In gesprek met only tears over muziek maken op gevoel en de magie van een eerste take
Dromerige synths, rauwe gitaren en een digitale Y2K-esthetiek

Van een toevallige ontmoeting in een café naar drie singles, Humo’s Rock Rally en een eerste optreden op Suikerrock. Het duo only tears uit Hasselt was amper uit de startblokken of de ontwikkelingen volgden elkaar in rap tempo op. Alles lijkt momenteel tegelijk te gebeuren. Hoog tijd voor een nadere kennismaking met Jeroen Ernest Geboers en Lei Van Gestel.
Sinds hun debuutsingle ‘know u’ in maart van dit jaar uitkwam, raakte alles in een stroomversnelling voor het Belgische duo only tears. In mei verscheen opvolger ‘silence’, die op KEXP werd gedraaid door niemand minder dan radiolegende Cheryl Waters. Deze zomer werd de band geselecteerd voor Humo’s Rock Rally 2026 en op 8 augustus hadden ze hun allereerste optreden op Suikerrock. Meer optredens volgden, waaronder half september de voorronde van Humo’s Rock Rally. Onlangs brachten ze ook nog een derde single uit, ‘disaster’.
Een debuut-EP stond voor deze maand gepland, maar door het onverwacht grote aantal optredens veranderde die planning. De zes tracks zijn grotendeels klaar en ook de visuals zijn ver gevorderd. Toch voelt dit nu niet als het goede moment voor de release. Binnenkort nemen ze nog twee nieuwe nummers op en ze overwegen nu om, op een later moment, een volledig album uit te brengen.

Van het bos via het café naar de studio
Het verhaal van only tears begint vlak na de coronapandemie. Lei van Gestel (1997) was nét teruggekeerd naar de bewoonde wereld, na drie jaar in een bos te hebben gewoond. In een café ontmoet hij Jeroen Ernest Geboers (1997). Ze raken aan de praat over muziek en het klikt meteen. De twee blijken bovendien een aantal gemeenschappelijke vrienden te hebben. Ook komen ze erachter dat ze vlak bij elkaar in Hasselt wonen. Sterker nog: in de straat waar Jeroen nu woont, woonde Lei als kind.
Jeroen speelde als tiener gitaar in verschillende bands in de Kempense punkrockscene, ging later solo verder als YAWNS en hield zich een tijd bezig met elektronische muziek. Tijdens de lockdown begon hij opnieuw gitaarmuziek te schrijven. Lei begon ooit met zanglessen vanwege zijn astma. Het zingen hielp hem om zijn ademhaling en buikspiergebruik te trainen. Ooit had hij ook een jaar gitaarles, maar voornamelijk om zichzelf als zanger te kunnen begeleiden.
Daags na die avond in het café spreken ze opnieuw af. Ze schrijven samen een nummer en nemen het ook meteen op in de thuisstudio van Jeroen. “Het ging allemaal heel spontaan”, vertellen ze. “We leerden elkaar die avond kennen en merkten dat we veel dezelfde interesses en ideeën hadden over muziek. Een dag later hadden we al ons eerste nummer.”
Jeroen en Lei zijn goed bevriend met ISE en met de leden van The Haunted Youth. Ze komen allemaal uit dezelfde regio en werken vaak samen, bijvoorbeeld om in de studio of tijdens liveoptredens mee te spelen. Er is over en weer veel collegialiteit, respect voor elkaars werk en een hoge gunfactor. Die kruisbestuiving is voor de buitenwereld soms verwarrend. Jeroen lacht: “Een radiozender beweerde eens dat we eerst de roadies van The Haunted Youth waren en nu zelf muziek maken. Daar klopt helemaal niks van!” Dat ze soms met The Haunted Youth vergeleken worden, zien ze als een compliment, maar ze vinden het jammer wanneer daardoor hun eigen muziek en genremix onderbelicht blijven.

The Cure die Nirvana covert op een fucked-up manier
Wie de muziek van only tears probeert te typeren, kan putten uit een hele lijst genres: indiepop, shoegaze, grunge, postpunk, new wave, elektronische muziek... en dat alles met veel modulatie, reverb en delay. Zelf omschrijven ze het, met een knipoog, als The Cure die Nirvana covert op een fucked-up manier in Ableton. Of My Bloody Valentine die The Cure covert, maar dan niet op tape en waarschijnlijk veel mooier. Trouwens, ze hebben er weinig behoefte aan om hun muziek strak af te bakenen. Of zoals Jeroen het verwoordt: “Er zijn maar twee soorten muziek: goede en slechte. Een nummer moet in de eerste plaats iets oproepen, want emoties vinden we belangrijker dan het label dat er uiteindelijk op wordt geplakt.”
Inspiratie halen ze uit bands als My Bloody Valentine, The Cure en Nirvana. Jeroen luistert ook graag naar muziek van Charli XCX, Chappell Roan, Olivia Rodrigo, Nicolas Jaar, George Clanton en Youth Lagoon. Lei groeide op met grunge, new wave en punk en noemt gitarist John Frusciante ook een grote inspiratiebron: “Maar we willen niet simpelweg een bestaand geluid kopiëren. Onze muziek mag invloeden uit het verleden hebben, maar het moet voor ons wel modern en hedendaags klinken.” Jeroen vult aan: “We hebben allebei een brede muzieksmaak en zijn totaal niet bezig om een specifieke sound na te bootsen. We luisteren gewoon naar wat we goed vinden en nemen daar bewust of onbewust dingen uit mee.” Het resultaat: dromerige synths en rauwe gitaren met een digitale Y2K-esthetiek.
Ook buiten muziek vinden Jeroen en Lei inspiratie, zoals in manga, anime en films. Als voorbeeld noemen ze het werk van regisseur en scenarioschrijver Harmony Korine. “Het gaat bij hem niet zozeer om het verhaal, maar om wat beeld kan doen: kleur, sfeer en een bepaald gevoel oproepen zonder dat alles letterlijk hoeft te worden uitgelegd.”

De magie van een eerste take
Jeroen en Lei schrijven, spelen en produceren alles samen: gitaar, bas, drums, synths, tekst, zang en productie. Jeroen is iets meer bezig met drums, gitaar en de productie, Lei richt zich vooral op zang en speelt ook gitaar en bas. “Het is echt 50/50”, beamen ze. Bij liveoptredens spelen ze samen met een band waarvan de samenstelling wisselt. Soms vragen ze bevriende muzikanten om in de studio een stukje in te spelen, maar het schrijven doen ze toch echt met z’n tweeën.
Nieuwe songs starten zelden vanuit een uitgewerkt muzikaal idee, maar beginnen met een woord of zin. Van daaruit komen klanken, melodieën en de rest, en vervolgens nemen ze het nummer op. Jeroen: “De eerste take heeft iets magisch, zelfs als de drum er net naast zit. Een tweede take kan technisch beter zijn, maar dan missen we vaak de energie van het moment, het gevoel dat iets voor het eerst ontstaat. Dat krijg je niet zomaar terug.” Dit verklaart ook waarom er zoveel demo’s blijven liggen en niet verder worden uitgewerkt. Als een nummer niet meteen een duidelijke basisstructuur en een bepaalde vibe heeft, is de kans klein dat ze er maanden later alsnog iets van kunnen maken. “Afwerken vinden we het moeilijkste. Het creatieve moment zelf gaat veel vanzelfsprekender, en die oorspronkelijke energie willen we vasthouden. We gaan niet eindeloos aan een nummer sleutelen wanneer het gevoel er niet meer is.”
Met hun muziek proberen ze vooral een emotie over te brengen. Hoewel ze niet bewust kiezen voor bepaalde onderwerpen, gaan de teksten vaak over dezelfde thema’s: verlies, schuldgevoel, jezelf kwijtraken en weer terugvinden. Jeroen: “Het gaat over die momenten waarop je jezelf blijft afvragen of je iets had kunnen doen, of je iemand had kunnen helpen. Je bent dan eigenlijk gewoon op zoek naar een antwoord dat nooit komt. Dat gevoel kan zo intens zijn, vooral ’s nachts.” Ze willen er ook niet altijd een oplossing voor geven of een positieve boodschap aan hangen. “Soms is iets gewoon kut.”
Tijdens liveoptredens krijgen nummers een tweede leven
In de studio werken de twee in alle rust ideeën uit en sleutelen ze aan de productie. Op het podium laten ze die controle juist los. Daar mag het harder, directer en meer punkrock zijn. Dat contrast vinden ze juist interessant. “Als muziek live net zo klinkt als op de plaat, dan kun je net zo goed thuis blijven luisteren.” Soms zijn ze een opgenomen nummer zelf een beetje beu. Tijdens liveoptredens verandert dat. Het samen spelen met een band en de interactie met het publiek vormen een uitdaging, waardoor ze nummers opnieuw leren waarderen. Live spelen geeft hun muziek in wezen een tweede leven. Daarbij hebben ze weinig op met bindpraatjes tussen de nummers door. “Muziek moet voor zichzelf spreken. Als je een nummer vooraf moet uitleggen, laat dan maar zitten.” En bisnummers? Daar vinden ze ook iets van en daar doen ze dus niet aan. “Een encore is tegenwoordig standaard op een setlist. Waarom doen we dit in hemelsnaam? Prima om een extra nummer te spelen als het publiek superenthousiast is, maar het is nu haast een formaliteit geworden.”

Scheuren en tranen
Een bandnaam bedenken was even een zoektocht. “We vinden de meeste bandnamen eigenlijk best cringe”, lacht Jeroen. “Ook die van onze vorige eigen projecten eigenlijk. Elk mediocre idee waar we zelf opkwamen, bleek bovendien al te bestaan.” Op een gegeven moment verscheen ‘only tears’ voor hem in een droom. “Dat klopte voor mij visueel. Ik vind het belangrijker dat een naam er goed uitziet en goed aanvoelt dan dat hij per se een duidelijke betekenis heeft.” De dag erna appte hij de bandnaam naar Lei met de opmerking ‘dit is het’. “Tears heeft in het Engels die dubbele betekenis van scheuren en tranen”, legt Jeroen uit. “Dus of je het interpreteert als enkel tranen, enkel scheuren, of een combinatie van beide, laat ik aan de luisteraar zelf over. Dat vind ik ook wel iets hebben.” En de schrijfwijze in kleine letters? Ook dat is een keuze op gevoel: ze vinden het visueel gewoon mooier.
Toekomst
Optredens, opnames, administratie, mails, plannen en nieuwe ideeën volgen elkaar snel op. “Er lijkt momenteel elke dag of week wel iets nieuws te gebeuren. Het is soms prettig chaotisch, maar wel op een goede en gezonde manier. We proberen vooral een beetje mee te surfen op die golf zonder op het getij te letten. Op dit moment voelt het minder als eb en meer als vloed.” Omdat het allemaal wat veel wordt om met z’n tweeën te behapstukken, tekenden ze recent bij manager David Zegers van artiestenbureau SKYTIGER. De samenwerking met boeker Pieter-Jan Van den Troost, die tot nu toe vrijwel alle shows in Nederland regelde, loopt door. En die gaat het ook druk krijgen, want only tears is door naar de halve finale van Humo’s Rock Rally.
Wat de toekomst verder brengt? Daar zijn de mannen niet zo mee bezig. Ze werken vooral in het moment en willen de komende tijd het liefst veel schrijven en optreden. En daar zelf zoveel mogelijk plezier in houden. Ondertussen liggen er nog stapels demo’s te wachten op het moment waarop ze hun eerste take opnieuw durven openklappen. Best Kept Secret staat wel alvast op hun verlanglijstje, en daarna? Een wereldtournee zou tof zijn. “Als je in het proces gelooft en blijft doorzetten, dan komt er vanzelf iets op je pad.” Waar dat proces eindigt, weten Jeroen en Lei zelf ook nog niet precies. Maar dat is ook niet belangrijk. “We zijn benieuwd waar alles heen gaat, maar staan ook met beide voeten op de grond.” Voorlopig blijven ze nieuwe nummers bedenken. “Dat vinden we tot nu toe eigenlijk het leukste van alles. Als we alleen maar nieuwe muziek zouden kunnen maken en verder niets zouden hoeven doen, zou ons leven zo simpel zijn.”

Meer weten?
Volg only tears op Instagram, beluister hun muziek op Spotify en ga ze live zien! Ze spelen op 16 oktober in Grenswerk (Venlo), op 27 november in Poppodium Volt (Sittard) en op 4 december in de Nieuwe Nor (Heerlen). Voor meer shows, klik hier.