Misschien wel een van de beroemdste trompetisten ter wereld, en hij staat gewoon in Theater aan de Parade met zijn Quintet in het kader van November Music. De in Libanon geboren (maar in Frankrijk opgegroeide) Ibrahim Maalouf werd een ster met zijn combinatie van jazz, fusion, latin, rock en Arabische folksmuziek, en het is dat laatste wat deze zaterdag de klok slaat.
Want al op jonge leeftijd raakt Maalouf geïnspireerd door de zang van de Egyptische actrice en zangeres Oum Kalthoum. Dat mondde in 2015 uit in twee albums Kalthoum en Red & Black Light en Kalthoum wordt hier, tien jaar later, uitgevoerd met extra muzikanten en een wel heel bijzondere uitvoering van 'Alf Leila wa Leila', Kalthoum's meest iconische lied, dat maar liefst 42 minuten duurt. Maalouf's vrije bewerking wordt geïntroduceerd met een lichtvoetige toelichting: we krijgen een avond dat bestaat uit vier delen en vijf muzikanten, naast zijn trompet is er ook een drummer, pianist, contrabassist, saxofonist en tweede trompetist. Dan is het makkelijk voor Maalouf om de show te stelen als solist, maar geeft hij de spotlights in het derde en vierde deel aan de andere muzikanten om te soleren. Er wordt zichtbaar genoten van elkaar en gelachen; alsof we in de huiskamer zijn met het kwintet.
En Maalouf is meer dan muzikant; hij is ook nog een bevlogen docent die twee van zijn leerlingen bij het eerste deel naar het podium begeleidt. Het zijn zangeressen, waarvan de Tunesische een fragment van 'Alf Leila We Leila' loepzuiver zingt in een prachtige, donkerrode jurk. Maalouf weet zijn hele ziel en zaligheid te stoppen in de muziek en hoeft zijn leerlingen amper te motiveren om het zelf ook te doen.
Overduidelijk is dat Maalouf zijn eigen enthousiasme de zaal in slingert. Vooraan zitten mensen ademloos aan hun stoel gekluisterd en op het balkon kruipen de bezoekers bijna over de rand heen. Sommigen wiegen aarzelend mee op een gedeelte, terwijl anderen driftig op het ritme als hun eigen dirigent meebewegen. Het tempo wordt naarmate de avond vordert geleidelijk opgedreven. De avond vliegt om en ten slotte wendt Maalouf zich naar het publiek. Nog eentje dan: een melodie ter afsluiting. Hij vraagt de hele zaal te gaan staan en met hem mee te zingen. Maaloufs geneurie werkt aanstekelijk. Binnen no-time galmt de hele zaal met een overdonderend applaus daarna. De opbouw van de set houdt de energie in de ruimte vast die ten slotte ontploft op het einde. Ondanks de grootte van de concertzaal voelt het persoonlijk; alsof je Ibrahim één op één hebt ontmoet.