. De cowbell laat niet lang op zich wachten, Een pakkende baslijn loopt samen met ons de trap op, tot er opeens rust voor de toetsenist die een mooi tapijt van Fender-Rodes-achtige-klanken neerlegt.

Daarna wordt er een noviteit aangekondigd: een nieuw nummer van Willem Friede. Zijn stemmige elektrische pianoklanken sturen na een tijdje aan op een wat melancholisch samenspel met de band. Dan komt het mysterieuze openings-arpeggio weer terug om het nummer af te sluiten. Na al het dansplezier is dit een buitennissig nummer dat heel sfeervol wordt afgerond met een lekkere lastige slotnoot.

.
© Ilse Kalisvaart

Djembes, orgelen en punkjazz
Het ene na het andere nummer wordt moeiteloos gespeeld. We krijgen een fantastische potpourri van verhalende melodische saxofoonlijnen, Afrikaanse djembe -geluiden, zonnige steeldrum-partijen, wat psychedelische solo's met een overdaad aan echo's (ik hou ervan) en een door Willem gedirigeerd klassiekachtige intro. Het orgel orgelt de hele jaren ’60 bij elkaar en voorbij. En dat alles met humor en gepast dedain vakkundig aan elkaar gepraat door Benjamin Herman.

Als bij het laatste nummer een werk van één van de eerste platen wordt aangekondigd, blijkt dat er in de zaal heel wat fans van het eerste uur aanwezig zijn. Die mensen volgen deze band dus al meer dan dertig jaar!

De drummer gaat goed los en het nummer is een waardig slot van deze avond. De muzikanten groeten af. Maar... uiteraard houdt het applaus aan tot alle negentien artiesten hun weg weer naar het podium hebben teruggevonden.

De toegift begint met een ingetogen en poëtisch stuk voor de saxofonisten, door Willem gedirigeerd. Dan barst het hele orkest los en het gaat razendsnel en rechtdoor zee! Punkjazz? Mag je dat zo noemen? Anyway: het is gewoon gaan en het gaat vooruit!

New Cool Collective bestaat uit: Benjamin Herman (saxofoon), Rory Ronde (gitaar), Joost Kroon (drums), Frank van Dok (percussie), Willem Friede (toetsen / arrangmenten), Jos de Haas (percussie), Leslie Lopez (basgitaar) en David Rockefeller (trompet)