Vlak voordat de hoofdact begint horen we een toeschouwer zeggen: ‘’Even wat scheurende gitaren luisteren.’’ Enkele minuten later klinken die scheurende gitaren inderdaad luid door de zaal. Fu Manchu opent met een ontzettend volle en dikke sound, zo zwaar dat bassist Brad Davis alleen maar vieze gezichten trekt. En terecht. Zanger en gitarist Scott Hill gaat helemaal los en sologitarist Bob Balch laat met zijn unieke sound (combinatie van fuzz en magie?) de zaal trillen. Van drummer Scott Reader zien we helaas vrijwel niets – een drumriser is geen overbodige luxe, zo blijkt maar weer – op af en toe een vliegende stok na. In de gevarieerde set van Fu Manchu valt het op dat de nummers van het nieuwe album zeker niet minder zijn dan het oudere en bekende werk. De ontvangst van zowel de nieuwe als de oude nummers is bij het publiek namelijk even goed, waar dat bij heel veel andere oude bands niet zo is. ‘Loch Ness Wrecking Machine’ en ‘Hands of the Zodiac’ krijgen de zaal aan het headbangen. Een toeschouwer zegt: ‘’Had ik nog maar lange haren. Maar ik ben ook blij dat ik nog niet kaal ben.’’
Opeens is er commotie. Halverwege het concert knapt er iets bij enkele bezoekers. De aanwezige Maastrichtse Popeye heeft van tevoren een pijp met spinazie gerookt en geeft een Rocky Balboa punch aan een medebezoeker. Een korte maar krachtige vechtpartij links in de zaal volgt. Na een paar rake klappen (met Fu Manchu’s loodzware muziek als passende soundtrack) wederkeert de rust. Security lost het incident op en wij kunnen verder met headbangen en aan elkaar vertellen hoe ruig Fu Manchu wel niet is. Na een dikke 80 minuten aan loodzware doom-, stoner-, grunge- en ultra-ultra-ultra heavy rockmuziek wordt de encore ingezet. En na deze afsluiter ‘Godzilla’ zijn we toch maar blij met de zicht-belemmerende steunpilaren in de grote zaal. Want zonder die was het plafond waarschijnlijk naar beneden gekomen.