'Liefde' van Gweilo

Gweilo bewandelt een nieuw pad

  • Redactie 3voor12 Limburg

Pelle is de naam van de artiest die de afgelopen jaren onder het alias Yung Gweilo bekend werd. Met energieke hiphop, een vleugje Jeugd van Tegenwoordig en luchtige rapteksten maakte hij muziek voor alle bazen en bazinnen in de club. Maar tijden veranderen. “Ik ben hier vanavond de hele nacht in het donker,” rapte hij in ‘Kan niet Zonder’ van de EP Andere Vibe uit 2020. Nu, vijf jaar later, zet Gweilo de stap naar het licht. Met de single ‘Liefde’ laat hij een meer serieuze, diepzinnige kant van zichzelf zien. Yung Gweilo is volwassen geworden; Gweilo is wie hij nu is.

Een fijn, rustig pianoriffje. Geen toeters en bellen, geen DJ Khaled ‘WIJ ZIJN DE BESTE’ nonsens of een beat die, zonder dat je een paar wonderpillen neemt, maar moeilijk te verteren valt.  Nee, gewoon een lekker rustig pianoriffje en een mooi gedicht zijn de ingrediënten waar Gweilo een heerlijk sausje van maakt. Weinig poespas dus en die eenvoud werkt. Het nummer mag dan niet erg dynamisch zijn, het grijpt toch je aandacht. Het voelt alsof Gweilo zijn masker afzet en ons een glimp geeft van zijn ware zelf.

We zouden nu dit nummer uitgebreid voor jou, de lezer, kunnen ontleden en zo ieder stukje tekst dat op deze plaat staat alvast verklappen. Maar misschien is het veel leuker als je dit zelf doet. Een pianoriff en een gedichtje, meer is het namelijk niet. Toch schuilt de kracht in de manier waarop de artiest zijn woorden kiest en zijn kijk op liefde deelt. Alleen al daarom is ‘Liefde’ de moeite van het luisteren waard.

Liefde is een sprookje waar we allemaal in willen geloven. En wij geloven dat deze jonge artiest nog veel meer in petto heeft. Nieuwe paden bewandelen gaat natuurlijk niet zonder obstakels, maar Gweilo geeft met ‘Liefde’ een nieuw visitekaartje af. Het kaartje van een artiest die volwassen aan het worden is en ons meeneemt tijdens deze reis. Wellicht dat Gweilo nu wat haren gaat verliezen, maar zolang de streken intact blijven zal deze artiest ons nog wel eens vaker kunnen gaan verrassen.

(Robbin Swinkels)