Kwetsbaarheid met kracht: Dressed Like Boys en Frans Kalf raken Gebouw-T
Any Minute Now brengt kleine liedjes met grote gevoelens naar Gebouw-T
Voor Any Minute Now halen Willem Jongeneelen, De Waterput en Gebouw-T artiesten naar Bergen op Zoom die ze simpelweg zelf geweldig vinden. Dat levert deze avond een bijzonder dubbelprogramma op met het poëtische Frans Kalf en het intense Dressed Like Boys van Jelle Denturck. Twee acts die zware onderwerpen opvallend licht weten te brengen.
De avond begint met een kort T-gesprek met Denturck. De voormalige frontman van de luidruchtige band DIRK. vertelt hoe hij via Dressed Like Boys ruimte vindt voor persoonlijkere muziek. Geen gitaarmuren meer, maar pianoliedjes over identiteit, liefde en opgroeien in West-Vlaanderen. Zijn zoektocht naar zichzelf en zijn queer identiteit vormt de rode draad in het project. Daarbij wil hij niet provoceren, maar verbinden. “Iedereen kent het gevoel van gekwetst zijn of niet begrepen worden.” Het zijn woorden die perfect aansluiten bij de muziek die later volgt.
Eerst is het podium voor Frans Kalf, de band rond Amsterdamse Gentenaar Mika Ram, met Tuur Geldhof op bas, Lukja Vanaverbeke en Robbe Embrechts op gitaar en Jill Willems op drums. Het vijftal brengt Nederlandstalige liedjes die zweven tussen kleinkunst, indiepop en poëzie. Openingsnummer ‘Tamia’ klinkt direct warm en melancholisch tegelijk. Ram zingt alsof hij alles al eens heeft meegemaakt, terwijl hij pas begin twintig is.
De kracht van Frans Kalf zit in de details. Liedjes lijken klein en luchtig, maar bevatten rake observaties en onverwacht mooie zinnen. In ‘Nou En’ relativeert Ram het leven met een glimlach. Tussendoor vertelt hij dat Zeeland hem een fijne plek lijkt om te wonen. “Mooi tussen Antwerpen en Amsterdam in.” Vanuit de zaal klinkt zacht protest: dit is nog altijd Brabant.
Het publiek luistert aandachtig naar nummers als ‘Voor Jou Alleen’ en ‘Lang Leve Luxemburg’, waarin ambities, liefde en twijfel door elkaar lopen. Debuutsingle ‘Terwijl Je Voor Me Stond’ blijkt het hoogtepunt van de set: een betoverend lied dat langzaam onder de huid kruipt. Poëtische regels krijgen alle ruimte, zonder pretentieus te worden. Frans Kalf balanceert voortdurend tussen een lach en melancholie.
Dat blijkt ook uit het korte, humoristische liedje over hondje ‘Beessie’, dat zomaar tussen de meer weemoedige nummers verschijnt. Tegen de tijd dat afsluiter ‘Jij & Ik’ losbarst in distortion, heeft de band de zaal volledig ingepakt. Kleine liedjes, gebracht met grote aandacht en verrassend veel zeggingskracht.
Na de ombouw verschijnt Dressed Like Boys met volledige band op het podium. Waar Denturck in 2024 in het Vestzaktheater nog vooral als kwetsbare singer-songwriter stond, klinkt het project inmiddels veel grootser en dynamischer. Samen met gitarist Nathan Ysebaert, bassist Giel Vanthournout, drummer Robin Wille en synthspeler Babette Rogiers krijgen de liedjes extra kleur en energie.
Vanaf opener ‘Nando’ valt op hoe zorgvuldig alles is opgebouwd. Zachte synths zwellen aan, gitaren krijgen subtiele ruimte en daarboven zweeft Denturcks warme stem. Echo’s van Elton John, David Bowie en Sufjan Stevens zijn hoorbaar, maar Dressed Like Boys klinkt nergens als een kopie. De songs hebben een eigen melancholie: kwetsbaar, troostend en soms verrassend dansbaar.
‘Healing’ en ‘Our Part Of Town’ laten horen hoe sterk Denturck melodieën schrijft. Tegelijk blijft het persoonlijk. Hij bezingt zijn geboortedorp Ingelmunster met warmte en nuance, zonder afrekening. Halverwege de set verlaat hij zijn keyboard en loopt zingend door het publiek. Even later valt zijn keyboard om. “Kijk, gitaren kapotslaan is rock-’n-roll,” grapt hij. “Maar ooit al eens een piano zien sneuvelen?” De zaal lacht, waarna de band moeiteloos verder schakelt.
Met ‘My Friend Joseph’ en vooral ‘Jaouad’ gaat de energie omhoog. Dat laatste nummer, over een homoseksuele moslimjongen die dragqueen is, wordt funky en warm gebracht. De boodschap is duidelijk, maar nooit belerend. Dressed Like Boys kiest niet voor grote statements, maar voor menselijkheid.
Daarna volgt een rustpunt met het nog niet uitgebrachte ‘Questions’. De band verlaat tijdelijk het podium en plots staat Denturck weer alleen achter de piano, zoals in de beginperiode van het project. Zijn stem draagt moeiteloos de zaal. Ook ‘Lies’ en ‘Pinnacles’ maken indruk, terwijl de zaal steeds verder meegaat in de dromerige sfeer van de set.
Natuurlijk volgt er een toegift. Eerst keert Denturck solo terug voor ‘And Then I Woke Up’, intens gebracht in een muisstille zaal. Daarna sluit de volledige band af met twee indrukwekkende nummers. ‘Gregor Samsa’ raakt het diepst. Het nummer gaat over het zwarte gat dat de dood van Denturcks moeder achterliet. Zonder zwaar sentiment vertelt hij over leren leven met verdriet. Juist die lichte toon maakt het extra indringend.
Afsluiter ‘Stonewall Riots Forever’ brengt vervolgens alles samen. Het nummer verwijst naar de Stonewall-rellen van 1969 in New York, het symbolische begin van de internationale queerbeweging. Wat begint als een ingetogen ballad groeit uit tot een dansbaar, meerstemmig slotstuk. Een oproep: dingen veranderen nooit vanzelf. “Angry days and sleepless nights: Stonewall Riots Forever, we will dance and sing, we are gathering,” zingt het publiek mee.
Zware onderwerpen licht brengen: het blijkt de rode draad van deze avond in Gebouw-T.